Over Dooiedakduif

in de jaren 90 heb ik veel tijd doorgebracht met zeilen en zeilles geven in Friesland. De eerste keer dat ik zeilles gaf aan een groep middelbare schoolkinderen uit Emmen leerde ik P kennen. Wij bleken het goed met elkaar te kunnen vinden en door de jaren heen zochten wij elkaars gezelschap als wij in Friesland waren.

Natuurlijk belden wij elkaar tussendoor om contact te houden of om af te spreken voor onze volgende zeilafspraak. Zo af en toe kreeg ik dan P’s vriend en latere man aan de telefoon. Nooit daarvoor of daarna, heb ik ooit iemand aan de telefoon gehad die zo emotieloos en monotoon over de telefoon klonk. Het was alsof hij al in een verregaande staat van schijndood verkeerde maar dat nog niemand hem daarvan op de hoogte had gesteld!

Na een van die korte gesprekjes met hem liet ik tegen P uit mijn mond vallen dat hij net een Dooiedakduif was. Ik heb daarna nooit meer aandacht besteed of stilgestaan bij deze opmerking van mij totdat ik P’s vriend in levende lijve ontmoette op de receptie van hun bruiloft. P stelde ons aan elkaar voor en het eerste wat haar kersverse man tegen mij zei was: Zo, dus jij vindt mij een Dooiedakduif.

Daar stond ik dan met een mond vol tanden. Ik weet niet meer precies wat ik toen gezegd heb maar ik zal vast geprobeerd hebben mijn opmerking af te zwakken. P’s man bleek een aardige vent die behoorlijke gezondheid- en vermoeidheidsklachten had, wat mede bijdroeg aan zijn Dooiedakduif zijn.

Het huwelijk tussen de twee heeft nog geen jaar stand gehouden en toen mijn eigen gezondheid verslechterde, ook de vriendschap tussen P en mij niet. Ook ik bereikte de staat van Dooiedakduif en sindsdien heb ik die benaming mij toegeëigend als een soort geuzennaam.