Het stond al in het regeerakkoord en nu komt dan het bericht dat het kabinet het aantal Kamerleden inderdaad wil beperken. De Tweede Kamer wordt teruggebracht van 150 naar 100 leden en de Eerste Kamer van 75 naar 100. De minister die hier over gaat, Donner, beargumenteert dit met het argument dat het een logische stap is omdat de overheid compacter moet worden en verder wijst hij er op dat de kamers tot 1956 ook kleiner waren.
Dat laatste is natuurlijk een volstrekt non-argument maar past volledig in de stijl van deze minister. Onze samenleving is vele malen complexer geworden dan dat die 55 jaar geleden was. Een beslissing op een bepaald terrein is ook voelbaar en heeft consequenties op allerlei andere terreinen. Een goed voorbeeld hiervan is het door Donner gelanceerde bestuursakkoord wat op het eerste oog beoogt meer verantwoordelijkheden bij de gemeenten te leggen, wat de efficiëntie van het overheidsapparaat zou moeten verhogen. Dit grijpt echter in op terreinen als sociale zekerheid, zorg, regionale economie, natuur, verkeer en vervoer, decentralisatie van de jeugdzorg, de extramurale begeleiding uit de AWBZ, hervormingen in de Wajong en om taken op het gebied van waterbeheer.
Het is belangrijk dat het parlement de kennis in huis heeft om haar controlerende taken goed uit te kunnen voeren en de consequenties kan overzien van voorstellen als deze op de verschillende terreinen. Binnen iedere fractie verdeelt men de verschillende beleidsterreinen over haar leden. Hoe groter de fractie des te meer ruimte er is voor ieder fractielid zich in één of meer terreinen te specialiseren. Hoe kleiner de fractie hoe meer onderwerpen hij of zij op zijn bordje krijgt, dit gaat ten koste van de soms zeer noodzakelijke verdieping in kennis over een onderwerp, alles wat er mee samenhangt of mee zou kunnen samenhangen. De rekensom is niet zo moeilijk, dat als het parlement met een derde teruggebracht wordt in omvang, dit ten koste zal gaan van de kwaliteit van de besluitvorming. Zeker in de huidige situatie, waarin dit kabinet en ook zijn voorganger, uitblinkt in het verstrekken van onjuiste, onvolledige of onbetrouwbare informatie, denk hierbij hoe wij de oorlogen in Irak en Afghanistan ingerommeld zijn. Deze situatie doet in deze tijd dus juist een extra beroep op de vakkennis van onze parlementsleden.
Een ander effect van het terugbrengen van het aantal parlementsleden is dat dit een effectieve kiesdrempel opwerpt. Had je voorheen bijvoorbeeld 66.000 stemmen nodig om een zetel in de Tweede Kamer te bemachtigen, dan zal je er nu 99.000 stemmen voor nodig hebben. Deze maatregel zal er voor zorgen dat een groot aantal kleine partijen uit het parlement zullen verdwijnen of gedecimeerd zullen worden. Ook de verdeling van restzetels zal in hun nadeel uitvallen. Er blijven dus slechts een aantal grote partijen over, wat in de ogen van Donner van geen invloed is op het democratisch gehalte.
Het enige pluspunt van deze maatregel zou kunnen zijn dat de vorming van een kabinet gemakkelijker zal verlopen na verkiezingen. Het zal sneller duidelijk zijn met wie en hoe, een meerderheid te behalen is voor de broodnodige steun voor het beoogde beleid. Of verhoogt het juist de kans op een impasse omdat de mogelijkheden voor het vormen van coalities juist beperkt zullen zijn door het terugdringen van het aantal mogelijke kandidaten? Gezien de verdeling in grootte van de partijen en de verdeeldheid op links lijkt mij deze maatregel de partijen op rechts in de kaart te spelen. Juist dat laatste lijkt mij onderdeel uit te maken van Donner zijn immer aanwezige geheime agenda.
Gelukkig vraagt deze maatregel een grondwetsherziening, wat betekent dat het voorstel tweemaal door beide kamers heen moet met tussentijdse verkiezingen, de tweede keer met een tweederde meerderheid. Wie van onze parlementsleden heeft voldoende overzicht en inzicht om de implicaties van dit plan te doorzien?


