De komst van Sinterklaas is dit jaar weer eens ingeluid door de discussie over het fenomeen “Zwarte Piet”. Zelfs de premier was bereid er enkele woorden aan te wijden.
Wat in mijn ogen onderbelicht blijft in deze discussie is dat bij velen, door de recente onthullingen over het seksueel misbruik in de Katholieke kerk, toch de koude rillingen over de rug lopen als ze een kind zien in de nabijheid van een man in habijt. Die mannen hebben toch een reputatie gekregen dat ze moeite hebben met het thuishouden van hun handen. Zich voordoen als een vriendelijke oude man die cadeautjes uitdeelt en kinderen paait is toch een vorm van grooming.
Dat schijnbaar belangeloos uitdelen van cadeaus zonder daar een gerichte tegenprestatie voor te vragen geeft de kinderen natuurlijk ook een volstrekt verkeerd beeld van hoe het in de participatiesamenleving aan toe zou moeten gaan. Laat die kinderen bijvoorbeeld als tegenprestatie voorlezen uit 50 tinten grijs in het plaatselijke bejaardentehuis zodat de gedachten van die oudjes ook even afgeleid worden van al hun pensioenperikelen en de val van hun boegbeeld Henk Krol.
Pieten die wel dreigen met het straffen van stoute kinderen maar daar geen vervolg aan geven staat natuurlijk ook haaks op het zero tolerance beleid van deze regering.
De komst van de oude man met de baard en zijn gevolg creëert gewoon onrust en onduidelijkheid in onze samenleving door de gemengde signalen die hij afgeeft door zijn handelen en verschijning. De politieke correctheid van zijn komst zou zeker ter discussie moeten staan.
