Vooruitgang

Met enige regelmaat zendt de BBC de serie Grumpy old men uit
en als mijn oog er op valt dat het uitgezonden wordt dan kijk ik met plezier, vaak
een groot feest van herkenning. De centrale thema’s zijn de moderne ontwikkelingen op het  gebied van mode, gadgets, sociale omgangsvormen, sociale media, styling enzovoort
en hoe de man van middelbare leeftijd dit ervaart, met de vraag of hij het als een
verrijking van zijn dagelijks leven ervaart. De Grumpy old men vinden het allemaal niets. Niet vanuit de gedachte  dat het vroeger allemaal beter was, maar wel dat de wereld er niet beter op is geworden met sommige ontwikkelingen.

Zoals ik al zei, een feest van herkenning, verpakt in een
voor mij erg aanstekelijke vorm van Britse humor. Sinds twee jaar heb ik weer
contact met een oude jeugdvriend en de laatste keer dat hij bij mij was vroeg
hij aan mij of ik al had kunnen wennen aan het nieuwe tabloidformaat van mijn
krant. Zijn vraag illustreert dat wij samen het Grumpy old man syndroom delen.
Nou nee, ik merk dat ik de krant op een andere manier ben gaan lezen en
ervaren. De paginabrede foto’s bekijk ik niet goed, de voorpagina vind ik
meestal schreeuwerig en irritant. Ik mis mijn zoektocht door de grote
opengeslagen pagina’s op zoek naar de artikelen die mijn aandacht trekken. Na
ruim een jaar heb ik nog steeds het gevoel dat mijn krant niet meer mijn krant
is. Al is het maar omdat naar mijn gevoel de verhouding van foto’s en artikelen
niet met elkaar in evenwicht lijkt te zijn.

Een aantal maanden geleden werden de verschillende katernen
van mijn krant door elkaar gehusseld en samengevoegd tot een nieuw katern “V”.
Vette koppen, nieuw lettertype en een groter lettertype. Dit laatste
waarschijnlijk om de lezer op leeftijd tegemoet te komen, want dat deel van de
krant kon ik opeens ook lezen zonder leesbril. Bij mij riep het een gevoel op dat men niet genoeg materiaal had om dit nieuwe katern te vullen en dit
probeerde te maskeren met het gebruik van grote letters. Na een paar dagen
werd het lettertype en de extreme lettergrootte gelukkig teruggedraaid maar ik lees
dit katern meer oppervlakkig dan ik voorheen deed.

Dit weekend viel een vernieuwd Volkskrant Magazine op de mat
in een nieuwe styling. Volgens mij is deze nieuwe opmaak tot stand gekomen na
een redactievergadering waarbij er flink geblowd en stevig gezopen is. Het
heeft een opmaak waarbij een MAVO 2 leerling met een desktop en een zeer matig
publishing programma nog niet mee weg zou komen voor een schoolopdracht.
Zittend aan mijn ontbijt had ik het gevoel dat ik de avond er voor teveel
gezopen had en de coördinatie over mijn oogbewegingen maar niet goed onder
controle kreeg.

Dat ik tot een Grumpy old man verworden ben zal ik niet
ontkennen maar waarom meent mijn krant dat ze dit soort dingen moet doen? Toch
niet om de lezer te plezieren? Jullie hebben de strijd allang verloren om de
grote massa jongeren aan jullie te binden, die richten zich op meer
oppervlakkige manieren om het nieuws tot zich te nemen. Een kwaliteits krant is
er juist voor de verdieping, de informatie die het biedt wil je op een rustige
manier tot je kunnen nemen.

Verandering, alleen omwille van de verandering, is geen vooruitgang.

Schijnzekerheid

Ons land kent toenemende regelgeving en richtlijnen die de
burger op allerlei gebieden zekerheid en bescherming zouden moeten bieden. In
de praktijk blijken deze regels of hun doel voorbij te schieten of
schijnzekerheid te bieden. Producten blijken in de praktijk vaak niet de
kwaliteit te bieden ze zouden moeten bieden volgens de wettelijke regels. De
praktijk is dat als een product in opspraak raakt het bedrijfsleven of de
overheid reageert met het instellen van een keurmerk dat de consument zou
moeten garanderen dat het product wel aan de gestelde eisen voldoet. Dit is
reactief beleid dat er meestal toe leidt dat het product vooral duurder wordt
voor de consument. Hij krijgt een product dat nu wel aan alle gestelde eisen
voldoet maar tegen een hogere prijs.

In de dienstensector kennen wij het fenomeen ISO gecertificeerd.
In de praktijk betekent dit niets anders dan dat het hele bedrijfsproces in
kaart gebracht wordt en gedocumenteerd, zodat op het moment er iets fout gaat
men terug kan zoeken in het proces waarom het fout is gegaan. Uiteraard is het
goed om het hele bedrijfsproces goed in kaart te brengen en dit te gebruiken om
te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. ISO certificatie betekent niet
automatisch dat het bedrijf of de instelling een hogere kwaliteit aan diensten zal
leveren maar leidt er vooral toe, dat er hogere tarieven berekend worden
vanwege alle bureaucratische handelingen die verricht moeten worden om de
procesgang goed in kaart te brengen. Hetzelfde product tegen een hogere prijs.

Het omgaan met chemische en gevaarlijke stoffen is vooral
een expertisegebied waarbij men heel goed moet weten waar men mee bezig is. De brand
bij Chemie-Pack en de nasleep ervan laat heel duidelijk zien dat aan de kennis
en kwaliteit van de mensen die er verstand van zouden moeten hebben nogal wat
schort. Er ging van alles mis en terugkijkend valt het terug te voeren op een
patroon wat wij telkens weer zien. De coördinatie en aansturing van de
brandbestrijding was gebrekkig, er waren geen gevaarlijke stoffen vrijgekomen,
wat een dag later weer niet waar bleek te zijn.

Nog kwalijker is dat de toegesnelde brandweer uit de regio
onvoldoende kennis van zaken bleek te hebben voor een chemische brand. Een
dezer dagen zag ik de woordvoerder van de brandweervakbond voor de televisie zeggen
dat deze mensen hun uiterste best gedaan hadden maar dat ze eigenlijk alleen de
kennis hebben om een simpele autobrand of huisbrand te bestrijden. Als dit
werkelijk zo is en daar lijkt het wel op als je een chemische brand gaat
bestrijden met bluswater, dan kan ik dat niet rijmen met het gegeven dat de
Moerdijk een gebied is waar veel vrachtverkeer rondrijdt met gevaarlijke
stoffen als lading. Betekent dit, dat als er een ernstig ongeval plaats vindt
met een tankwagen, dat de bedrijfsbrandweer van een van de chemische bedrijven
uit moet rukken moet dit brandje te blussen omdat de reguliere brandweer
onvoldoende kennis heeft van ADR-gevarenklassen? Hoe doet men dit dan in de
rest van Nederland op plekken waar geen chemische fabrieken gevestigd zijn?

Bijna alle rampenoefeningen die zijn gehouden tonen aan dat
de samenwerking en de bestrijding bij een gesimuleerde ramp niet optimaal is. Ondertussen hebben veel brandweerlieden en politieagenten die bij de brand waren te kampen met gezondheidsklachten. Het grond- en oppervlaktewater blijken verontreinigd
door het gebruik van bluswater en het waterschap wil de kosten voor de
opruiming ervan mogelijk verhalen op de inwoners van het gebied omdat
Chemie-Pack onderverzekerd bleek te zijn en het uitgekeerde verzekeringsgeld dus
onvoldoende blijkt te zijn om de te maken kosten te dekken. Als het werkelijk
zover zou komen zou ik als inwoner van dat gebied op mijn beurt de toegesnelde
brandweerkorpsen aansprakelijk stellen wegens incompetent handelen. De
akkerbouwers en veeteelthouders in het gebied waar de, uiteindelijk wel toch
wel gevaarlijke stoffen, neergekomen zijn zullen ook hun omzetderving ergens
willen claimen.

Zo wordt het een kettingreactie van reactief handelen, wat er uiteindelijk toe leidt dat de consument of belastingbetaler een hogere prijs moet betalen. Dit alles omdat de huidige regelgeving een schijnzekerheid blijkt te bieden op het gebied van veiligheid. Halen wij weer een keurmerk uit de kast of gaan wij de kwaliteit die wij gewoon mogen verwachten, als norm hanteren?

Supermarché

De afgelopen week heb ik een aantal keren jubelverhalen
gelezen over het verschijnsel Supermarché. Ongetwijfeld van mensen die net
terug zijn van vakantie uit Frankrijk. Voor wie het verschijnsel niet kent; dit
zijn grote supermarkten die door hun regionale functie op het Franse platteland
meer bieden dan alleen levensmiddelen. Je vindt er ook kleding, cd’s,
tuingereedschap etc. Een soort Albert Heijn met een vleugje V&D.

Die verhalen lezend moest ik terugdenken aan mijn laatste
vakantie in Bretagne toen ik op zoek was naar eten wat binnen mijn dieet leek
te passen. In de schappen stuitte ik op een blik eendenragout. Ik mag graag
ragout eten, voor mij een hoogtepunt als ik mijn jaarlijkse kerstpakket opende
en er een blikje met bijbehorende ragoutbakjes in bleek te zitten. Al jaren
vind en vond ik geen ragout meer die paste binnen mijn dieet, altijd zaten er ingrediënten
in die ik niet verdraag. Maar dit blik eendenragout zag er heel veel belovend
uit, geen vervelende toevoegingen en, toen ik het etiket verder las, zelfs met
tips welk eten erbij geserveerd moest worden en bovenal een wijntip. De
gesuggereerde wijn was een Bordeaux dus niet een of ander goedkoop dertien in
een dozijn wijntje.

Het zag er allemaal zo veel belovend uit dat ik het blik in mijn winkelwagentje deed. Eenmaal buiten in de zinderende hitte twijfelde ik of ik niet gelijk in het groot in had moeten slaan maar de warmte maakte mij gelijk zo loom dat ik besloot dat op een later tijdstip nog te doen. Het is er die vakantie uiteindelijk niet meer van gekomen. Omdat het allemaal zoveel belovend klonk heb ik het blik bewaard totdat wij terug waren in Nederland. Alle gesuggereerde eettips ingeslagen bij de AH, samen met een dure fles wijn. De wijn van tevoren geopend zodat hij goed kon ademen en de aardappelpuree en rode
kool klaargemaakt. Vol verwachting opende ik het blik maar de inhoud zag er
niet erg uitnodigend uit. Het zag eruit als erwtensoep en eenmaal opgediend
smaakte het als een heel slechte Nederlandse erwtensoep, wat natuurlijk geen
combinatie is met aardappelpuree, rode kool en die goede wijn.

Ik geloof dat wij toen het eten weggegooid hebben, ons
vergrepen hebben aan de wijn en ondertussen de lokale pizzaboer gebeld
om zo onze honger te stillen. Mijn hunkering naar ragout is nooit overgegaan,
maar nooit heb ik meer een blik gevonden dat zo veelbelovend leek te passen in
mijn dieet. Als het woord Supermarché valt moet ik altijd terugdenken aan dit
verhaal. Nooit eerder heb ik een ragout gegeten die zo slecht was van kwaliteit,
maar tegelijkertijd ook nooit zoveel voorplezier en verwachtingen gehad naar
iets wat in blik verpakt zit. Slimme jongens die dat etiket ontworpen hadden.

Schieten

Vanavond waren in het journaal beelden te zien van uitbundige Libiërs die hun bevrijding vieren. Zoals het bij een klassieke revolutie hoort, wordt die overwinning gevierd door het schieten in de lucht met hun geweren.

Statistisch gezien moeten daarbij toch slachtoffers vallen? De kogels die omhoog gaan zullen toch ook weer naar beneden komen en wellicht onschuldige feestvierders treffen? Ik hoop dat de feestvierders vooral richting de woestijn schieten, er zijn al
teveel slachtoffers gevallen bij deze strijd.

Woordgebruik en internet

Drie maanden geleden ben ik begonnen met het schrijven van
stukjes, gewoon om te kijken of ik de lezer iets te bieden heb op dit gebied.
Gaandeweg een langzaam groeiend aantal lezers gekregen die zich uiteraard in
Nederland bevinden omdat dit de taal is waar ik in schrijf. In eerste instantie
vooral vrienden en kennissen maar naarmate deze site meer vindbaar werd op
internet, ook een enkele buitenstaander. Onlangs een verdwaalde Belg die
blijkbaar op zoek was naar hoe hij zijn vermogen veilig kon stellen, getuige
zijn zoekwoorden euro, crisis en vastgoed. Ik ben erg benieuwd of hij mijn
advies opgevolgd heeft om zijn vermogen veilig te stellen door zijn geld te
steken in Opels. Die voelde zich vast genomen door de strekking van mijn stukje
want die heb ik nooit meer teruggezien.

Naast deze Belg vond een enkeling vanuit het buitenland zijn
weg naar deze site als een plek waar hij of zij zijn spam kan deponeren in de
vorm van een commentaar op een van mijn stukjes. Een behoorlijk groeiend aantal
mag ik wel zeggen. Dus vindbaar ben ik zeker.

Afgelopen vrijdag schreef ik een stukje met de titel “Vertrouwen
en solidariteit” met het idee aan te geven dat welke ideologie,
levensovertuiging of marktmodel je ook aanhangt, het functioneren en overleven
ervan gebaseerd is en moet zijn, op deze twee grondwaarden. Ergens in de
geschiedenis ontdekte de mens dat een gevoel van solidariteit en
gemeenschapszin een groep sterker kon maken. Ons monetaire stelsel zou begonnen
zijn met het ruilen van schelpen vanuit de gedachte dat zij een bepaalde waarde
zouden kunnen vertegenwoordigen. De ontvanger van de schelp moest er vertrouwen
in hebben dat de schelp daadwerkelijk een ruilmiddel van waarde was. Beide
hebben sterk bijgedragen aan het vormen van onze moderne samenleving(en).

Heel opmerkelijk is dat ik na het schrijven van dit stukje
op dezelfde dag opeens bijna een verdubbeling kreeg van mijn aantal bezoekers en
wel vanuit allerlei delen van de wereld; de Filippijnen, Zuid Korea, Australië,
China, Oman, Frankrijk, Nieuw Zeeland, Groot Brittannië, Duitsland, Indonesië, Roemenie, Brazilië, Finland, de Verenigde Staten en Rusland. Ondanks dat ik onlangs op
ironische wijze mijn eigen vermeende scherpzinnigheid ten toon spreidde is het
niet erg aannemelijk dat de strekking van mijn stukje zo wereldschokkend en
inzichtscheppend was dat dit opeens de aandacht vanuit de hele wereld trekt.
Het was ook niet dat men alleen dit ene stukje las. Per bezoeker las men zo’n 8
columns.

Zouden deze bezoekers allemaal Nederlanders in den vreemde
zijn die massaal de behoefte voelden om te gaan zoeken op de steekwoorden
solidariteit en vertrouwen omdat ze dit zo missen in hun nieuwe thuisland? De
oorzaak moet denk ik gezocht worden in mijn gebruik van het woord “Communisme”.
Blijkbaar is dit woord, ruim 20 jaar na de val van de muur, nog steeds zo
beladen dat er overal alarmbellen op het internet afgaan als het woord ergens
opduikt en heb ik daarmee de aandacht getrokken van Big Brother. Als dat
werkelijk zo blijkt te zijn is dan is dat een tamelijk trieste constatering. Hopelijk
heb ik hiermee niet alle duiven in de wereld in een verdacht daglicht geplaatst,
zodat Big Brother nu opeens constateert dat er toch wel een groot aantal duiven
blijkt te zijn die op strategische plekken hun behoefte doen. Misschien wel in
een aanloop om de wereldorde omver te werpen.

Vertrouwen en solidariteit

Na de val van de muur in 1989 werd er geroepen dat dit
historische moment ook het ongelijk van het communistische model aantoonde.
Communisme en Kapitalisme zijn elkaars tegenpolen en nu 22 jaar later lijkt het
kapitalistische model te wankelen als wij alle beurs en mediaberichten volgen.

De Bankencrisis, de Schuldencrisis en Eurocrisis volgen
elkaar op. Dit keer treft het niet enkele landen zoals in 1989 maar hele
continenten. De denkfout die de critici in 1989 maakten is dat zij de invulling
van een ideologie en economisch model verwarden met hoe politici en machthebbers vorm
gegeven hadden aan deze ideologie. Communisme was verworden tot een synoniem
voor onderdrukking en dictatoriaal bewind wat al snel zijn weerslag had op de
uitwerking van de oorspronkelijke ideologie. De twee grote voorbeelden van landen
waar het Communisme ingang vond, de Sovjet Unie en China, hebben een
eeuwenlange traditie van autoritair bewind en de introductie van het Communisme
bracht daar geen verandering in.

Was het Communisme werkelijk failliet? Als wij kijken naar
de recente successen van China dan lijkt het tegendeel het geval. Ze lijkt er
beter voor te staan dan de grote voorbeelden van het Kapitalisme. De VS heeft
een staatsschuld van bijna 100% van het BNP en die van Japan bedraagt zelfs ruim
200%. De tijd heeft bewezen dat Communisme en Kapitalisme geen statische
modellen en ideologieën zijn. China heeft de laatste jaren de deuren voor zijn
markt meer en meer opengezet en een spectaculaire groei is het gevolg.

Binnen het Kapitalisme zijn groei en marktwerking het
adagium geworden en dat is lang goed gegaan maar het begrip groei is de
graadmeter geworden voor het succes. Zolang het vertrouwen in groei er is,
floreren de markten. De beurs met zijn steeds meer en meer verfijnde technieken
en producten is tot een windhandel verworden in het product “vertrouwen”. De
internet bubble, de Bankencrisis, de Schuldencrisis en de Eurocrisis zijn synoniemen
voor het gebrek en wegvallen van dit vertrouwen. Onze politici trekken alles
uit kast om dit vertrouwen weer te herstellen en ze lijken daarin maar niet te
kunnen slagen. Wat vooral bloot gelegd wordt is dat het gebrek aan solidariteit
een onderliggend probleem van het Kapitalisme lijkt te zijn. Hoge inkomens
versus lage inkomens, landen met schulden versus landen met wat minder schulden,
landen die wel hun gemaakte afspraken nakomen versus landen die dat niet doen
en landen die deals afsluiten waarbij ze de rekening willen leggen bij de
overige partners zoals Finland doet. Ook de overheid zelf toont zich naar haar
eigen bevolking meer en meer als een onbetrouwbare partner, waarbij het begrip
solidariteit ook steeds vaker een vies woord lijkt.

Kapitalisme heeft ons de afgelopen decennia veel welvaart
gebracht maar is het daarom een superieur economisch model en ideologie? Bij het Communisme was in ieder geval het uitgangspunt solidariteit. Net als bij intermenselijk
contact moet er sprake zijn van wederzijds vertrouwen en solidariteit. Zonder
deze twee elementen overleeft een ideologie, marktmodel en samenleving niet.

Voetstuk

Het beeld van J.P. Coen is van zijn sokkel gevallen, weliswaar
nadat het aangetikt was door een vrachtwagen, maar de persoon Coen was al enige
tijd onderwerp van discussie. Opvattingen en denkbeelden veranderen naarmate de
tijd verstrijkt en daarom lijkt het mij zinnig om het idee los te laten dat
wij pas een standbeeld oprichten als de betreffende persoon niet meer onder ons
is. Wat heeft de persoon er aan om het gepaste eerbetoon te krijgen als hij of
zij overleden is. Ze kunnen er niet zelf meer van genieten en hebben ook geen
inspraak meer in hoe het beeld er uit moet gaan zien en waar het geplaatst gaat
worden.

Daarom wil ik u als lezers de unieke gelegenheid geven geld te doneren om een standbeeld op te richten voor mij, waarmee u tot uitdrukking kunt brengen hoe u mijn scherpzinnigheid en humor waardeert. Samen kunnen wij dan een geschikte plek uitzoeken waar het beeld moet komen te staan. Zelf dacht ik aan de Dam of op het Binnenhof maar dit staat uiteraard open voor discussie. Hoe groter uw bijdrage, hoe meer zeggenschap u krijgt in het hele totstandkomingproces van dit project.

Als de tijden veranderen en mijn kwaliteiten niet langer passen in de tijdgeest dan heeft u als donateur er recht op om, als het moment daar is dat ik van het voetstuk val waarop u mij geplaatst heeft, uw aandeel in de oud ijzer opbrengst van het beeld te gelde te maken. Zie dit project dus als een eerbetoon aan mij en als investering en belegging in de toekomst waar u de vruchten van zult plukken. Metalen zullen steeds schaarser worden in de toekomst en omdat ik verwacht dat naarmate de tijd vordert men mijn grootsheid
meer en meer zal gaan waarderen zal het waarschijnlijk enige tijd duren voordat
u uw belegging kunt verzilveren in harde valuta, maar wel met een hoog rendement.

Zelf overweeg ik 1000 euro bij te dragen aan een standbeeld voor de grote communicator Mark Rutte. Om geheel in stijl te blijven met zijn recente prestaties zal hij teleurgesteld raken als hij merkt dat mijn toegezegde bedrag in werkelijkheid slechts 5 euro blijkt te zijn, dit omdat er een ingewikkelde berekeningsmethode achter mijn donatie steekt. Daar hij zich op basis van de door mij aan hem toegezegde donatie verrekent zal zijn standbeeld
uiteindelijk veel kleiner uitvallen dan dat van mij, daar ben ik van overtuigd.

Doe mee met deze nieuwe trend van het oprichten van standbeelden voor nog in leven zijnde personen en geef gul zodat mijn grootsheid straks uittorent boven die van Mark. Ik beloof dat ik op gepaste wijze zal genieten van het door u aan mij getoonde eerbetoon. Mocht mijn ego hierdoor tegen mijn verwachting in de onmenselijke proporties aannemen zoals die van bijvoorbeeld de heer Wiegel, dan beloof ik dat ik op eigen kosten hiervoor in therapie zal gaan. Mocht dit niet het gewenste resultaat opleveren dan val ik uiteindelijk vanzelf wel van mijn voetstuk. Toch?

Resomeren

De uitvaartbranche in Nederland wil een nieuwe techniek gaan
toepassen naast het cremeren en begraven, het zogenaamde resomeren. Bij deze
techniek wordt het lichaam in een machine gelegd en met een vloeistof opgelost
waarna er alleen wat poeder overblijft. Dit laatste zal wel uit het oogpunt
zijn dat de achtergeblevenen toch iets tastbaars willen behouden. Het is een
techniek die al in de VS en Canada wordt toegepast. Het wordt gebracht als een
nieuwe techniek maar wordt volgens mij al eeuwen toegepast door moordenaars die
hun slachtoffers in zuurbaden werpen om elk spoor van hun slachtoffer uit te
wissen. Een bijzonder grappig voorbeeld hiervan is te zien in een van de eerste
afleveringen van de Amerikaanse serie “Breaking Bad”.

Deze nieuwe techniek wordt verkocht onder het motto dat resomeren minder belastend is voor het milieu dan de traditionele manieren van uitvaart. Persoonlijk zie ik meer in het idee om ieder verzorgingshuis te voorzien van een crematorium. Dit biedt in mijn ogen een aantal voordelen op milieutechnisch, efficiency en sociaal gebied.

Iedere keer als er iemand overlijdt in het verzorgingstehuis, wordt de overledene samen met zijn inboedel verbrand in het aanleunende crematorium. De daarmee opgewekte warmte wordt gebruikt om de verwarmingsketels van het tehuis op te warmen zodat er warm water beschikbaar komt voor douchen en, afhankelijk van het seizoen, verwarming van de kamers. Zo zouden douchebeurten geconcentreerd kunnen worden rond de uitvaart van een van de medebewoners.

Natuurlijk levert dit gesprekstof op tussen de medebewoners over de vraag dankzij wie ze vandaag of, zoals tegenwoordig meer gebruikelijk is geloof ik vanuit efficiency overwegingen, deze week kunnen douchen. Dit versterkt de sociale samenhang van de groep. Was het Mientje van de vijfde met die mooie eikenhouten meubelen of Jaap van de derde? Als het Jaap is dan wordt het kort douchen dit keer, die had allemaal van die goedkope Ikea troep op zijn kamer.

De verzorgingshuizen zouden dankzij deze methode, aangevuld met wat zonnepanelen, geheel zelfvoorzienend kunnen worden in hun warmte en energie voorziening. Vanuit milieutechnisch oogpunt heel wenselijk.

Uiteraard zie ik ook wel wat nadelen. Er wordt op dit moment al wat afgepest in de verzorgingshuizen tussen de bewoners onderling. Tijdens een strenge winter zou dit ertoe kunnen leiden dat er een te grote groepsdruk ontstaat om het aanstaande overlijden van een van de medebewoners te bespoedigen omdat de temperatuur op de kamers begint te dalen vanwege het feit dat de doorloopsnelheid te laag ligt. Maar ja, dat is marktwerking en het helpt het probleem van de vergrijzing binnen de perken te houden. De norm zal dan worden: een goed verzorgingshuis is er een waar de schoorsteen altijd rookt.

Ben benieuwd of mijn idee de milieubewuste Benidormbastard meer aan zal spreken dan het vooruitzicht op resomeren.

Weigerambtenaar

Het COC is vandaag, in aanloop naar de Amsterdam Gay Pride,
een actie gestart tegen de weigerambtenaar. Dit is een ambtenaar van de burgerlijke
stand die weigert om partners van het gelijke geslacht te huwen.

Ik heb altijd aangenomen dat deze weigering voortkomt uit
een levenshouding, gevoel, religieuze beleving en overtuiging die niet strookt
met de gedachte dat mensen van hetzelfde geslacht getrouwd kunnen zijn. Ik ben
geen aanhanger van deze overtuiging en alle andere genoemde overwegingen, maar
ik vind het wel opmerkelijk en vreemd dat het COC nu op deze manier de aanval
inzet op het fenomeen weigerambtenaar.

Sinds 2001 mogen twee mensen van hetzelfde geslacht voor de
wet trouwen in Nederland en als ik mij goed herinner, is toen bij wet geregeld
dat er een overgangsregeling kwam waarbij al aangestelde ambtenaren van de burgerlijke
stand de mogelijkheid behielden om een zogenaamde weigerambtenaar te zijn.
Ambtenaren die aangesteld zijn na de aanname van deze wet hebben niet deze
optie om een zogenaamd homohuwelijk te weigeren. Het is dus een langzaam
uitstervend fenomeen, deze weigerambtenaar.

Ik denk dat het goed is dat deze overgangsregeling destijds
ingesteld is anders hadden de weigerambtenaren opeens van de ene op de andere
dag hun baan verloren omdat ze een bepaalde levensovertuiging hebben. Je kunt
niet zomaar een gevoel of overtuiging uitschakelen. Juist vanwege dit punt bevreemdt
mij deze actie van het COC.

Het homo zijn is door de eeuwen heen weggezet als een
afwijking en gelukkig raakt de maatschappij er meer en meer van doordrongen dat
dit een foute gedachte is. Net zoals ik mij hetero voel, zo voelt de homo zich
homo. Vanuit die gedachte is het heel vreemd dat de weigerambtenaar nu als
doelwit gekozen wordt. Deze mensen doen dit weigeren ook vanuit een gevoel en
om nu te zeggen dat je dit gevoel niet mag volgen is ongeveer hetzelfde als de
kerk, een van de grootste aanjagers van de homovervolging door de eeuwen heen, nu
homofilie billijkt maar nog steeds het praktisch belijden ervan verwerpt.

Net zoals de homo het recht heeft om zijn gevoel te volgen moet
dit ook gelden voor de weigerambtenaar. Er zijn volgens mij meer als voldoende
ambtenaren die een homopaar met veel plezier het huwelijksbootje in helpen.
Juist om die plezierbeleving moet je juist bij die ambtenaren zijn als je de
stap neemt om te trouwen. Of wil je getrouwd worden door iemand die de
ceremonie tegen heug en meug doet omdat hij of zij daartoe verplicht wordt en
anders mogelijk zijn baan verliest? Lijkt mij geen goede insteek. De weigerambtenaar
verdwijnt echt wel vanzelf van het toneel. COC, richt je pijlen op andere zaken
en volg niet deze weg van het nagelen aan de schandpaal. Die methode heeft de homowereld zelf te lang parten gespeeld.

Stopwoorden

Ieder tijdsgewricht heeft zijn specifieke woordgebruik en
stopwoordjes. In mijn jeugd was vroeger iets gaaf, tegenwoordig is het vet en
voor mijn tijd was iets mieters.

Vanuit het niets gebruiken hele volksstammen opeens woorden als “Absoluut” en “Zeker weten”als overtreffende trap voor het gebruik van het woord “inderdaad”. Geen idee waar het vandaan kwam maar opeens was het er. Misplaatste en nietszeggende begrippen in mijn ogen, want wat is er, behalve de dood, nu echt zeker in het leven? Mooi weer vandaag hé, Absoluut, zeker weten! Het irriteert mij.

Nog meer irritatiegevoelens roept het gebruik van stopwoorden
op als, weet je, weet je wel, zeg maar en je weet wel. Gooi daar dan de nieuwste trend
bovenop van het gebruik van het woord “Ja” op een vragende manier, dat op de
meest idiote manieren en plaatsen in een zin gebruikt wordt, liefst meermalen
binnen één zin. Constant heb je dan het gevoel dat je staat te praten met een
zwakbegaafde Limburger die een overmatige behoefte heeft aan zelfbevestiging, immers die eindigt al standaard bijna al zijn zinnen met het vragende woordje “hè”. Telkens als dit soort woorden opduiken bij een gesprekspartner moet ik de neiging onderdrukken om na de zoveelste “weet je wel” te zeggen, nee dat weet ik niet. Of na de
derde vragende “ja” in een zin opeens nee te zeggen. Alleen maar om te kijken
of de ander werkelijk iets in huis heeft en mij iets zinnigs te vertellen
heeft.

Ook een irritante is het gebruik van de woorden “Hoi hoi” als
begroeting. Ik denk dan, daar heb je er weer een met een gespleten
persoonlijkheid. De verzachtende omstandigheid in dit geval is dat ik het
tegelijkertijd wel sympathiek vind dat al die persoonlijkheden de moeite nemen
om mij afzonderlijk te begroeten. Of is het zo dat de ander mij goed denkt te
kennen en op die manier al de persoonlijkheden die in mij huizen, afzonderlijk
begroet? Zou om deze reden de genoemde stopwoordjes zo vaak gebruikt worden? Omdat
het voor de spreker onduidelijk is welke van mijn persoonlijkheden hij of zij op
dat moment voor zich heeft? Het niet duidelijk is welke persoonlijkheid iets
wel weet of niet weet?

Ligt de oorzaak van mijn irritaties nu bij mij of Is het gebruik
van dit soort stopwoorden een uiting van de schizofrene wereld waar wij in leven?
Ik ben, ja,  in verwarring, ja,  zeg maar, weet je wel? Absoluut, zeker weten! Ik laat het voor nu maar even hierbij.

Doei doei.