Na bijna 52 rondjes rond de zon gemaakt te hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat je de wereld grofweg kunt verdelen in gevers, nemers en Limburgers. Persoonlijk vind ik de rol van gever de meest bevredigende. Er steekt ontzettend veel plezier en bevrediging in liefde, energie, aandacht en zo af en toe een aardigheidje aan een ander toe te delen.
Met het verstrijken van de jaren merk ik echter dat, zoals de gever zijn bevrediging haalt uit het geven, de nemer dit blijkbaar ook zo beleeft. Het grote verschil tussen geven en nemen is echter dat het geven aan grenzen onderhevig is. Er is een grens aan wat je kunt en wilt geven aan een ander. Bij de nemer lijkt deze grens meer en meer op te schuiven waardoor wat eens als bijzonder werd ervaren al spoedig als normaal, vanzelfsprekend en tot norm verheven wordt. Als gever loop je daar uiteindelijk in vast.
Laat ik een voorbeeld uit de praktijk geven. Vijftien jaar geleden woonde ik in een huis dat stamt uit 1876 en zo’n oud huis gaat gepaard met muizen. Op een dag keek ik naar een van mijn katten en zie dat Jopie een muis gevangen heeft. Katten hebben vier grote hoektanden en daartussen kleine tandjes. Ik keek naar een tafereel waarbij zowel Jopie als de muis mij aankeken. De kop van de muis stak tussen de vier hoektanden uit en vanuit die positie bewoog hij zijn hoofd in het rond terwijl de rest van zijn lichaam in de bek van de kat stak. Hoe ontroerend dit schouwspel ook oogde, besloot ik snel een einde te maken aan dit tafereel want ik wist uit ervaring dat Jopie op het gebied van fast food een nemer is en dit bloedig ging eindigen. Ik wrikte de bek van de kat open en gaf de muis zijn vrijheid terug.
Inmiddels woon ik veertig kilometer verder, maar de muizen tamtam reikt ver. Mijn reputatie binnen de muizenwereld is mij blijkbaar vooruit gesneld. Het parool lijkt te zijn; hij doet je toch niets. Sinds het overlijden van mijn katten hebben de muizen vrij spel in mijn huis. Regelmatig zag ik er een over het aanrecht wegstuiven als ik de keuken binnenkwam. Zo af en toe wist ik er een in het nauw te drijven die ik dan vervolgens kon vangen. Die zette ik dan buiten in de tuin. Maar hoe meer ik er ving des te brutaler ze werden. Stoven ze in het begin nog in volle vaart weg, nu namen ze de tijd om, voordat ze in hun schuilplaats verdwenen, nog even te stoppen en om over hun schouder mij even recht in de ogen te kijken. Vertederend maar duidelijk grensverleggend.
Langzamerhand begon het er op te lijken dat ze zelfs doelbewust mijn gezelschap op kwamen zoeken. Soms hoorde ik getrippel en zag dan vanuit mijn ooghoek een muis door de woonkamer rennen om dan vervolgens mij vanachter een luidspreker aan te gaan zitten staren. Een dieptepunt was toch wel toen ik, met de wc deur open, zittend op de wc pot, een muis aan zag komen trippelen. Hij keek mij aan en naderde mij tot op 20 cm van mijn voeten. Met mijn broek op mijn enkels was ik natuurlijk volledig geïmmobiliseerd en daar maakte hij nogal grof misbruik van. Ik heb hem toen wat vervelende woorden naar zijn hoofd geworpen en dat hielp.
Een tijd lang zag ik hem niet meer zo prominent. Zo af en toe een schim, soms uitdagend voorbij scharrelend als ik achter de computer aan het werk was, maar daar bleef het lange tijd bij. Tot gisterochtend. Nadat ik mijn ontbijt op had liep ik de slaapkamer in om een kledingsstuk te pakken van de stapel kleren die er op de grond lag. Ik til mijn broek op om mijn gsm uit mijn broekzak te pakken en vanonder de broek komt de muis tevoorschijn. Hij bleef roerloos zitten. Ook toen ik door mijn knieën boog om goed te kijken of het nu echt waar was wat ik zag. Ik kon hem zo oppakken, hij wist toch al hoe het ging eindigen, om hem in de tuin te zetten.
Mijn huis lijkt nu muisvrij maar het neemgedrag door jullie muizen is nu echt te ver gegaan. Ik waarschuw jullie: de volgende die ik vang zet ik uit in Limburg en dat is een vooruitzicht waarbij voor eenieder de koude rillingen over de rug moeten gaan lopen.