Duurzaamheidschaamte

Het jaar 2019 stond in het teken van het woord “duurzaamheid” en daarmee verbonden met het woord schaamte. Als je vliegt, de auto gebruikt, de kachel hoog zet of geniet van een drankje voor een knapperend haardvuur dan moet je, naast het genot dat deze activiteiten je geven, je ook schamen vanwege de aanslag die je daarmee doet op de (toekomstige) leefbaarheid van onze planeet. Dat is de boodschap die je van alle kanten te horen krijgt.

Laatst stond er een jonge jongen voor mijn deur die mij vroeg of ik duurzaam leefde en of ik er mij bewust van was hoe bedreigend het voor zijn toekomst zou zijn als ik dat niet zou doen. Dat laatste stuitte mij tegen de borst want hij had het over zijn toekomst en niet over onze toekomst. Bij voorbaat leek hij, vanwege mijn leeftijd, er van uit te gaan dat ik medeverantwoordelijk was voor alle bedreigingen die er lijken te liggen voor zijn toekomst. Ik onderdrukte de neiging om zijn leven af te zetten tegen die van mij en geen subtiele vragen te gaan stellen als: ‘wanneer ben jij voor het laatst op vakantie geweest, hoe vaak dit jaar, met het vliegtuig, wil jij later kinderen en weet je hoe milieubelastend die zijn?’ Ik ben van de generatie die de oliecrisis van 1973 bewust meegemaakt heeft en altijd een betrokkenheid getoond heeft bij het welzijn van mijn leefomgeving. Dus bewust omgaan met vervuiling en energie.

De maatschappelijke discussie over duurzaamheid is te complex om te voeren aan een voordeur. Vooral ook omdat ik de indruk heb dat men in de verste verte geen antwoord heeft hoe de klimaat- en duurzaamheidskwestie duurzaam opgelost moet worden. Maatregelen die nu voorgesteld worden lijken weer nieuwe problemen te creëren voor de toekomst . Ik denk nu even aan elektrische auto’s en hoe in de toekomst om te gaan met de afgedankte accu’s. Het woord duurzaamheid wordt in deze context dus nogal misbruikt. Wordt er met duurzaamheid nu bedoeld dat iets lang mee moet gaan (dan is plastic hartstikke duurzaam), weinig impact moet hebben op onze leefomgeving, of dat het zo min mogelijk energieverbruik met zich mee brengt?

Het is een moeilijke materie, maar ik wil op mijn eigen manier toch mijn bijdrage leveren aan dit grote maatschappelijke probleem en daarbij ga ik voor de interpretatie waarbij het begrip duurzaamheid gekoppeld wordt aan de hoeveelheid energie dat iets kost om het tot stand te laten komen en in stand te houden. Vanaf nu probeer ik mijn contacten en vriendschappen zo duurzaam mogelijk in te vullen. Ik steek er voortaan zo min mogelijk energie in, daar wordt de wereld vast stukken beter van.

Aanleuncrematoria

Afgelopen week werd bekend dat ouderen wier gezondheid niet meer toelaat om zelfstandig te blijven wonen en er (financieel) warmpjes bij zitten een eigen bijdrage moeten gaan betalen als ze de overstap gaan maken naar een verzorgingstehuis.

Deze maatregel is een logisch uitvloeisel van de ideeën die deze regeringscoalitie samengebracht heeft. De VVD staat op het standpunt dat als je geen nuttige (financiële) bijdrage meer levert aan de samenleving, je dan moet bloeden. De PVDA lijkt zich meer en meer in deze visie te kunnen vinden sinds ze besloten heeft de nadruk op het woord arbeid te leggen in haar naamgeving. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze haar andere verkiezingsbeloften van solidariteit, werkgelegenheid en duurzaamheid uit het oog verloren heeft.

Uit een welingelichte bron bij het betrokken ministerie die anoniem wil blijven (code naam “Hete luchtoven”) heb ik vernomen dat de nu bekend geworden plannen slechts een eerste stap zijn in een reeds tot in detail uitgewerkt plan. De geïnde eigen bijdragen zullen aangewend worden voor de realisering van een project waarbij zowel de doelstellingen van VVD en PVDA in een ruilhandel gerealiseerd worden. De VVD zorgt voor het bloeden en de PVDA zorgt dat de componenten solidariteit, werkgelegenheid en duurzaamheid genoegzaam aan bod komen.

Het idee is als volgt; de geïnde eigenbijdragen worden gebruikt voor de realisering van zogenaamde aanleuncrematoria bij de verzorgingstehuizen. De lichamen van de overleden bewoners van de verzorgingshuizen, in de ambtelijke stukken aangeduid als biomassa, worden verbrand in de nieuw gebouwde aanleuncrematoria. De warmte die daarbij vrijkomt wordt gebruikt om het betreffende verzorgingstehuis van warmte en warm water te voorzien. De behoefte aan warmte is het grootst gedurende de wintermaanden en dat is de periode waarin de meeste ouderen het tijdelijke voor het eeuwige inwisselen. Er zijn berekeningen gemaakt waarvan de uitkomst is dat de verwachte doorstroomsnelheid voldoende zal zijn om een continue warmtevoorziening te waarborgen. Mocht dit echter niet het geval zijn dat is de aanname dat door de lagere temperatuur in het verzorgingstehuis deze doorloopsnelheid vanzelf weer stijgt.

Als Trudy van 5c gecremeerd wordt kunnen de andere bewoners dat moment benutten om behaaglijk tegen de CV aan te kruipen of genieten van een warme douche en daarbij warme gedachten te hebben aan de nagedachtenis van Trudy. Dit is het solidariteit aspect.

De duurzaamheid zit in het feit dat het verzorgingstehuis op deze manier zelfvoorzienend wordt in haar warmtevoorziening zonder een al te grote belasting te vormen voor het milieu. De werkgelegenheid wordt gestimuleerd door de bouw van de zogenoemde aanleuncrematoria. Sinds de woningmarkt op zijn gat ligt lijkt dit de impuls die bouwend Nederland goed kan gebruiken.

Door het op deze manier terugbrengen van de energiekosten van de verzorgingstehuizen lijkt er ook weer financiële ruimte te komen voor de verzorging van de bewoners. Ik heb al gezien dat er plannen liggen om de bewoners in plaats van biscuitjes bij de thee, te verassen met gevulde koeken!

Een aspect van deze plannen lijkt mij toch onderbelicht te blijven in de plannen voor zover ik ze tot nu toe gezien heb en dat is dat de oudjes tijdens een heel koude winter gaan beraadslagen welke zwakkere in hun samenleving die dag voor een warme douche moet gaan zorgen. Maar wat de uitkomst ook mogen zijn van een dergelijk weerzinwekkend overleg, het is wel tot stand gekomen via een democratisch proces.

Duurzaamheid

Het begrip duurzaamheid is waarschijnlijk een van de meest gebruikte en misbruikte woorden van 2012.

Rijd je in een Prius dan ben je duurzaam bezig, althans totdat een onderzoek aantoont dat de auto weliswaar minder schadelijke stoffen uitstoot tijdens het rijden maar dat als je het productieproces en de belasting van het milieu meetelt als de auto aan het einde van zijn levensduur gekomen is. Dan blijkt de Prius schadelijker te zijn voor het milieu dan de doorsnee personenauto, dat zegt tenminste een artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Tel daar nog eens bij op dat deze auto vooral toegepast wordt in de leasemarkt vanwege zijn lage bijtelling. De leasemaatschappijen zijn er nu achter gekomen zijn dat de benzinekosten voor de Prius gelijk blijken te zijn aan die van een niet hybride personenauto in dezelfde gewichtsklasse. Dat laatste kan natuurlijk niet geheel als een verassing komen want de zakelijke rijder beweegt zich vooral voort op de snelweg en dat is niet het werkterrein van de elektrische motor die juist helpt om de uitstoot van dit soort auto’s te beperken. De grotere milieubelasting zit hem vooral in de aanvoer en uiteindelijke sanering van de grondstoffen die benodigd zijn voor de accu’s die het hart van deze auto vormen.

Hetzelfde verhaal gaat op voor spaarlampen en de koffiebonenschillen uit Colombia die mee gestookt werden in de Amer kolencentrale. Daar maakte Essent enkele jaren geleden goede sier mee. Door het mee stoken in een traditionele kolencentrale zou er opeens sprake zijn van groene stroom omdat het dan biomassa betreft. Wat er niet bij verteld werd was deze schillen met schepen over zee aangevoerd werden. Deze schepen verbranden de meest vervuilde brandstof die je maar kunt bedenken, namelijk scheepsstookolie, vaak chemisch verontreinigt. Zo kwamen ook de houtsnippers uit Canada in een Nederlandse elektriciteitscentrale terecht.

Zonnepanelen gemaakt in China bleken zo’n aanslag voor het milieu op de plek waar ze geproduceerd werden, dat de plaatselijke bevolking in opstand kwam. Palmolie als biobrandstof blijkt een aanslag te plegen op het tropisch regenwoud, de longen van onze aarde. Biobrandstof wordt tegenwoordig verplicht in onze benzine bijgemengd als milieumaatregel. Zo vormt deze maatregel de voedingsbodem voor het verder verdwijnen van de bossen in de tropische regionen.

Kortom mooie initiatieven om het tij van roofbouw op onze planeet te keren maar nader beschouwd blijken al deze uitwerkingen niet het antwoord te zijn op de onderkenning van ons probleem dat wij niet duurzaam omgaan met onze leefomgeving.

Duurzaamheid is een begrip geworden wat vooral misbruikt wordt door industrie, politiek en gladde marketing jongens. Het geeft aan dat wij eigenlijk nog steeds geen blijvend antwoord kunnen bedenken voor het probleem dat zich steeds prangender aandient. De kern zit hem in het woord blijvend. Producten produceren die blijvend een minimale belasting voor het milieu vormen zowel bij de vorming, het gebruik, als aan het einde van hun levensduur.

Vandaag is het de dag van de duurzaamheid en om dit een beetje op te tuigen is de Duurzame 100 opgesteld. Een lijst van mensen die zich inzetten voor duurzame ontwikkeling. Tot mijn verbazing maakt koningin Beatrix deel uit van die 100. Dit omdat ze in haar kersttoespraak opriep tot meer duurzaamheid. Dat is natuurlijk volstrekt nietszeggend. Ik ken tal van mensen die daartoe oproepen maar die krijgen niet het podium dat zij krijgt. Dat podium krijgt zij alleen op basis van haar Koninklijke geboorte, maar heeft niets met uitgewerkte en goeddoordachte ideeën over het onderwerp te maken.

Persoonlijk heb ik jaren geleden al besloten om duurzamer door het leven te gaan en ik roep mensen op om mijn voorbeeld te volgen. Als het buiten kouder wordt zet ik de verwarming aan in huis, maar net op een temperatuur die eigenlijk ronduit onbehaaglijk te noemen is. Ik word daar chronisch chagrijnig van en daardoor snijdt het mes van mijn bijdrage aan duurzaamheid aan twee kanten. Geen mens zoekt in deze periode van het jaar mijn gezelschap meer op waardoor er heel veel onnodige autokilometers vermeden worden om bij mij op bezoek te komen. Zelf ben ik ook te chagrijnig om hen te bezoeken. Een win win situatie dus. Of toch niet? Want in de uren waarop mijn vrienden mij zouden bezoeken zouden ze hun kachel lager zetten en dat doen ze nu niet. Meer mensen in een ruimte maakt dat de kachel nog lager kan.

Het verbaast mij trouwens dat Rutte niet genoemd wordt op die lijst van 100 want die heeft de afgelopen tijd toch echt zijn best gedaan om een duurzame scheiding in de samenleving aan te brengen. Een toenemend aantal mensen moet hun kachel lager zetten omdat de financiële rek er bij hen door het kabinetsbeleid volledig uit is. Daar tegenover staat de groep die het al goed hadden en nog steeds goed hebben. Eigenlijk volgt hij mijn oplossing, ik zie een toenemend deel van de bevolking chagrijnig worden en intolerant voor zijn omgeving.

Wit asfalt

Gisteren was een heerlijke nazomerdag waarbij de temperatuur
in de stad volgens het display van mijn elektrische fiets beduidend hoger lag
dan de voorspelde 22 graden. Volgens Groen Links uit Nijmegen komt dit door de
warmteabsorptie van zwart asfalt. Zij bepleiten wit asfalt wat een betere
lichtreflectie heeft waardoor de temperatuur wat minder hoog zal liggen in de
stad, waardoor het energieverbruik van airco’s en ventilatoren zal dalen.
Waarschijnlijk zal het als bijeffecten hebben dat vraag naar zonnebrillen gaat
stijgen vanwege al dat weerkaatste licht en de reiniging- en energiekosten exploderen
om deze witte wegen enigszins schoon te houden zodat dit beoogde effect niet
verloren gaat.

Alle ideeën op het gebied van duurzaamheid lijken op termijn
een keerzijde te hebben die vragen opwerpen over de werkelijke duurzaamheid van
het product of toepassing. Enkele voorbeelden die zo in mijn hoofd schieten:

Met koffieboonschillen groene elektriciteit opwekken. Deze schillen
moeten eerst verzameld worden met vrachtauto’s in Zuid Amerika om vervolgens
per vrachtschip, die varen op de meest vervuilende stookolie die je maar kan
bedenken, naar Nederland vervoerd te worden naar de Amer centrale. Alwaar ze
als bijstook gebruikt worden in een kolencentrale! Waar ligt de milieuwinst in
deze onderneming? Een lokale toepassing van deze schillen in Zuid Amerika ligt
meer voor de hand.

De toepassing van zonnepanelen lijkt een heel goed
initiatief maar steeds meer bereiken ons berichten dat de productie van deze
panelen enorm milieubelastend is, zo als onlangs in China. Een heel dorp kwam
in opstand omdat de fabriek die ze produceert een enorme aanslag pleegt op de
ecologie van de omgeving.

Het afschaffen van de traditionele gloeilamp. Een prettig
bijeffect van deze lamp is dat hij door zijn inefficiënt energiegebruik en
warmteproductie zijn omgevingsruimte verwarmd. Dit schijnt een niet te
verwaarlozen effect te zijn wat gunstig uitpakt in de wintermaanden als wij
lampen gaan ontsteken. Het drukt het gasverbruik om de woning warm te stoken.
Daarnaast is de spaarlamp te betitelen als chemisch afval.

De inzameling van oude autobanden. Deze verdwijnen
overwegend naar ontwikkelingslanden waar ze vooral broedplaatsen blijken te
worden voor de malariamug. Wat weer andere problemen met zich meebrengt.

Het gebruik van bio-ethanol als brandstof blijkt ten koste
te gaan van landbouwgrond en te leiden tot ontbossing.

De grote windmolens zijn horizonvervuilend en blijken
desastreus voor vogels tijdens hun trek naar Afrika en terug in het voor- en
najaar.

Het gebruik van de Hybride auto. Afgezien van de milieubelasting
dat de grondstoffen voor de accu’s gewonnen worden in Canada om vervolgens naar
Japan verscheept te worden, blijkt de Prius vanwege zijn hoge aanschafprijs
vooral gebruikt te worden door de leaserijder. Die heeft deze auto niet vanwege
zijn bewustzijn en betrokkenheid met het milieu maar vooral omdat zijn baas een
bepaald imago uit wil stralen naar zijn klanten. Als een Prius echt op zijn
staart getrapt wordt verbruikt hij bij hoge snelheden meer brandstof dan de
doorsnee sportwagen zou doen bij diezelfde snelheid.

Verf is milieuvriendelijker geworden en minder belastend
voor het milieu. Wat ik er van merk is dat ik, in tegenstelling tot vroeger, nu
drie lagen op iets moet smeren in plaats van één om een dekkend resultaat te
krijgen. Is deze moderne verf drie keer minder milieubelastend dan de oude verf?
Als dat al zo zou zijn dat is de nettowinst nul, want ik heb drie keer zoveel
nodig. De enigen die er beter van worden zijn de verfproducenten en verkopers,
die hun omzetten hebben zien stijgen. Niet het milieu, immers er zijn drie keer
zoveel verpakkingsmaterialen nodig om hetzelfde effect te behalen. Deze
vergroten de afvalberg alleen maar nog meer.

Ik ben een voorstander van het uitgangspunt om het milieu zo
min mogelijk te belasten maar de ideeën die gepromoot worden op dit gebied
lijken vaak niet goed doordacht en vaak een tegengesteld effect te
bewerkstelligen op andere terreinen.

Wat betreft het witte asfalt, dat vind ik een slecht idee.
Maak het asfalt nog donkerder zodat het nog meer warmte absorbeert. Leg
leidingen in dit asfalt waardoor het water dat door deze leidingen stroomt,
verwarmd wordt. Gedurende de zomer heeft dit een koelend effect op het asfalt
waardoor het minder warm wordt. Sla dit verwarmde water op in ondergrondse
opslagputten en pomp dit verwamde water op in de winter. Het asfalt zal minder
snel bevriezen, weer snel sneeuwvrij zijn en de slijtage aan de wegen door
bevriezing zal ernstig teruggebracht worden. Minder verkeersongelukken door sneeuw
en bevriezing en geen milieubelasting door pekel en zout dat anders gestrooid
zou moeten worden.

Zou dit een idee zijn waar het milieu werkelijk mee geholpen
wordt en zitten er geen keerzijden aan voor het milieu?