Achter de feiten aanlopen

Al eeuwenlang probeert de mensheid de natuur te verklaren en deze te vangen in wetten. Dit is een proces geweest waarbij telkens deelgebieden langzaam in kaart gebracht werden. Dankzij Archimedes, Newton en Einstein werd ons begrip steeds groter van hoe zaken in elkaar grijpen. Maar de allesomvattende wet die alles verklaart en met elkaar in verband brengt is nog steeds niet in zicht.

Economie is een relatief jonge wetenschap die ook op haar beurt tracht de interactie van consumptie, productie, aanbod en vraag van goederen in kaart te brengen door middel van wetten. Men tracht onze economische samenleving te vatten in modellen waar op deze wetten los gelaten worden en hoopt zo een voorspelling te kunnen doen over toekomstige ontwikkelingen. De makke van deze modellen is dat een model nooit alle aspecten van de samenleving kan bevatten. Zeker niet in deze tijd waarbij de waan van de dag hoogtij viert en politieke overwegingen tot heel vreemde besluitvorming kan leiden met alle gevolgen van dien. Het feit dat het CPB, onze nationale modellenbouwer, in de afgelopen 30 jaar 37 voorspellingen deed waarvan 3 correct bleken laat wel zien dat de kunst van het modellen bouwen nog steeds in zijn kinderschoenen staat.

De bron van de meeste hedendaagse gangbare economische theorieën is gebaseerd op de grote crisis in 1929. Historische gegevens worden gebruikt om economische wetten op te sporen en te duiden. Maar daarmee is nog niet gezegd dat een vermoeden van een economische wet ook daadwerkelijk een economische wetmatigheid is. Binnen de economische wetenschap bestaan verschillende kampen die met verschillende interpretaties tot elk hun eigen visie komen. Zo heb je het kamp dat de lijn aanhangt van overbesteding in tijden van crisis en onderbesteding in tijden van voorspoed en het kamp dat juist het omgekeerde bepleit.

In Nederland heeft het kamp dat de laatst genoemde theorie bepleit op dit moment de overhand onder de economen en veel (rechtse) politici. Zij willen in tijden van crisis bezuinigen om te voorkomen dat de staatsschuld te ver oploopt en vinden het effect van overbesteding, waarbij de overheid als aanjager fungeert van een in het slop geraakte economie, een voorbode voor toekomstige problemen. Omgekeerd zijn de pleiters voor overbesteding ervan overtuigd dat door het verhogen van de overheidsuitgaven tijdens een crisis de economische motor draaiende gehouden wordt. De eventuele oplopende staatsschuld wordt dan terugbezuinigd in tijden van voorspoed waarin iedereen het zich kan veroorloven om ook met iets minder genoegen te nemen.

In welk kamp men zich ook bevind, feit blijft dat de huidige gangbare economische theorieën gebaseerd zijn  op interpretaties van economische fenomenen uit het verleden. Je zou hardop kunnen zeggen dat economen eigenlijk constant achter de feiten aan lopen. Het zijn net historici.

Vaak wordt geroepen dat de geschiedenis zich herhaald. Maar in werkelijkheid zijn er altijd aspecten die maken dat de er toch altijd (grote) verschillen tussen de twee situaties blijken te zijn. Zodat de situaties uiteindelijk toch niet vergelijkbaar blijken te zijn. Net als bij de modellen van economen. Misschien wordt het tijd voor een fusie tussen Economie en Psychologie zodat menselijk denken en handelen, al dan niet verward, beter gevat kunnen worden in toekomstige economische modellen?

 

Nu zitten er in het Catshuis twee historici, een bedrijfseconoom en een verwarde roeptoeter te overleggen en te beslissen over de economische toekomst van Nederland voor de komende jaren. Met als uitgangspunt de economische modellen van het CPB. Ik houd mijn hart vast voor wat er uit deze combinatie gaat komen. Zeker is in ieder geval dat de verwarde ideeën van de roeptoeter niet in een huidig economisch model te vangen zijn en door te rekenen.

Uitleg

Vanochtend staat er op de voorpagina van Volkskrant het nieuws dat de weg vrij is voor de toetreding van Kroatië tot de EU. Bij dit soort aangekondigde toetredingen begin ik meer en meer het idee te krijgen dat het steeds minder gaat om een geschikte kandidaat toe te voegen aan “ons” Europa, als wel dat het gaat om het idee dat wij maar moeten blijven groeien. Net zoals er tegen de economie aangekeken wordt; zolang er groei is gaat het goed met ons.

Wanneer wij vanuit diezelfde gedachte kinderen zouden nemen dan zouden we ondertussen gezinnen hebben met 20 kinderen of meer. Een gezin bereikt op een gegeven moment een optimale omvang voor de betrokken ouders. Dit wordt ingegeven door allerlei praktische en gevoelsmatige overwegingen. De grootte van onze huizen is niet toereikend, ons inkomen is niet groot genoeg om het welzijn van het gezin te garanderen enzovoort. Na het bereiken van de optimale gezinsgrootte zal ieder nieuw kind dat verwelkomd wordt, een onevenredige aanslag plegen op het welzijn van de al aanwezige kinderen en de ouders, als is het maar dat de kans op het krijgen van een probleemkind dan steeds groter wordt. Het welzijn van een organisatie/gezin moet niet ingegeven worden door de groei die het doormaakt. Die groei moet geen doel op zich zijn.

Wat mij opviel in het artikel was dat onze premier over deze beoogde toetreding zei: “Dit valt heel goed uit te leggen”. Ik dacht, daar gaan we weer. Tijdens de eerste kabinetten Balkenende was het zogenaamde probleem dat hun ideeën geweldig goed waren voor ons land, alleen wij burgers begrepen het niet goed. Althans, dat was de uitleg van de toenmalige bewindslieden. Het probleem zat dus zogenaamd niet in de kwaliteit van de plannen maar in het feit dat ze er niet in slaagden om het ons het goed uit te leggen. Waren wij nu werkelijk te dom om hun plannen goed op hun kwaliteit te beoordelen?

De kern van de eerste drie kabinetten Balkenende was de combinatie CDA en VVD. Blijkbaar was de kwaliteit van hun briljante plannen toch niet zo goed voor het land op de midden lange termijn als zij toen dachten. De rigoureuze ingrepen die het huidige kabinet nu voor ogen staan worden verkocht onder het motto “wij hebben een heel goed verhaal”. Wederom vanuit de gedachte dat wij als burgers het niet goed begrijpen. Een gouden combinatie dat CDA en VVD, de één predikt marktwerking en de ander normen en waarden. Het levert merkwaardige korte termijn oplossingen waarbij het een ten koste gaat van de ander, of tenminste bijt.

Politiek is verworden tot korte termijn marketing. Het gaat niet om de kwaliteit die je levert maar om hoe je het verkoopt. Al het andere wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.