Zo af en toe hoor ik op de radio een persoon zeggen dat iemand hun held is, vaak blijkt dit dan een of andere popmuzikant te zijn. Persoonlijk heb ik niet zoveel met het begrip held. Ik zou in ieder geval niemand kunnen bedenken die ik als mijn held beschouw. Zeker niet als ik dan daarbij de definitie hanteer die de dikke van Dale geeft voor het begrip held; “iemand die uitblinkt door moed”. Hoezo, kan je met zo’n definitie een muzikant tot held uitroepen?
Vanochtend viel er een brief op de mat afkomstig van de gemeente Den Haag waarin verteld wordt dat ze op zoek zijn naar helden. Het schijnt dat er ruim 158.000 Haagse helden zijn, dit op een inwoneraantal van ruim 500.00 mensen. Dit betekent dat een op de drie mensen die ik op straat tegenkom dus in potentie een held is. Dat lijkt mij toch een lichte uitholling van het begrip held. Maakt Den Haag hiermee kans om uitgeroepen te worden tot de stad die procentueel de meeste helden herbergt ter wereld? Rennen al die mensen de hele dag rond om met gevaar voor eigen leven mensen uit brandende huizen te trekken of ander onheil af te wenden? Dan kan het toch niet anders zijn dan dat ze met enige regelmaat de hulpdiensten voor de voeten lopen en volgens mij is dat juist weer iets waar de overheid ons in toenemende mate voor waarschuwt dat toch juist niet te doen?
Verdere lezing van de brief geeft gelukkig opheldering. Het blijkt dat deze mensen vrijwilligerswerk doen! Moedig strijdend voor het in standhouden van sportverenigingen, zorginstellingen en bewonersorganisaties en andere activiteiten, die anders niet meer voort zouden kunnen bestaan door de intensieve bezuinigingen die afgelopen jaren de burger treft. Dit laatste staat niet met zoveel woorden in de brief, maar het verband is onmiskenbaar.
Om nieuwe helden te ronselen heeft de gemeente zelfs een heuse website in de lucht gebracht: www.haagsehelden.nl . Benieuwd hoeveel nieuwe helden er noodzakelijk zijn om de volgende bezuiniging die het welzijn van haar burgers aantast succesvol door te kunnen voeren.
De brief is verstuurd door de wethouder van Jeugd, Welzijn en Sport, Karsten Klein en in mijn boek is hij de ware held in dit verhaal. Deze brief versturen, waarin hij onverholen een beroep doet op de burger om zo zijn eigen politieke doelen te verwezenlijken (bezuinigen). De nadenkende potentiële Haagse held zal zich bij zo’n oproep toch een paar keer achter zijn oren krabben lijkt mij. Zeker met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht. Karsten is een moedig man.
