Gisteren rolden de media, radio en tv, over elkaar heen om te vermelden hoe zeer Mladic zich misdragen zou hebben in de rechtszaal en vervolgens verwijderd werd. Nu is dat als buitenstaander moeilijk te beoordelen en moet je afgaan op de informatie die je aangereikt krijgt.
Toen ik het eerste commentaar over het voorval op de radio hoorde, begeleid met geluidsfragmenten waarbij je hoorde hoe Mladic door het betoog en vragen van de rechter heen sprak, kreeg ik inderdaad de indruk dat daar iemand zat die zich misdroeg en geen respect voor de rechtbank opbracht. Toen ik echter de tv-beelden zag, waarbij de Servische woorden van Mladic ondertiteld werden, ontstond er een heel ander beeld bij mij.
Afgezien van het petje op, petje af incident, waar ik vanuit mijn eigen gezondheidspositie en mijn gevoeligheid voor temperaturen en temperatuursovergangen zeker begrip voor op kan brengen, bleek het vooral te draaien om het feit dat hij geen antwoord wilde geven of hij zich schuldig acht aan de voorgelezen aanklachten. Een vraag die cruciaal is voor het verloop van het proces en de opbouw van het betoog van de verdediging. Nu wil het verhaal dat hij tijdelijk een advocaat toegewezen gekregen heeft door het hof. Dat is niet de advocaat van zijn keuze en ik zou in zo’n positie ook geen antwoord geven op de vraag of ik mij schuldig acht aan de opgesomde aanklachten. Dit is wat hij telkens herhaalde als antwoord.
Nu is er de situatie dat de aanklagers jaren de tijd gehad hebben om de aanklachten tegen hem te formuleren terwijl hij als verdachte kort na zijn arrestatie voorgeleid wordt en geen tijd gehad heeft om zijn verdediging goed voor te bereiden. Als je als rechtbank zo te werk gaat dan ben je in mijn ogen vooral bezig een politiek proces te voeren.
Het recht is de basis van onze beschaving, het moet zowel de rechten van het slachtoffer als die van de verdachte waarborgen. Als daar niet aan wordt voldaan dan wordt de rechtvaardiging van dit soort rechtspraak ondergraven. Vergeleken met de nationale rechtspraak staat het internationaal recht nog behoorlijk in zijn kinderschoenen en is misschien nog niet goed uitgekristalliseerd waardoor er bepaalde uitwassen optreden. Maar bepaalde zaken druisen gewoon in tegen het rechtsgevoel. Het bovengenoemde voorval en ook de manier waarop de jacht op Osama Bin Laden geëindigd is. Dat was een soort oog om oog, tand om tand rechtspraak waarbij de jagers zich net zo diskwalificeerden als de dader zichzelf destijds.
De Verenigde Staten lijken sowieso een eigen invulling te geven aan internationaal recht getuige hun American Service Members Protection Act, ook wel bekend als de The Hague Act. Wikipedia vermeldt hierover;
Het amendement is bedoeld om “Amerikaans militair personeel en andere verkozen of benoemde vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika te beschermen tegen rechtsvervolging door een internationaal strafhof waarvan de VS geen deel uitmaakt” en geeft de president de macht om “met alle mogelijke middelen de vrijlating van Amerikaans personeel te bewerkstelligen dat gevangen wordt gehouden door of op verzoek van het Internationaal Strafhof (in Den Haag)”.
Het amendement poogt de positie van het Internationaal Strafhof in Den Haag te verzwakken omdat het de regering van de VS toelaat haar burgers te beschermen tegen uitlevering aan het Internationaal Strafhof. Ook staat het “elke vereiste actie” toe die nodig is om “VS-soldaten te bevrijden die onterecht aan het strafhof uitgeleverd werden”. Men ging zelfs zo ver te zeggen dat de VS met deze wet een militaire invasie van Den Haag zouden kunnen organiseren om VS-burgers die daar eventueel vastgehouden worden te ontzetten. Om deze reden wordt er door tegenstanders naar verwezen als de The Hague Invasion Act.
Feitelijk plaatst de VS zich hiermee boven de wet en kan zij dus niet ter verantwoording geroepen worden voor hoe zij te werk gegaan is bij de aanhouding en het doden van Osama Bin Laden, door hem niet het strafproces te geven dat iedere verdachte verdient.
Wat wij weten van Mladic is dat hij nogal wat op zijn geweten lijkt te hebben en daarom terecht staat voor het internationaal Strafhof. In Servië lijkt hij nog steeds de heldenstatus te hebben en dat is de rare kronkel die geschiedenis uit kan halen met hoe mensen tegen je aankijken. Als wij nooit bevrijd waren door de geallieerden in de tweede wereldoorlog, dan hadden onze verzetshelden nu te boek gestaan als terroristen in onze geschiedenisboekjes. De overwinnaar bepaalt hoe er tegen ze aangekeken wordt. Reden temeer om heel zorgvuldig om te gaan met de rechten van de verdachten, hoe evident de bewijslast ook tegen ze is.
