Na de val van de muur in 1989 werd er geroepen dat dit
historische moment ook het ongelijk van het communistische model aantoonde.
Communisme en Kapitalisme zijn elkaars tegenpolen en nu 22 jaar later lijkt het
kapitalistische model te wankelen als wij alle beurs en mediaberichten volgen.
De Bankencrisis, de Schuldencrisis en Eurocrisis volgen
elkaar op. Dit keer treft het niet enkele landen zoals in 1989 maar hele
continenten. De denkfout die de critici in 1989 maakten is dat zij de invulling
van een ideologie en economisch model verwarden met hoe politici en machthebbers vorm
gegeven hadden aan deze ideologie. Communisme was verworden tot een synoniem
voor onderdrukking en dictatoriaal bewind wat al snel zijn weerslag had op de
uitwerking van de oorspronkelijke ideologie. De twee grote voorbeelden van landen
waar het Communisme ingang vond, de Sovjet Unie en China, hebben een
eeuwenlange traditie van autoritair bewind en de introductie van het Communisme
bracht daar geen verandering in.
Was het Communisme werkelijk failliet? Als wij kijken naar
de recente successen van China dan lijkt het tegendeel het geval. Ze lijkt er
beter voor te staan dan de grote voorbeelden van het Kapitalisme. De VS heeft
een staatsschuld van bijna 100% van het BNP en die van Japan bedraagt zelfs ruim
200%. De tijd heeft bewezen dat Communisme en Kapitalisme geen statische
modellen en ideologieën zijn. China heeft de laatste jaren de deuren voor zijn
markt meer en meer opengezet en een spectaculaire groei is het gevolg.
Binnen het Kapitalisme zijn groei en marktwerking het
adagium geworden en dat is lang goed gegaan maar het begrip groei is de
graadmeter geworden voor het succes. Zolang het vertrouwen in groei er is,
floreren de markten. De beurs met zijn steeds meer en meer verfijnde technieken
en producten is tot een windhandel verworden in het product “vertrouwen”. De
internet bubble, de Bankencrisis, de Schuldencrisis en de Eurocrisis zijn synoniemen
voor het gebrek en wegvallen van dit vertrouwen. Onze politici trekken alles
uit kast om dit vertrouwen weer te herstellen en ze lijken daarin maar niet te
kunnen slagen. Wat vooral bloot gelegd wordt is dat het gebrek aan solidariteit
een onderliggend probleem van het Kapitalisme lijkt te zijn. Hoge inkomens
versus lage inkomens, landen met schulden versus landen met wat minder schulden,
landen die wel hun gemaakte afspraken nakomen versus landen die dat niet doen
en landen die deals afsluiten waarbij ze de rekening willen leggen bij de
overige partners zoals Finland doet. Ook de overheid zelf toont zich naar haar
eigen bevolking meer en meer als een onbetrouwbare partner, waarbij het begrip
solidariteit ook steeds vaker een vies woord lijkt.
Kapitalisme heeft ons de afgelopen decennia veel welvaart
gebracht maar is het daarom een superieur economisch model en ideologie? Bij het Communisme was in ieder geval het uitgangspunt solidariteit. Net als bij intermenselijk
contact moet er sprake zijn van wederzijds vertrouwen en solidariteit. Zonder
deze twee elementen overleeft een ideologie, marktmodel en samenleving niet.
