De moderne mens

Ik heb ooit eens gelezen dat de moderne mens in een jaar
tijd meer informatie te verstouwen krijgt dan de middeleeuwer in zijn hele
leven. Misschien was het zelfs wel in een maand tijd. In ieder geval werd dit
nieuws gebracht als iets wat de moderne mens onderscheid van onze voorouders,
namelijk het vermogen om grote hoeveelheden informatie te verwerken en daar
daadwerkelijk iets mee te aan te kunnen vangen.

Radio, televisie, internet, sociale media, telefoon, e-mail,
sms’en, pings en twitter. De berichten vliegen je inderdaad om de oren in een
niet aflatende stroom.

Ik geloof er inderdaad best in dat de moderne mens,
opgegroeid in een tijd waarin deze informatiestromen tot ontwikkeling gekomen
zijn, daar makkelijker mee om kan gaan dan iemand die daar plompverloren
ingeworpen wordt. Maar het heeft bijeffecten; de informatie die tot ons komt
wordt steeds vluchtiger van karakter en wordt steeds vaker verpakt in
soundbites die ons er toe moeten verleiden om juist aandacht te besteden aan
een specifiek bericht. Dit gaat ten koste van de verdieping.

Meer en meer merk ik hoe zich dit vertaald in het dagelijkse
leven. Nieuws wordt steeds oppervlakkiger en blijkt meer en meer onbetrouwbaar.
Mensen krijgen daardoor een steeds korter attentieniveau voor de informatie of
berichten die ze ontvangen. Anno 2011 ervaar ik steeds vaker dat als je iets
vraagt aan iemand, het in toenemende mate moeite kost om aan de ander duidelijk
te maken wat jouw vraag of nieuws precies inhoud. De ontvanger hoort het half
aan of leest het globaal en is al bezig met het ontvangen of zich aan het voorbereiden
op de volgende brok informatie die op hem of haar afkomt. Je moet het al
helemaal in je hoofd halen om bijvoorbeeld in een e-mail twee of meer vragen
te stellen aan iemand. Dan kan je er bij voorbaat al vanuit gaan dat je maar
een half antwoord krijgt.

Lang dacht ik dat het desinteresse was van mensen in elkaar,
waardoor gemaakte afspraken, vertelde informatie of gestelde vragen niet
overkomen of blijven hangen. Maar nu denk ik dat de hersens van de moderne mens
weliswaar een honger hebben naar informatie maar deze hersens slechts in een
enkel geval in staat zijn iets te doen met die informatiestroom. Per saldo zal
er dus uiteindelijk slechts een heel klein deel van de aanhoudende informatie
die op ons afkomt ons werkelijk bereiken. Zodat het onderscheid tussen de
middeleeuwer en de moderne mens waarschijnlijk toch niet zo heel groot is.

Een kanttekening nog bij deze conclusie; zelfs voordat de
informatiemaatschappij zijn huidige vorm kreeg was het al onmogelijk om
afspraken te maken, een goed gesprek te hebben met, of door te dringen tot Brabanders
en Limburgers. Ik pleit dan ook voor een diepgaand onderzoek naar de
hersenwerking bij deze bevolkingsgroep. Ten opzichte van de middeleeuwer hadden
zij al een achterstand, welke ze nog steeds niet ingelopen hebben. Het is niet
voor niets dat de economische ontwikkeling in deze gebieden achtergebleven is
bij de rest van Nederland.