Feminisering van de samenleving

Sommige dingen heb je niet in de hand zoals de amoureuze beslommeringen
van je voorouders. De moeder van mijn opa van vaderszijde was Friezin en dat
maakt dat er voor een achtste Fries bloed door mijn aderen stroomt. Daar ben ik
best trots op want ik mag graag vertoeven in Friesland. Daarnaast was de vader
van mijn moeder een Brabander en daar worstel ik wat meer mee want in mijn ogen
komt er weinig goeds vandaan, daar vanonder de grote rivieren. Ze pikken onze
banen in, weigeren de taal goed te leren, ze drinken teveel en passen zich niet
aan.

Het grappige is dat ik exact deze woorden in het journaal
van vorige week hoorde bij een item over Polen en uit de mond van een Brabantse
vrouw op leeftijd. Dezelfde vooroordelen die zij heeft over Polen heb ik over
Limburgers en Brabanders. Dit terwijl ik dus zelf voor een kwart Brabo ben.

Tot zover mijn verhaaltje over mijn voorouders en mijn
vooroordelen. Volgens een persbericht over de PABO in Venlo heeft de
vrouwelijke lezer nu iets geleerd over rekenen. Terwijl de mannelijke lezer
denkt wat een gezever. Deze school is tot het inzicht gekomen dat mannen en
vrouwen rekenen anders benaderen en wil daarom in dit vak gescheiden les geven
aan mannelijke studenten en aan vrouwelijke studenten. Meisjes willen “verhaaltjesrekenen” en dat is wat ik hierboven gedaan heb. Een kort verhaaltje waarin ik breuken aan de orde gesteld heb. Verder hebben ze vastgesteld dat jongens niet zoveel
hebben met reflecteren en evalueren.

Het onderwijs wordt de laatste decennia meer en meer
gedomineerd door vrouwen en dat zie je terug bij de jeugd. Jongens praten over
hun gevoelens, voelen zich eerder gekwetst, moeten iets met hun emoties, meer modegevoelig, ze roddelen meer, zijn minder luidruchtig, vechten minder en zijn ondertussen veelal net zo slecht in rekenen als meisjes. De jongens van tegenwoordig zijn
niet meer de jongetjes zoals ik ze ken uit mijn eigen jeugd. Het is anders dan
vroeger, waarbij ik niet zeg dat dit een slechte ontwikkeling is. Maar ik zie
het wel als een uiting van een feminisering van de samenleving. Door de
dominantie van vrouwen in het onderwijs krijgen de jongens meer vrouwelijke
normen en waarden mee dan vroeger het geval was.

Zelf heb ik altijd ervaren dat door de mix van jongens en meisjes er een soort corrigerend evenwicht ontstond, zowel op school als in een werkomgeving. Alleen maar mannen bij elkaar geeft ruwere omgangsvormen, grover taalgebruik, soms meer geweld. Zet er één of meer vrouwen bij en het gedrag wordt gematigder, de sfeer wordt anders, gemoedelijker en zachter. Andersom, een man toevoegen aan een vrouwenomgeving zal het roddelen, de jaloezie en alles moeten reflecteren wat naar de achtergrond doen schuiven. Dat is de magie van de wisselwerking tussen man en vrouw. Er ontstaat een omgeving waarin man en vrouw elkaar meer in evenwicht brengen, elkaar temperen in hun mannelijke en
vrouwelijke uitingen. Voor mij het bewijs dat man en vrouw elkaar aanvullen
waardoor mooie dingen kunnen ontstaan.

Nu tijdens de vorming van jongen naar man door deze feminisering
de nadruk meer op de vrouwelijke kanten ligt, vraag ik mij af of deze magische
wisselwerking tussen man en vrouw stand zal houden. Zal de man zijn
mannelijkheid niet gaan missen, moet die er toch niet op enig moment uit, of
zal blijken dat mannelijk gedrag niets meer is dan aangeleerd gedrag? Waarom is
het dan toch dat als je een meisje een pop geeft ze er mee gaat spelen en een
jongen het hoofd, de armen en benen er af gaat rukken om te kijken hoe het
constructief in elkaar zit? Zullen de relaties van de jeugd duurzamer blijken
dan die van ons omdat het zo fijn is om over alles te praten hoe je het
emotioneel beleefde en wat het nou precies voor jou en ons samen betekende?

De tijd zal het uitwijzen. Zelf ben ik blij dat ik een “ouderwetse”man ben en bij een vrouw eigenschappen vind die bij mij onderontwikkeld zijn en omgekeerd, waardoor wij elkaar aanvullen. Dat maakt het spannend en dat maakt het samenzijn leuk.

Niet zo goed met cijfers

Het niveau van het onderwijs is al jaren aan het dalen en ik denk dat de meesten van ons die zich daar druk over maken, net als ik het idee hebben dat die verslechtering ingezet is nadat wij onze eigen opleiding afgerond hadden. Dit is natuurlijk gevoelsmatig en niet direct hard te maken met cijfers en voorbeelden. Hoewel, onze premier is met zijn studie begonnen in het jaar nadat ik afgestudeerd ben en in de afgelopen periode heeft hij laten zien dat hij in ieder geval geen ster is in cijfers en dat geldt eigenlijk voor een groot deel van de ploeg die hem omringt.

3000 agenten erbij uit het regeerakkoord blijkt hetzelfde als 3000 voorgenomen ontslagen niet te effectueren. Minister Schippers besluit het PGB nagenoeg af te schaffen omdat er teveel mensen gebruik van maken. Als ik de cijfers nog goed in mijn hoofd heb zitten waren het er volgens haar eerst bijna 180.000, dit stelde ze later bij naar zo’n 130.000 terwijl het volgens cijfers van het CPB zo’n 110.00 waren. Dit roept toch grote vraagtekens op hoe de onderbouwing van dit besluit tot stand gekomen is. 110.000 is slechts iets meer dan de helft van de 180.000 waar eerst vanuit gegaan was. Vervolgens komt ze met een eigenbijdrage voor langdurige hulp in de GGZ. Deze eigenbijdrage zou stijgen naar 295 euro per jaar, dit werd vervolgens bijgesteld naar 275 euro per jaar om nu te landen op 200 euro per jaar. Wederom ben ik zeer benieuwd naar de onderbouwing van dit cijfer en die van de noodzaak om deze eigenbijdrage in te voeren.

Onze premier verzuchtte in april op een vraag van een journalist of het begrotingstekort op Volksgezondheid 2 miljard was, “ik zou willen dat het tekort 2 miljard was”. Suggererend dat het tekort veel hoger was. In werkelijkheid ging het om een tekort van 1 miljard. Afgelopen donderdag zat hij volgens eigen zeggen goed in de cijfers en bleek hij er 59 miljard naast te zitten. Alle andere Europese regeringsleiders kwamen wel op 109 miljard uit, maar Mark bleef en blijft het slimste jongetje van de klas spelen en gaf zijn minister van financiën de opdracht met een ongeloofwaardige verklaring te komen die de juistheid van zijn inzicht bevestigd omdat het een interpretatie verschil betreft. 109 miljard tot en met 2019 in plaats van 2014. Tijd en geld zijn twee afzonderlijk grootheden en als de een toeneemt, betekent dit niet dat deze invloed heeft op de grootte van de ander. Het is en blijft 109 miljard.

Een bijspijkercursus rekenen lijkt me welbesteed aan deze twee want met alle bezuinigingen en besparingen die dit kabinet voor ogen heeft lijken ze zich niet te realiseren wat de uitwerking van het teruglopen van de koopkracht tot gevolg zal hebben voor onze nationale economie. De export is heel belangrijk en maakt er een substantieel onderdeel van uit maar de banenmotor is nog altijd het MKB en de binnenlandse markt. Als de mensen straks minder geld te besteden hebben zal dit vooral onze binnenlandse markt treffen, de werkgelegenheid zal afnemen met toenemende werkloosheid tot gevolg. Een toename van het aantal werklozen zal wederom een rem zetten op het consumentenvertrouwen waardoor dit proces zichzelf zal versterken. Het is niet voor niets dat van de week bekendgemaakt is dat, na het lanceren van tal van bezuinigingsplannen, het producentenvertrouwen naar een historisch dieptepunt gedaald is. Zij zien de bui wel degelijk hangen.

Of is het zo dat het Kabinet zichzelf rijk rekent met de gedachte dat een toename van het aantal bijstandsgerechtigden straks toch voor rekening komt van de gemeenten en niet van het Rijk dankzij het ophanden zijnde bestuursakkoord? Dat de hapering van de binnenlandse markt straks des te meer reden zal geven om de versoepeling van het ontslagrecht er door te drukken met als resultaat dat arbeid goedkoper kan worden en zo onze exportgerichte kant van de economie een nieuwe impuls gegeven kan worden? Ik heb er een hard hoofd over, in ieder geval niet het gevoel dat ik kan rekenen op de rekencapaciteiten van dit Kabinet en zeker geen vertrouwen in het idee van een alleen op de exportgerichte economie. Dat zal onze afhankelijkheid van de nu toch al onzekere wereldeconomie alleen maar zal versterken. Een goed verhaal moet je ook kunnen onderbouwen met goede cijfers en goed rekenwerk.