In 1986 studeerde ik af in een periode dat het betreden van de arbeidmarkt niet gemakkelijk was, zeker voor historici. Zelf heb ik toen, door nog een HEAO opleiding te doen, werk gevonden op administratief gebied, om uiteindelijk in de automatisering te belanden. Maar in al die tussenliggende jaren ben ik zelden in aanraking gekomen met mijn medevakgenoten. Waar waren ze gebleven en hoe zorgden ze dat er brood op de plank kwam?
In een werksituatie kwam ik ze nooit tegen en privé sporadisch. In de zomer van 1993 belandde ik tijdens een zeilcursus in Friesland aan boord bij twee historici uit Nijmegen die in hun levensonderhoud voorzagen door freelance stukjes te schrijven. Acht jaar later leerde ik een historica kennen waar ik tweemaal mee uitgeweest ben. Zij had een tijdje als fractiemedewerkster gewerkt voor een Tweede Kamerlid van D66 en toen wij elkaar leerden kennen werkte zij bij het ministerie van binnenlandse zaken waar ze “Europa” in haar portefeuille had. Wat dat precies inhield heb ik nooit begrepen ondanks dat ik er destijds behoorlijk over doorgevraagd heb. Maar blijkbaar was het een opstap naar Europa want als ik Google op haar naam werkt ze nu in Brussel.
Blijkbaar is de politiek een goede voedingsbodem voor de ambities van historici want opeens waren ze er en nemen ze, of namen ze, prominente posities in. Balkenende, Rutte, Verhagen, Boekestijn en Hoogervorst.
Wat voor mij vooral intrigerend is, is dat al deze heren, evenals de twee genoemde historici uit Nijmegen die ik op een zeilboot trof, zich erg thuis voelen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Van Boekestijn heb ik zo snel niet meer kunnen opduikelen dan dat hij contemporaine geschiedenis als hoofdvak had en aan Vrije universiteit gestudeerd heeft. Dat laatste heeft hij gemeen met Hoogervorst en Balkenende. Maxime en Mark hebben gestudeerd in Leiden in de periode dat ik daar ook mijn opleiding volgde. Dus Verhagen moet ik wel eens tegengekomen zijn op de Middelstegracht of aan de Doelensteeg want wij zijn allebei in hetzelfde jaar afgestudeerd. Ik kan mij hem niet herinneren, hoewel zijn gezicht mij altijd wel bekend voorkomt als ik hem op tv zie. Mark begon zijn studie in 1985 en studeerde af in de vaderlandse geschiedenis. Verhagen in contemporaine geschiedenis, van Hoogervorst heb ik het niet kunnen vinden en Balkenende net als ik in sociaaleconomische geschiedenis. Allemaal hebben wij er destijds de maximale studieduur voor genomen van 6 a 7 jaar, met als uitschieter Maxime Verhagen die er 11 jaar over gedaan heeft.
Ik ben geschiedenis gaan studeren omdat ik wilde begrijpen waarom de wereld er uit ziet zoals ze nu is. Wellicht had ik vanuit die gedachte ook filosofie of psychologie kunnen gaan studeren. Uit de opsomming over mijn medevakgenoten die ik hierboven gemaakt heb valt niet echt een lijn op te maken. Misschien is het belangrijkste verschil dat ik het “nu” wilde begrijpen en de heren hun zinnen gezet hebben op het zelf schrijven van geschiedenis en er op een prominente manier deel van uit te maken. Dat op zich is weer niet iets wat specifiek voorbehouden is aan mensen met een voorkeur voor rechts.
