Een zomerdag in Friesland. De hele dag heeft een warme oostenwind gewaaid maar nu, rond een uur of vier, terwijl wij op de terugweg zijn voor het avondeten op de zeilschool, valt de wind weg. Pas om een uur of acht zal hij weer opsteken om ons nog een heerlijke zeilavond te bezorgen.
Omdat de wind is weggevallen hebben wij de zeilen opgeborgen en bewegen wij ons al peddelend en bomend voort. Net zoals alle andere zeilboten rondom ons op die manier onderweg zijn naar hun avondeten. Als schipper/instructeur kan ik nu even ontspannen achteroverhangen na de hele dag ingespannen les gegeven te hebben. Het is de eerste keer dat ik les geef aan een groep volwassen, een heel leuke groep.
Aan het begin van de Noorderoudeweg komt ons een zeilboot tegemoet van een andere zeilschool, waarvan bemanning en instructeur allemaal vrouwen zijn. Ook zij bewegen zich al bomend voort. De vrouw die daar boomt heeft blijkbaar behoefte aan een moment van zelfbevestiging en vraagt aan haar overige bemanningsleden of ze het goed doet. Terwijl wij elkaar op korte afstand passeren roept haar instructrice haar toe dat ze het heel goed doet en dat ze hun “boomvrouw” is. Ik hoor het en flap er uit; boomvrouw, zeg maar gerust takkenwijf.
Er valt een stilte op zowel onze boot als op de boot die wij zojuist gepasseerd zijn. Mijn bemanning begint heel hard te lachen om mijn opmerking en ik kan daardoor gelukkig niet horen tot wat voor reactie het leidt op de andere boot. Omkijken durf ik ook niet.

