Ontwikkelingsland

Als je aan een willekeurige westerling vraagt wat voor beeld hij heeft van een ontwikkelingsland dan zal er vast een beschrijving volgen waarbij het volgende aan de orde komt; Achtergebleven gebied, ver van ons vandaan, waar mensen een exotische taal spreken die voor ons nauwelijks te begrijpen en te verstaan is. Er is sprake van corruptie, fraude, criminaliteit en wetteloosheid. Een economie die maar niet op gang wil komen, ondanks al het ontwikkelingsgeld dat wij er in pompen en ingepompt hebben en omdat er een cultuur heerst van “na ons de zondvloed” komt die economie daar ook maar niet tot bloei, mede ook omdat die cultuur het moeilijk maakt om bindende afspraken met haar inwoners te maken. Ook hebben ze er te maken met natuurgeweld, als overstromingen en aardbevingen, in een omvang en regelmaat zoals wij die in het westen niet kennen. Tenslotte zijn het gebieden van waaruit gelukszoekers komen om zich te vestigen in ons beschaafde westen.

Is er nu zojuist een correct beeld geschetst van Verweggistan of moeten wij het dichter bij huis zoeken?

Laten wij dit plaatje eens leggen over onze eigen provincie Limburg. Het is een rot eind rijden vanuit de Randstad, als je er aankomt versta je de mensen niet. Als je denkt dat je een afspraak met ze gemaakt hebt, dan blijkt dat niet zo te zijn, of ze geven er hun eigen invulling aan. Iedere zin die ze uitspreken klinkt als een vraag omdat ze die bijna altijd eindigen met het woordje hè, wat de spraakverwarring alleen maar groter maakt.

Als Limburg in het nieuws komt, dan is het vanwege drugsrunners, drugscriminaliteit, corrupte, niet integere politici en frauderende aannemers. Zo af en toe een kleine aardbeving en ieder jaar de Maas die buiten zijn oevers treedt. Je zou zo langzamerhand gaan denken dat ze dit in stand houden als toeristische attractie. Er is nu toch genoeg overheidsgeld naar toegevloeid in al die jaren om dit probleem in te dammen. Of is dit geld bij Limburgse bouwbedrijven terecht gekomen?

De mijnen zijn nu zo’n  40 jaar geleden gesloten en ondertussen hadden ze toch wel een alternatief kunnen ontdekken om hun eigen economie weer op gang te brengen, met al dat ontwikkelingsgeld dat wij daar al die jaren ingestopt hebben.

Ik draag Limburg en haar inwoners geen warm hart toe en wat mij betreft verkopen wij die hele provincie voor het symbolische bedrag van één gulden aan België zodat het buitenland wordt. Dit geeft alleen maar voordelen. Wij besparen miljarden die niet meer bezuinigd hoeven te worden door dit kabinet, ons begrotingstekort wordt opeens fors kleiner. De criminaliteit in Nederland wordt een grote slag toegebracht door het in een keer onder te brengen in het buitenland. Wij geven de opportunisten Leers, Maxime Verhagen en Wilders de keus tussen Belg worden of een asielprocedure te starten vanuit een asielzoekerscentrum. Een inburgeringscursus zal de heren ook geen kwaad doen. Als je voorheen op de camping in Limburg jouw vakantie doorbracht, kan je nu tegen jouw buren goede sier maken, door te zeggen dat je dit jaar eens naar het buitenland op vakantie gaat.

De mijnen mogen dan dicht zijn, maar zoals de situatie nu is, is Limburg op alle fronten een bodemloze put waar wij zo snel mogelijk vanaf moeten. Nederland Limburg vrij!

Historici en politiek

In 1986 studeerde ik af in een periode dat het betreden van de arbeidmarkt niet gemakkelijk was, zeker voor historici. Zelf heb ik toen, door nog een HEAO opleiding te doen, werk gevonden op administratief gebied, om uiteindelijk in de automatisering te belanden. Maar in al die tussenliggende jaren ben ik zelden in aanraking gekomen met mijn medevakgenoten. Waar waren ze gebleven en hoe zorgden ze dat er brood op de plank kwam?

In een werksituatie kwam ik ze nooit tegen en privé sporadisch. In de zomer van 1993 belandde ik tijdens een zeilcursus in Friesland aan boord bij twee historici uit Nijmegen die in hun levensonderhoud voorzagen door freelance stukjes te schrijven. Acht jaar later leerde ik een historica kennen waar ik tweemaal mee uitgeweest ben. Zij had een tijdje als fractiemedewerkster gewerkt voor een Tweede Kamerlid van D66 en toen wij elkaar leerden kennen werkte zij bij het ministerie van binnenlandse zaken waar ze “Europa” in haar portefeuille had. Wat dat precies inhield heb ik nooit begrepen ondanks dat ik er destijds behoorlijk over doorgevraagd heb. Maar blijkbaar was het een opstap naar Europa want als ik Google op haar naam werkt ze nu in Brussel.

Blijkbaar is de politiek een goede voedingsbodem voor de ambities van historici want opeens waren ze er en nemen ze, of namen ze, prominente posities in. Balkenende, Rutte, Verhagen, Boekestijn en Hoogervorst.

Wat voor mij vooral intrigerend is, is dat al deze heren, evenals de twee genoemde historici uit Nijmegen die ik op een zeilboot trof, zich erg thuis voelen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Van Boekestijn heb ik zo snel niet meer kunnen opduikelen dan dat hij contemporaine geschiedenis als hoofdvak had en aan Vrije universiteit gestudeerd heeft. Dat laatste heeft hij gemeen met Hoogervorst en Balkenende. Maxime en Mark hebben gestudeerd in Leiden in de periode dat ik daar ook mijn opleiding volgde. Dus Verhagen moet ik wel eens tegengekomen zijn op de Middelstegracht of aan de Doelensteeg want wij zijn allebei in hetzelfde jaar afgestudeerd. Ik kan mij hem niet herinneren, hoewel zijn gezicht mij altijd wel bekend voorkomt als ik hem op tv zie. Mark begon zijn studie in 1985 en studeerde af in de vaderlandse geschiedenis. Verhagen in contemporaine geschiedenis,  van Hoogervorst heb ik het niet kunnen vinden en Balkenende net als ik in sociaaleconomische geschiedenis. Allemaal hebben wij er destijds de maximale studieduur voor genomen van 6 a 7 jaar, met als uitschieter Maxime Verhagen die er 11 jaar over gedaan heeft.

Ik ben geschiedenis gaan studeren omdat ik wilde begrijpen waarom de wereld er uit ziet zoals ze nu is. Wellicht had ik vanuit die gedachte ook filosofie of psychologie kunnen gaan studeren. Uit de opsomming over mijn medevakgenoten die ik hierboven gemaakt heb valt niet echt een lijn op te maken. Misschien is het belangrijkste verschil dat ik het “nu” wilde begrijpen en de heren hun zinnen gezet hebben op het zelf schrijven van geschiedenis en er op een prominente manier deel van uit te maken. Dat op zich is weer niet iets wat specifiek voorbehouden is aan mensen met een voorkeur voor rechts.