Morgen zijn de verkiezingen voor de Eerste Kamer en ze beloven dit jaar ongemeen spannend te zijn gezien de samenstelling van ons huidige gedoogde minderheidskabinet. Maar dat zal bij eenieder ondertussen wel algemeen bekend zijn.
Nog maar een jaar geleden buitelden de politieke partijen over elkaar heen om te verklaren dat de Eerste Kamer afgeschaft zou moeten worden omdat het niet meer van deze tijd zou zijn. Ook gisteravond was er bij Eenvandaag een item over dit onderwerp en net als een jaar geleden ging men in mijn ogen wederom voorbij aan de rol en betekenis die de eerste kamer wel degelijk heeft.
Gisteravond ging het over de manier waarop deze kamer gekozen wordt via getrapte verkiezingen en hoe dit leidt tot achterkamertjespolitiek. Statenleden die uitgenodigd worden op het torentje, politieke partijen die coalities vormen om tot een zo gunstig mogelijke verdeling van de restzetels te komen en de VVD die zijn verkiezingsbelofte voor het uitbreiden van de koopzondagen introk om zo de SGP binnen te halen als extra gedoogpartner. De discussie lijkt dus vooral betrekking te hebben op de manier van kiezen en het effect dat hieruit voortvloeit wat een versterking van de aloude achterkamertjespolitiek oplevert.
Inhoudelijk werd er vorig jaar en ook nu niet, ingegaan op de eigenlijke rol van de Eerste Kamer; Ze bespreekt het wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer aangenomen is en let hierbij vooral op de technische kanten van het voorstel, hoe deugdelijk het wetsvoorstel is en of het zich verhoudt met andere wetten. Dit laatste is geen overbodige luxe gezien de uitlatingen van ministers en Tweede Kamerleden die zo af en toe de revue passeren. Een dieptepunt op dit gebied was de suggestie van onze voormalige minister Verdonk die suggereerde een wet te willen maken die het iedereen verbood om een andere taal dan Nederlands te spreken in Nederland. Ik zag het al voor mij hoe een buslading Japanse toeristen uitstapt op de Dam om vervolgens direct afgevoerd te worden in politiebusjes omdat ze de wet overtreden. Een politieke verhouding in de Tweede Kamer op enig moment (TON en PVV) zou er toe kunnen leiden dat zo’n wetsvoorstel door de Tweede Kamer zou komen. Gelukkig hebben wij dan de Eerste kamer die een bezinnende blik op zo’n voorstel kan werpen om vervolgens te concluderen dat heel Limburg en Brabant in overtreding zouden zijn op deze wet.
De Eerste kamer is meer wars van de politieke waan van de dag die de Tweede Kamer beheerst en daarnaast ontbeert ze het recht van Amendement waardoor een wetsvoorstel slechts aangenomen kan worden of verworpen. Zo wordt voorkomen dat er gepeuterd wordt aan allerlei details waardoor er een politiek wangedrocht ontstaat. Als er al een wangedrocht ligt omdat deze zo bekokstoofd is in de Tweede Kamer dan is de kans groot dat deze verworpen wordt als deze in strijd is met de bestaande wetten.
Ik zie zeker nog steeds een rol voor de Eerste Kamer. De manier waarop de kamer nu tot stand komt staat voor mij wel ter discussie maar dat is een andere discussie dan die over diens rol in ons staatsbestel. Gezien het kennisniveau, de specialisaties die de Tweede Kamerleden zich eigen moeten maken en de voorstellen die het kabinet Rutte heeft om het aantal leden van de Tweede Kamer terug te brengen tot 75 lijkt het mij dat de rol van waakhond door de Eerste Kamer juist nog meer gekoesterd moet worden. Straks moeten de Tweede Kamerleden zich nog meer specialisaties eigen maken en dat kan niet tot goede besluitvorming leiden.