Bouwjaar

Wie van hetzelfde bouwjaar is als ik, kan zich vast nog herinneren hoe de boeren zich klagend door de jaren 70 worstelden. Melkplassen, boterbergen, te veel regen, te weinig regen en daardoor mislukte oogsten. Als zo’n bericht in het journaal kwam, in mijn herinnering was dat vooral in de maand augustus, zeiden mijn ouders altijd: een boer heeft altijd wat te klagen. Wat er in de tussenliggende jaren gebeurd is weet ik niet precies maar het klagen is in de loop der jaren verflauwd, Hoewel er dezer dagen wel een oprisping is over de melkprijs die de boeren krijgen en die onder hun kostprijs lijkt te liggen. 

In de tussenliggende jaren heb ik steeds meer het gevoel gekregen dat het onderwijs de boer uit de jaren 70 begint te belichamen. Er is een hoop mis in het onderwijs. Dat vind ik ook maar ik geloof niet dat de sleutel voor veel van de problemen ligt in de arbeidsvoorwaarden van het onderwijzend personeel. Nogal wat vrienden van mij uit mijn middelbare schooltijd hebben destijds voor het onderwijs gekozen. Dus ja ik ben bekend met het fenomeen van hossers en na-hossers. Door de jaren heen heb ik ze altijd horen klagen over hun beloning en het werk dat ze nog moesten verrichten buiten schooltijd om. Als dit onderwerp ter sprake kwam had ik er geen moeite mee om te vertellen wat ik verdiende. Als ik dat deed had dat steevast als reactie: zie je wel dat ik veel minder verdien. Maar als ik dan uitlegde dat ik inderdaad goed verdiende maar dat mijn salaris gebaseerd was op mijn prestaties en dat het regelmatig voorkwam dat ik werkweken van 50 a 60 uur maakte en indien nodig ook in het weekend werkte. Rekende ik dan mijn nettosalaris terug tot een uurloon wat ik dus daadwerkelijk verdiende dan verstomden deze geluiden al snel. In mijn salarisschaal was het afgesproken dat als overwerk zich voordeed dit gewoon beschouwd werd als dat het betaald werd uit mijn salaris. Overwerk werd dus niet uitbetaald. Waarbij ik dan voor hun gemoedsrust maar niet eens begon over de verschillen die er tussen ons bestonden in toegekende vakantiedagen.

Vandaag lees ik in de krant dat de piloten protesteren tegen de lange werkdagen die ze soms moeten maken. 12 uur aan een stuk werken. Het klinkt redelijk dat ze suggereren dat de kwaliteit van hun werk hieronder kan lijden en dat dit mogelijk gevolgen kan hebben voor de veiligheidsaspecten. Iets waar hun werk uiteindelijk om draait. In diezelfde krant lees ik dat er een nieuwe vakbond voor het onderwijzend personeel opgericht is die een aantal zaken wil bereiken om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Een van de eisen is het terugbrengen van hun werkweek naar 20 uur, ongetwijfeld met behoud van het huidige salaris. Het zal wel een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn dat deze twee acties op hetzelfde moment gelanceerd worden, maar toen ik deze berichten las boven mijn bordje pap dacht ik dat in deze situatie de vergelijking van bewaking van kwaliteit door het verminderen van uren wel heel erg mank gaat als het gaat om het onderwijs.

Ik geloof er niet in dat de problemen die het onderwijs al jaren teisteren opgelost gaan worden door het onderwijzend personeel minder te laten gaan werken. Uiteindelijk zijn de problemen van de boeren geloof ik opgelost door het landbouwbeleid Europees aan te pakken. Brussel was tenslotte de plek waar de boeren uit heel Europa samenkwamen om hun te duur geproduceerde melk over de straten te laten vloeien. Misschien dat de oplossing voor ons Nederlands onderwijs ook in het aanpakken in Europees verband ligt. Benieuwd hoe het dan uit gaat pakken als er een compromis gemaakt gaat worden om het Nederlandse en Bulgaarse onderwijsprobleem uit het slop te trekken. Dan zal het zelfmedelijden van de Nederlandse onderwijzer vast weer een nieuw hoogtepunt bereiken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *