Geen voorrang verlenen, kruisingen versperren, op jouw weghelft rijden en gewoon botweg weigeren om opzij te gaan terwijl ze je gezien hebben, het hoort allemaal bij het repertoire waar ik dagelijks mee in aanraking kom als ik mijn rondjes fiets, in en rond de stad. Fietsers, auto’s en voetgangers, ze doen er bijna allemaal aan mee.
Regelmatig voel ik de neiging opkomen om iets over dit soort gedrag te zeggen, of in ieder geval mijn ongenoegen hierover te uiten. Hoe moet je anders hufterigheid tot stoppen brengen? Ik ben er al van diverse kanten op gewezen dat ik daar mee op moet passen want op een dag kom ik de verkeerde tegen. Het schijnt gewoon te horen bij het leven in een stad. Mijn ergernis bestaat vooral uit het feit dat mensen zich niet meer bewust lijken te zijn van hun gedrag en de invloed en uitwerking daarvan op hun omgeving. Daarnaast merk ik dat de blootstelling aan dit soort gedrag ook zijn sporen bij mijzelf achter begint te laten. Dat is eigenlijk de grootste frustratie die ik botvier op al die mensen die mij dwars lijken te willen zitten.
Toen ik net in de stad woonde, komend vanuit een dorp, benaderde ik mijn medemens anders dan ik nu inmiddels doe. Zag ik iemand die over wilde steken dan stopte ik en maakte met een handgebaar duidelijk dat ze van mij die ruimte kregen. Ik moest nog leren dat dit blijkbaar ongebruikelijk is en de ontvanger van mijn ruimhartigheid liet dit dan ook blijken door over te steken met een air alsof het zijn vanzelfsprekend geboorterecht was dat ik dat deed. Een gebaar van dank kon er niet van af. In eerste instantie gaf dit soort reacties bij mij verwondering, na een tijdje begon ik mij af te vragen of ik mij voor de zoveelste keer had laten misbruiken door zo’n CDA stemmer die normen en waarden hoog in het vaandel heeft, maar waarvan duidelijk is dat zijn invulling hiervan iets anders inhoudt dan wat ik daaronder versta.
Nu ben ik in het stadium gekomen dat ik dit soort acties nog maar zelden doe. Sterker nog, als er nu iemand met een rollator langs de kant van de weg staat te wachten op het juiste moment om over te steken, denk ik; vecht er maar voor!
Een pas gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het wonen in een stad geen goede dingen doet met de geestesgesteldheid van zijn inwoners. Psychische afwijkingen en depressiviteit komen er veel vaker voor. Ik denk dat het een zichzelf versterkend proces is. Wie lang genoeg in aanraking komt met vergif krijgt er op de lange termijn vanzelf iets van binnen, net als ik. Je zou kunnen zeggen dat ik bezig ben succesvol in te burgeren in Den Haag.





