Succesvol ingeburgerd

Geen voorrang verlenen, kruisingen versperren, op jouw weghelft rijden en gewoon botweg weigeren om opzij te gaan terwijl ze je gezien hebben, het hoort allemaal bij het repertoire waar ik dagelijks mee in aanraking kom als ik mijn rondjes fiets, in en rond de stad. Fietsers, auto’s en voetgangers, ze doen er bijna allemaal aan mee.

Regelmatig voel ik de neiging opkomen om iets over dit soort gedrag te zeggen, of in ieder geval mijn ongenoegen hierover te uiten. Hoe moet je anders hufterigheid tot stoppen brengen? Ik ben er al van diverse kanten op gewezen dat ik daar mee op moet passen want op een dag kom ik de verkeerde tegen. Het schijnt gewoon te horen bij het leven in een stad. Mijn ergernis bestaat vooral uit het feit dat mensen zich niet meer bewust lijken te zijn van hun gedrag en de invloed en uitwerking daarvan op hun omgeving. Daarnaast merk ik dat de blootstelling aan dit soort gedrag ook zijn sporen bij mijzelf achter begint te laten. Dat is eigenlijk de grootste frustratie die ik botvier op al die mensen die mij dwars lijken te willen zitten.

Toen ik net in de stad woonde, komend vanuit een dorp, benaderde ik mijn medemens anders dan ik nu inmiddels doe. Zag ik iemand die over wilde steken dan stopte ik en maakte met een handgebaar duidelijk dat ze van mij die ruimte kregen. Ik moest nog leren dat dit blijkbaar ongebruikelijk is en de ontvanger van mijn ruimhartigheid liet dit dan ook blijken door over te steken met een air alsof het zijn vanzelfsprekend geboorterecht was dat ik dat deed. Een gebaar van dank kon er niet van af. In eerste instantie gaf dit soort reacties bij mij verwondering, na een tijdje begon ik mij af te vragen of ik mij voor de zoveelste keer had laten misbruiken door zo’n CDA stemmer die normen en waarden hoog in het vaandel heeft, maar waarvan duidelijk is dat zijn invulling hiervan iets anders inhoudt dan wat ik daaronder versta.

Nu ben ik in het stadium gekomen dat ik dit soort acties nog maar zelden doe. Sterker nog, als er nu iemand met een rollator langs de kant van de weg staat te wachten op het juiste moment om over te steken, denk ik; vecht er maar voor!

Een pas gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het wonen in een stad geen goede dingen doet met de geestesgesteldheid van zijn inwoners. Psychische afwijkingen en depressiviteit komen er veel vaker voor. Ik denk dat het een zichzelf versterkend proces is. Wie lang genoeg in aanraking komt met vergif krijgt er op de lange termijn vanzelf iets van binnen, net als ik. Je zou kunnen zeggen dat ik bezig ben succesvol in te burgeren in Den Haag.

Ultieme test

Er zijn van die momenten dat iemand een uitspraak doet waarvan je denkt, hierdoor valt alles opeens op zijn plaats. Zo lees ik zojuist dat VVD politica Anouchka van Miltenburg, in het debat over de hoogte van het lidmaatschapsgeld voor de omroepen, welke met 10 euro verhoogd gaan worden, gezegd heeft dat deze verhoging de ultieme test is om te kijken of de leden de basis kunnen zijn van de omroepen.

De golf van maatregelen die dit kabinet de afgelopen weken heeft afgekondigd onder het mom van noodzakelijke bezuinigingen, blijken in werkelijkheid onderdeel van een test waarbij geld de regulerende factor is.

De idiote verhoging van de eigen bijdrage voor de geestelijke gezondheidszorg is bedoeld om te testen of wij überhaupt wel behoefte hebben aan geestelijk welzijn. Misschien stelt Nederland het juist wel op prijs om een vast groepje Damschreeuwers te hebben op 4 mei tijdens de nationale herdenking. Door te spelen met de hoogte van deze eigen bijdrage kan  de omvang van deze groep gereguleerd worden.

Door te korten op de huursubsidie zal blijken of wij eigenlijk wel een tekort hebben aan sociale huurwoningen in Nederland. Misschien blijkt wel dat mensen het wonen in een woning helemaal niet zo belangrijk vinden als ze de woonlasten niet meer kunnen betalen. Wordt er gelijk een einde gemaakt aan de mythe dat wij sinds de tweede wereldoorlog een aanhoudend tekort aan woningen hebben.

Ook een aardige is om een vlaktax van 90% in te voeren, dit maakt dan gelijk duidelijk of werken wel werkelijk zo levensvervullend is. Als mensen dan massaal stoppen met werken, omdat dat toch zinloos is omdat je dan niet meer op deze manier kan voorzien in je levensonderhoud, zou dat een enorme impuls kunnen geven aan het groener maken van onze economie.

De lijst van onderwerpen waar je deze test op los zou kunnen laten is eindeloos en de uitkomsten waarschijnlijk even zot als bij de bovengenoemde voorbeelden.

Nog eentje dan? Nou nee, dan zou het een soort lof der zotheid worden.

Nu is een verhoging van het lidmaatschapsgeld met 10 euro per jaar, een verhoging met bijna 200%,  op zich niet wereldschokkend. Tel daar bovenop alle andere bezuinigingen die je kunnen treffen, btw voor culturele uitstapjes naar 19%, verhogen eigen risico’s, het bijna geheel opheffen van het PGB enzovoort, dan kan die 10 euro net de druppel zijn. Wat meet je dan met deze ultieme test? De optelsom van alle andere bezuinigingen of de bereidheid van mensen om die 10 euro extra lidmaatschapsgeld te betalen?

Geld als ultieme test om mensen keuzes te laten maken dat kan. Maar als je de speelruimte om keuzes te kunnen maken wegneemt door allerlei, elkaar versterkende bezuinigingsmaatregelen door te voeren, dan maak je het welzijn van mensen het kind van de rekening.

Takkenwijf

Een  zomerdag in Friesland. De hele dag heeft een warme oostenwind gewaaid maar nu, rond een uur of vier, terwijl wij op de terugweg zijn voor het avondeten op de zeilschool, valt de wind weg. Pas om een uur of acht zal hij weer opsteken om ons nog een heerlijke zeilavond te bezorgen.

Omdat de wind is weggevallen hebben wij de zeilen opgeborgen en bewegen wij ons al peddelend en bomend voort. Net zoals alle andere zeilboten rondom ons op die manier onderweg zijn naar hun avondeten. Als schipper/instructeur kan ik nu even ontspannen achteroverhangen na de hele dag ingespannen les gegeven te hebben. Het is de eerste keer dat ik les geef aan een groep volwassen, een heel leuke groep.

Aan het begin van de Noorderoudeweg komt ons een zeilboot tegemoet van een andere zeilschool, waarvan bemanning en instructeur allemaal vrouwen zijn. Ook zij bewegen zich al bomend voort. De vrouw die daar boomt heeft blijkbaar behoefte aan een moment van zelfbevestiging en vraagt aan haar overige bemanningsleden of ze het goed doet. Terwijl wij elkaar op korte afstand passeren roept haar instructrice haar toe dat ze het heel goed doet en dat ze hun “boomvrouw” is. Ik hoor het en flap er uit; boomvrouw, zeg maar gerust takkenwijf.

Er valt een stilte op zowel onze boot als op de boot die wij zojuist gepasseerd zijn. Mijn bemanning begint heel hard te lachen om mijn opmerking en ik kan daardoor gelukkig niet horen tot wat voor reactie het leidt op de andere boot. Omkijken durf ik ook niet.

Vogelgriep

Gisteren werd er melding gemaakt van een geval van vogelgriep in Flevoland. Eerder waren er al meldingen hierover in Zuid-Beveland en op de Veluwe. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door de uitwerpselen van overvliegende vogels, althans dat is de officiële lezing.

Bij mij in de straat lijken de vogels massaal te lijden aan, op zijn minst, de ziekte van Crohn. Het is ongelooflijk wat zij aan derrie produceren en het liefst op mijn auto. Het bijt zich zo vast aan de lak dat je vaak de uitwerpselen met je nagels van de lak af moet krabben.

Griep of niet, je wilt toch ook wel eens keer de stad achter de duinen bezoeken als vogel en je uitstapjes niet alleen beperken tot pluimveehouderijen? Moet ik mij nu ook zorgen gaan maken over die vogelgriep als ik mijn auto was?

Uitleg

Vanochtend staat er op de voorpagina van Volkskrant het nieuws dat de weg vrij is voor de toetreding van Kroatië tot de EU. Bij dit soort aangekondigde toetredingen begin ik meer en meer het idee te krijgen dat het steeds minder gaat om een geschikte kandidaat toe te voegen aan “ons” Europa, als wel dat het gaat om het idee dat wij maar moeten blijven groeien. Net zoals er tegen de economie aangekeken wordt; zolang er groei is gaat het goed met ons.

Wanneer wij vanuit diezelfde gedachte kinderen zouden nemen dan zouden we ondertussen gezinnen hebben met 20 kinderen of meer. Een gezin bereikt op een gegeven moment een optimale omvang voor de betrokken ouders. Dit wordt ingegeven door allerlei praktische en gevoelsmatige overwegingen. De grootte van onze huizen is niet toereikend, ons inkomen is niet groot genoeg om het welzijn van het gezin te garanderen enzovoort. Na het bereiken van de optimale gezinsgrootte zal ieder nieuw kind dat verwelkomd wordt, een onevenredige aanslag plegen op het welzijn van de al aanwezige kinderen en de ouders, als is het maar dat de kans op het krijgen van een probleemkind dan steeds groter wordt. Het welzijn van een organisatie/gezin moet niet ingegeven worden door de groei die het doormaakt. Die groei moet geen doel op zich zijn.

Wat mij opviel in het artikel was dat onze premier over deze beoogde toetreding zei: “Dit valt heel goed uit te leggen”. Ik dacht, daar gaan we weer. Tijdens de eerste kabinetten Balkenende was het zogenaamde probleem dat hun ideeën geweldig goed waren voor ons land, alleen wij burgers begrepen het niet goed. Althans, dat was de uitleg van de toenmalige bewindslieden. Het probleem zat dus zogenaamd niet in de kwaliteit van de plannen maar in het feit dat ze er niet in slaagden om het ons het goed uit te leggen. Waren wij nu werkelijk te dom om hun plannen goed op hun kwaliteit te beoordelen?

De kern van de eerste drie kabinetten Balkenende was de combinatie CDA en VVD. Blijkbaar was de kwaliteit van hun briljante plannen toch niet zo goed voor het land op de midden lange termijn als zij toen dachten. De rigoureuze ingrepen die het huidige kabinet nu voor ogen staan worden verkocht onder het motto “wij hebben een heel goed verhaal”. Wederom vanuit de gedachte dat wij als burgers het niet goed begrijpen. Een gouden combinatie dat CDA en VVD, de één predikt marktwerking en de ander normen en waarden. Het levert merkwaardige korte termijn oplossingen waarbij het een ten koste gaat van de ander, of tenminste bijt.

Politiek is verworden tot korte termijn marketing. Het gaat niet om de kwaliteit die je levert maar om hoe je het verkoopt. Al het andere wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.

Hypersensitief

Het is alweer lang geleden dat een klasgenoot en vriend van mij, een spreekbeurt hield over het gevoelsleven van levenloze dingen. Daaronder verstond hij kasten, auto’s, huizen, spijkers, hamers enzovoort.

Het was een bizar verhaal, wat echt hilarisch werd toen hij begon te vertellen dat ze naast een gevoelsleven ook bepaalde karaktereigenschappen hebben. Daarbij maakte hij een onderscheid tussen de grote en de kleine levenloze dingen. De kleine dingen hebben de neiging om ondeugend te zijn en dat uit zich onder andere door verstoppertje te gaan spelen met zijn gebruiker. Zo zie je vaak dat een hamer of een spijker zichzelf zoek maakt. De grote dingen zijn dit stadium ontgroeid en zijn meer bezadigd. Zo zal je zelden jouw koelkast of huis niet meer terug kunnen vinden omdat deze zich verstopt heeft.

Wij klasgenoten, rolden zowat uit onze schoolbanken van het lachen toen hij met een uitgestreken gezicht dit voorbeeld gebruikte. Het waren vooral wij die lachten, want H kreeg een dikke onvoldoende voor zijn verhaal.

Afgelopen maandag kwam er een vriend langs en nadat wij een tijdje hadden zitten praten liep hij mijn keuken in, vanwaar hij, staand naast mijn broodbakmachine, tamelijk gevoelloos riep dat die er niet uitzag.

Dinsdagavond, tijdens het broodbakken, heeft mijn broodbakmachine zelfmoord gepleegd. Hij is niet meer. Dit kan geen toeval zijn. Ik begin te geloven dat ze inderdaad een gevoelsleven hebben. Dat van die karaktereigenschappen weet ik zo net nog niet want, ondanks dat hij niet groot was, heeft hij zichzelf nooit zoek gemaakt.

Met ingang van morgen ga ik mijn auto waarderend toespreken als hij mij weer gebracht heeft waar ik naar toe wilde. Je weet maar nooit of hij, net als mijn broodbakmachine, hypersensitief blijkt te zijn.

Olifantenhuid

Veel vrouwen hebben een olifantengeheugen voor dingen die je een keer verkeerd gedaan hebt of op een ongelukkige manier tegen ze hebt gezegd.

Soms zou het fijn zijn als ze er zo af en toe blijk van geven om in dat soort gevallen ook een olifantenhuid te kunnen hebben.

Gewoon, omdat ze je de rest van de tijd wel leuk vinden, weten dat je zo af en toe ongelukkig uit de hoek kan komen en het eigenlijk allemaal wel goed bedoelt.

Sportsponsoring

In het verleden mocht ik graag sporten maar het Dooiedakduif zijn heeft daar een stokje voor gestoken. Ik ben nu dus meer aangewezen op de passieve beoefening er van, het volgen via tv. Gek genoeg doe ik dit zelden.

Voetbal kijken ben ik al jaren geleden mee gestopt. De laatste echt spannende wedstrijd waarbij ik mij echt op zat te vreten van spanning was de WK finale in 1978. In 1988 was er even een opleving op het EK maar voor de rest is het aanbod en kwaliteit erg mager in mijn ogen. Soms liet ik mij wel eens verleiden door Jack van Gelder als ik hem een wedstrijd van het Nederlands elftal hoorde verslaan. Dat hoorde ik dan op de autoradio als ik op woensdagavond op de terugweg was vanuit Heinenoord, waar ik een zoveelste avond besteed had aan het opkalefateren van mijn zoveelste goedkoop gekochte afgeragde auto. Wij deden dit in een vriendenclub. Op weg naar huis passeerde ik dan Rotterdam-Zuid waar ik de lichten van de kuip volop zag stralen. Het commentaar van Jack op de wedstrijd leek er op te duiden dat ik een wereldwedstrijd mistte. Iedere keer trapte ik er weer in. Ik trapte dan het gaspedaal diep in om snel thuis te zijn en als ik dan eenmaal thuisgekomen de tv aanzette om te zien wat voor magnifiek voetbal ik nu weer mistte, bleek deze wedstrijd zelfs de vorige wedstrijd die ik op die manier gekeken had, in saaiheid te overtreffen. Sommigen vinden dat Jack een vakman is. Persoonlijk vind ik dat hij een taakstraf moet krijgen voor dit soort volksverlakkerij.

De Tour de France kijk ik wel, maar dan eigenlijk alleen de bergetappes. Dit doe ik omdat de camerabeelden die geschoten worden vanaf de motor, de herinneringen terugbrengen aan hoe ik er van kon genieten om op de motor, in een voor mij perfecte cadans, af te dalen in de bergen.

Snooker kijk ik ook, echter alleen op de BBC. De sportverslaggeving is daar zo anders als bij ons dat ik daar erg van kan genieten. Daarnaast is het een leuk spelletje waarvan ik uit ervaring weet dat ik zelf niets van bak.

Maar zo af en toe zie ik wel eens een flits van Studio Sport of zoals vanavond, een stukje Sportjournaal. Wat vroeger de eerste divisie heette, is nu geloof ik de Jupiler league. De kwaliteit van het getoonde voetbal vertoont inderdaad beelden waarbij je het idee hebt dat ze al een paar pilsjes in de benen hadden voordat ze het veld opkwamen. Vanavond zag ik dat wat vroeger het Melkhuisje heette nu opeens het Unicef open heet.

Omdat de hoofdsponsor normaliter degene is die het prijzengeld ophoest was mijn eerste reactie, zijn ze nu helemaal bedonderd… Om mijn feiten goed te hebben heb ik net op internet gezocht en gelezen dat de sponsoring gedaan wordt door andere bedrijven en dat Unicef daar gratis zijn naam aan mag verbinden, dit om zo de naamsbekendheid van Unicef te vergroten. Ik denk dat er weinig organisaties zijn die al een zo grote naamsbekendheid genieten als Unicef. Wat ik mij nu afvraag is of mijn reactie op zich staat, net als de uitwerking die Jack van Gelder op mij heeft en blijkbaar niet op de rest van Nederland. Bij mij kwamen er gevoelens op in de trant van: als ze mijn maandelijkse bijdragen, die ik al een kleine twintig jaar doe aan Unicef, op die manier gaan besteden dan stop ik er mee.

Het is omdat ik dit stukje schrijf dat ik uitgezocht heb hoe de vork nu werkelijk in de steel steekt. De kans was niet gering geweest dat ik mijn machtiging voor deze organisatie ingetrokken had op basis van een verkeerde gevolgtrekking. Begrijp ik die marketingjongens en communicatieadviseurs nou niet, of begrijpen zij mij niet?

Fietsen stelen

In de jaren negentig heb ik een jaar gewerkt bij het HPA, Het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten. Mijn werk wat ik daar deed was net zo spannend als de naam van deze organisatie. Eerst een half jaar via een uitzendbureau en later op een halfjaarcontract.

Ik had het er slecht naar mijn zin en toen ik na het eerste halfjaar benaderd werd voor een halfjaarcontract, zodat ik het project af kon ronden waar ik mee bezig was, was ik niet erg happig. Ondertussen was financieel het water behoorlijk naar mijn lippen gestegen omdat ik veel meer geld kwijt was aan reiskosten dan ik had verwacht. Dus ik aan het rekenen geslagen, een financieel plaatje gemaakt en dit voorgelegd aan het hoofd personeelszaken. Ik wilde wel blijven als ik er per maand 1200 gulden bruto bij kreeg. Daar trappen ze nooit in dacht ik, zij nemen dan de beslissing voor mij, zodat ik hem zelf niet hoef te nemen.

De controller schijnt bijna voorover over zijn bureau gestuiterd te zijn toen hij mijn salariswens hoorde maar uiteindelijk kreeg ik er 700 gulden bruto bij.  Tja, ik had een hypotheek die ik moest betalen en de kans was gering dat ik rond kerst en oud en nieuw snel een andere baan zou vinden, dus heb ik  ja gezegd. Wat had ik een spijt dat ik dat had gedaan, toen ik de eerste dag van het nieuwe jaar weer ging werken. Die spijt is gebleven tot de laatste dag dat ik daar werkte.

Maar desondanks heb ik ook wel gelachen met mijn collega’s, waarmee ik met teveel in een te kleine kamer zat. Concentreren op mijn werk was heel moeilijk, mede omdat mijn collega’s vooral niet veel te doen leken te hebben en een groot deel van hun tijd besteedden aan elkaar verhalen te vertellen of te klagen.

Een van de onderwerpen die ter sprake kwam was het feit dat een asielzoeker in het dorp Wassenaar, waar L woonde, een fiets gestolen bleek te hebben. Een schande vond hij het. Waarop ik reageerde met; Je hebt het er steeds over dat die asielzoekers in jouw ogen maar niet willen integreren. Nu steelt er één een fiets. Wat is er nou meer Nederlands dan het stelen van een fiets? Iedere Nederlander doet dat. Dus in mijn ogen is deze daad het toppunt van integratie. Een discussie barstte los.

Ik lees net op teletekst dat het kabinet integratie als de verantwoordelijkheid ziet van de migrant en niet langer als die van de overheid. Ik ben benieuwd of het aantal fietsdiefstallen explosief toe zullen nemen en daarmee zullen fungeren als graadmeter voor het succes van het nieuwe integratiebeleid van deze regering.