Waardevolle spullen in de auto

U kent ze vast wel, die gele mini postertjes die je op kan
hangen aan je binnenspiegel als jij je auto geparkeerd hebt. Ooit uitgereikt
door de politie om mensen er bewust van te maken dat ze geen waardevolle
spullen in hun auto achter moeten laten. De tekst erop luidt dan ook “Op
aanraden van de politie heb ik geen waardevolle spullen in mijn auto”.
Blijkbaar zijn er hele volksstammen die denken dat je dit bericht permanent aan
de binnenspiegel moet laten hangen, dus ook als je rijdt.

Net kwam ik weer zo’n
figuur tegen die mij bijna plat reed omdat er logischerwijs een groot en
essentieel deel van zijn blikveld weggenomen wordt door deze miniposter. Maar
ja, de politie heeft het hem gegeven dus die zullen er wel over nagedacht
hebben zal hij denken. Dat zelf nadenken laat hij over aan anderen om dat voor
hem te doen. Waarschijnlijk breekt het angstzweet hem uit als hij een klein
sterretje in zijn voorruit krijgt op de plek waar nu deze poster hangt. Immers
de reclame waarschuwt dat je dan onmiddellijk de dichtstbijzijnde Carglass
vestiging op moet zoeken om groot onheil te voorkomen.

Mensen die het nadenken over de meest basale dingen
overlaten aan anderen zijn er erg goed in om als er iets ongewenst gebeurt dit
altijd de schuld van de ander te laten zijn. Hoewel ze technisch gezien
eigenlijk al hersendood zijn functioneert het vingertje om naar een ander te
wijzen vreemd genoeg nog altijd wel. Zoals afgelopen vrijdag in het nieuws te
zien was, is Rita Verdonk een sprekend voorbeeld van dit verschijnsel.

In een ding hebben de mensen die zo’n poster aan de
binnenspiegel laten hangen terwijl ze rijden gelijk. Er zit inderdaad niets van
waarde in zo’n auto. Althans niet voor de samenleving.

Feminisering van de samenleving

Sommige dingen heb je niet in de hand zoals de amoureuze beslommeringen
van je voorouders. De moeder van mijn opa van vaderszijde was Friezin en dat
maakt dat er voor een achtste Fries bloed door mijn aderen stroomt. Daar ben ik
best trots op want ik mag graag vertoeven in Friesland. Daarnaast was de vader
van mijn moeder een Brabander en daar worstel ik wat meer mee want in mijn ogen
komt er weinig goeds vandaan, daar vanonder de grote rivieren. Ze pikken onze
banen in, weigeren de taal goed te leren, ze drinken teveel en passen zich niet
aan.

Het grappige is dat ik exact deze woorden in het journaal
van vorige week hoorde bij een item over Polen en uit de mond van een Brabantse
vrouw op leeftijd. Dezelfde vooroordelen die zij heeft over Polen heb ik over
Limburgers en Brabanders. Dit terwijl ik dus zelf voor een kwart Brabo ben.

Tot zover mijn verhaaltje over mijn voorouders en mijn
vooroordelen. Volgens een persbericht over de PABO in Venlo heeft de
vrouwelijke lezer nu iets geleerd over rekenen. Terwijl de mannelijke lezer
denkt wat een gezever. Deze school is tot het inzicht gekomen dat mannen en
vrouwen rekenen anders benaderen en wil daarom in dit vak gescheiden les geven
aan mannelijke studenten en aan vrouwelijke studenten. Meisjes willen “verhaaltjesrekenen” en dat is wat ik hierboven gedaan heb. Een kort verhaaltje waarin ik breuken aan de orde gesteld heb. Verder hebben ze vastgesteld dat jongens niet zoveel
hebben met reflecteren en evalueren.

Het onderwijs wordt de laatste decennia meer en meer
gedomineerd door vrouwen en dat zie je terug bij de jeugd. Jongens praten over
hun gevoelens, voelen zich eerder gekwetst, moeten iets met hun emoties, meer modegevoelig, ze roddelen meer, zijn minder luidruchtig, vechten minder en zijn ondertussen veelal net zo slecht in rekenen als meisjes. De jongens van tegenwoordig zijn
niet meer de jongetjes zoals ik ze ken uit mijn eigen jeugd. Het is anders dan
vroeger, waarbij ik niet zeg dat dit een slechte ontwikkeling is. Maar ik zie
het wel als een uiting van een feminisering van de samenleving. Door de
dominantie van vrouwen in het onderwijs krijgen de jongens meer vrouwelijke
normen en waarden mee dan vroeger het geval was.

Zelf heb ik altijd ervaren dat door de mix van jongens en meisjes er een soort corrigerend evenwicht ontstond, zowel op school als in een werkomgeving. Alleen maar mannen bij elkaar geeft ruwere omgangsvormen, grover taalgebruik, soms meer geweld. Zet er één of meer vrouwen bij en het gedrag wordt gematigder, de sfeer wordt anders, gemoedelijker en zachter. Andersom, een man toevoegen aan een vrouwenomgeving zal het roddelen, de jaloezie en alles moeten reflecteren wat naar de achtergrond doen schuiven. Dat is de magie van de wisselwerking tussen man en vrouw. Er ontstaat een omgeving waarin man en vrouw elkaar meer in evenwicht brengen, elkaar temperen in hun mannelijke en
vrouwelijke uitingen. Voor mij het bewijs dat man en vrouw elkaar aanvullen
waardoor mooie dingen kunnen ontstaan.

Nu tijdens de vorming van jongen naar man door deze feminisering
de nadruk meer op de vrouwelijke kanten ligt, vraag ik mij af of deze magische
wisselwerking tussen man en vrouw stand zal houden. Zal de man zijn
mannelijkheid niet gaan missen, moet die er toch niet op enig moment uit, of
zal blijken dat mannelijk gedrag niets meer is dan aangeleerd gedrag? Waarom is
het dan toch dat als je een meisje een pop geeft ze er mee gaat spelen en een
jongen het hoofd, de armen en benen er af gaat rukken om te kijken hoe het
constructief in elkaar zit? Zullen de relaties van de jeugd duurzamer blijken
dan die van ons omdat het zo fijn is om over alles te praten hoe je het
emotioneel beleefde en wat het nou precies voor jou en ons samen betekende?

De tijd zal het uitwijzen. Zelf ben ik blij dat ik een “ouderwetse”man ben en bij een vrouw eigenschappen vind die bij mij onderontwikkeld zijn en omgekeerd, waardoor wij elkaar aanvullen. Dat maakt het spannend en dat maakt het samenzijn leuk.

Vooruitgang

Met enige regelmaat zendt de BBC de serie Grumpy old men uit
en als mijn oog er op valt dat het uitgezonden wordt dan kijk ik met plezier, vaak
een groot feest van herkenning. De centrale thema’s zijn de moderne ontwikkelingen op het  gebied van mode, gadgets, sociale omgangsvormen, sociale media, styling enzovoort
en hoe de man van middelbare leeftijd dit ervaart, met de vraag of hij het als een
verrijking van zijn dagelijks leven ervaart. De Grumpy old men vinden het allemaal niets. Niet vanuit de gedachte  dat het vroeger allemaal beter was, maar wel dat de wereld er niet beter op is geworden met sommige ontwikkelingen.

Zoals ik al zei, een feest van herkenning, verpakt in een
voor mij erg aanstekelijke vorm van Britse humor. Sinds twee jaar heb ik weer
contact met een oude jeugdvriend en de laatste keer dat hij bij mij was vroeg
hij aan mij of ik al had kunnen wennen aan het nieuwe tabloidformaat van mijn
krant. Zijn vraag illustreert dat wij samen het Grumpy old man syndroom delen.
Nou nee, ik merk dat ik de krant op een andere manier ben gaan lezen en
ervaren. De paginabrede foto’s bekijk ik niet goed, de voorpagina vind ik
meestal schreeuwerig en irritant. Ik mis mijn zoektocht door de grote
opengeslagen pagina’s op zoek naar de artikelen die mijn aandacht trekken. Na
ruim een jaar heb ik nog steeds het gevoel dat mijn krant niet meer mijn krant
is. Al is het maar omdat naar mijn gevoel de verhouding van foto’s en artikelen
niet met elkaar in evenwicht lijkt te zijn.

Een aantal maanden geleden werden de verschillende katernen
van mijn krant door elkaar gehusseld en samengevoegd tot een nieuw katern “V”.
Vette koppen, nieuw lettertype en een groter lettertype. Dit laatste
waarschijnlijk om de lezer op leeftijd tegemoet te komen, want dat deel van de
krant kon ik opeens ook lezen zonder leesbril. Bij mij riep het een gevoel op dat men niet genoeg materiaal had om dit nieuwe katern te vullen en dit
probeerde te maskeren met het gebruik van grote letters. Na een paar dagen
werd het lettertype en de extreme lettergrootte gelukkig teruggedraaid maar ik lees
dit katern meer oppervlakkig dan ik voorheen deed.

Dit weekend viel een vernieuwd Volkskrant Magazine op de mat
in een nieuwe styling. Volgens mij is deze nieuwe opmaak tot stand gekomen na
een redactievergadering waarbij er flink geblowd en stevig gezopen is. Het
heeft een opmaak waarbij een MAVO 2 leerling met een desktop en een zeer matig
publishing programma nog niet mee weg zou komen voor een schoolopdracht.
Zittend aan mijn ontbijt had ik het gevoel dat ik de avond er voor teveel
gezopen had en de coördinatie over mijn oogbewegingen maar niet goed onder
controle kreeg.

Dat ik tot een Grumpy old man verworden ben zal ik niet
ontkennen maar waarom meent mijn krant dat ze dit soort dingen moet doen? Toch
niet om de lezer te plezieren? Jullie hebben de strijd allang verloren om de
grote massa jongeren aan jullie te binden, die richten zich op meer
oppervlakkige manieren om het nieuws tot zich te nemen. Een kwaliteits krant is
er juist voor de verdieping, de informatie die het biedt wil je op een rustige
manier tot je kunnen nemen.

Verandering, alleen omwille van de verandering, is geen vooruitgang.

Supermarché

De afgelopen week heb ik een aantal keren jubelverhalen
gelezen over het verschijnsel Supermarché. Ongetwijfeld van mensen die net
terug zijn van vakantie uit Frankrijk. Voor wie het verschijnsel niet kent; dit
zijn grote supermarkten die door hun regionale functie op het Franse platteland
meer bieden dan alleen levensmiddelen. Je vindt er ook kleding, cd’s,
tuingereedschap etc. Een soort Albert Heijn met een vleugje V&D.

Die verhalen lezend moest ik terugdenken aan mijn laatste
vakantie in Bretagne toen ik op zoek was naar eten wat binnen mijn dieet leek
te passen. In de schappen stuitte ik op een blik eendenragout. Ik mag graag
ragout eten, voor mij een hoogtepunt als ik mijn jaarlijkse kerstpakket opende
en er een blikje met bijbehorende ragoutbakjes in bleek te zitten. Al jaren
vind en vond ik geen ragout meer die paste binnen mijn dieet, altijd zaten er ingrediënten
in die ik niet verdraag. Maar dit blik eendenragout zag er heel veel belovend
uit, geen vervelende toevoegingen en, toen ik het etiket verder las, zelfs met
tips welk eten erbij geserveerd moest worden en bovenal een wijntip. De
gesuggereerde wijn was een Bordeaux dus niet een of ander goedkoop dertien in
een dozijn wijntje.

Het zag er allemaal zo veel belovend uit dat ik het blik in mijn winkelwagentje deed. Eenmaal buiten in de zinderende hitte twijfelde ik of ik niet gelijk in het groot in had moeten slaan maar de warmte maakte mij gelijk zo loom dat ik besloot dat op een later tijdstip nog te doen. Het is er die vakantie uiteindelijk niet meer van gekomen. Omdat het allemaal zoveel belovend klonk heb ik het blik bewaard totdat wij terug waren in Nederland. Alle gesuggereerde eettips ingeslagen bij de AH, samen met een dure fles wijn. De wijn van tevoren geopend zodat hij goed kon ademen en de aardappelpuree en rode
kool klaargemaakt. Vol verwachting opende ik het blik maar de inhoud zag er
niet erg uitnodigend uit. Het zag eruit als erwtensoep en eenmaal opgediend
smaakte het als een heel slechte Nederlandse erwtensoep, wat natuurlijk geen
combinatie is met aardappelpuree, rode kool en die goede wijn.

Ik geloof dat wij toen het eten weggegooid hebben, ons
vergrepen hebben aan de wijn en ondertussen de lokale pizzaboer gebeld
om zo onze honger te stillen. Mijn hunkering naar ragout is nooit overgegaan,
maar nooit heb ik meer een blik gevonden dat zo veelbelovend leek te passen in
mijn dieet. Als het woord Supermarché valt moet ik altijd terugdenken aan dit
verhaal. Nooit eerder heb ik een ragout gegeten die zo slecht was van kwaliteit,
maar tegelijkertijd ook nooit zoveel voorplezier en verwachtingen gehad naar
iets wat in blik verpakt zit. Slimme jongens die dat etiket ontworpen hadden.

Stopwoorden

Ieder tijdsgewricht heeft zijn specifieke woordgebruik en
stopwoordjes. In mijn jeugd was vroeger iets gaaf, tegenwoordig is het vet en
voor mijn tijd was iets mieters.

Vanuit het niets gebruiken hele volksstammen opeens woorden als “Absoluut” en “Zeker weten”als overtreffende trap voor het gebruik van het woord “inderdaad”. Geen idee waar het vandaan kwam maar opeens was het er. Misplaatste en nietszeggende begrippen in mijn ogen, want wat is er, behalve de dood, nu echt zeker in het leven? Mooi weer vandaag hé, Absoluut, zeker weten! Het irriteert mij.

Nog meer irritatiegevoelens roept het gebruik van stopwoorden
op als, weet je, weet je wel, zeg maar en je weet wel. Gooi daar dan de nieuwste trend
bovenop van het gebruik van het woord “Ja” op een vragende manier, dat op de
meest idiote manieren en plaatsen in een zin gebruikt wordt, liefst meermalen
binnen één zin. Constant heb je dan het gevoel dat je staat te praten met een
zwakbegaafde Limburger die een overmatige behoefte heeft aan zelfbevestiging, immers die eindigt al standaard bijna al zijn zinnen met het vragende woordje “hè”. Telkens als dit soort woorden opduiken bij een gesprekspartner moet ik de neiging onderdrukken om na de zoveelste “weet je wel” te zeggen, nee dat weet ik niet. Of na de
derde vragende “ja” in een zin opeens nee te zeggen. Alleen maar om te kijken
of de ander werkelijk iets in huis heeft en mij iets zinnigs te vertellen
heeft.

Ook een irritante is het gebruik van de woorden “Hoi hoi” als
begroeting. Ik denk dan, daar heb je er weer een met een gespleten
persoonlijkheid. De verzachtende omstandigheid in dit geval is dat ik het
tegelijkertijd wel sympathiek vind dat al die persoonlijkheden de moeite nemen
om mij afzonderlijk te begroeten. Of is het zo dat de ander mij goed denkt te
kennen en op die manier al de persoonlijkheden die in mij huizen, afzonderlijk
begroet? Zou om deze reden de genoemde stopwoordjes zo vaak gebruikt worden? Omdat
het voor de spreker onduidelijk is welke van mijn persoonlijkheden hij of zij op
dat moment voor zich heeft? Het niet duidelijk is welke persoonlijkheid iets
wel weet of niet weet?

Ligt de oorzaak van mijn irritaties nu bij mij of Is het gebruik
van dit soort stopwoorden een uiting van de schizofrene wereld waar wij in leven?
Ik ben, ja,  in verwarring, ja,  zeg maar, weet je wel? Absoluut, zeker weten! Ik laat het voor nu maar even hierbij.

Doei doei.

Verwarrend

Vroeger als je iemand op straat in zichzelf zag praten dacht je dat die persoon in de war was en liep je er in een boog omheen.

Tegenwoordig is het helemaal van deze tijd om, met je headset op verbonden met de rest van de wereld, schijnbaar tegen jezelf pratend over straat te gaan.

Wat moeten de mensen die echt in de war zijn nu doen om zich te onderscheiden van de rest?

Marktconform

Bedenk het volgende scenario: Gerrit Zalm gaat op bezoek bij zijn baas Mark Rutte en als managers onder elkaar bespreken ze hoe hun respectievelijke bedrijfjes er voor staan. Gerrit vertelt dat hij eind 2010 vestigingen heeft in 28 landen, 26.160 medewerkers en 6.8 miljoen klanten. Mark heeft vestigingen in 169 landen (consulaten en ambassades), ongeveer 974.000 medewerkers (rijksambtenaren) en ruim 16 miljoen klanten. Beide zijn het er over eens dat het niet meevalt om zo’n grote organisatie te runnen, lange dagen en veel verantwoordelijkheid. Gelukkig worden beiden marktconform betaald als compensatie voor hun inspanningen.

Bedenk het volgende scenario: Ad Scheepbouwer gaat op bezoek bij de president van de Verenigde Staten en als managers onder elkaar bespreken ze hoe hun respectievelijke bedrijfjes er voor staan. Ad vertelt dat hij eind 2010 actief is in 3 landen, ruim 30.000 medewerkers, een schuld van 8 miljard euro en zo’n  6 miljoen klanten heeft. Barack heeft vestigingen in bijna alle landen in de wereld, ongeveer 2 miljoen medewerkers, een schuld van ongeveer 14 biljoen dollar en een kleine 311 miljoen klanten. Beide heren zijn het erover eens dat zulke grote getallen veel verantwoordelijkheid met zich meebrengt en dat je dit doet vanuit een soort roeping, de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment.

Geïnteresseerd vraagt Obama aan Scheepbouwer of hij nu ook tegen veel geld campagne heeft moeten voeren en moest lobbyen om de positie te veroveren die hij nu inneemt. Nou nee zegt Ad. Het is zo’n hondenbaan dat eigenlijk alleen het salaris mij over de streep getrokken heeft. Mensen met zulke unieke capaciteiten als ik willen dit soort werk alleen doen als wij er erg goed voor betaald worden, markconform noemen wij dat. Goh, hoeveel verdien jij dan zo per jaar? Nou zegt Ad, het basissalaris is vrij mager en onder druk van de politiek in Nederland is het aandeel opties en bonussen ook niet meer wat het geweest is. Zeg zo’n 1 miljoen euro als basissalaris en als je alles bij elkaar optelt is het een kleine 8 miljoen euro per jaar. En jij? Je beslist tenslotte over de gezondheid en welzijn van 311 miljoen mensen in jouw eigen land en eigenlijk over het welzijn en leven van miljarden mensen als hoofd van het machtigste land ter wereld. Je begint oorlogen, je beëindigt ze, je beslist of wij over 10 jaar voet zetten op mars en hebt met het wel of niet navolgen van de regels van het Kyoto verdrag, eigenlijk de toekomst in handen van onze hele planeet. Barack antwoord: in zijn geheel valt het wat tegen, ik heb weliswaar wat extra’s, een auto en vliegtuig van de zaak, een ambtswoning, wat kleedgeld en een royale onkostenvergoeding maar het basis salaris is beter dan dat van jou, 1.2 miljoen.

Als je al deze getallen zo hoort zou je haast gaan denken dat het leiden van een klein of groot land een soort traineeship is om later capabel genoeg geacht te worden om de verantwoordelijkheden aan te kunnen om een beursgenoteerde onderneming te leiden. Zalm (750.000 euro per jaar) verdient ruim vier maal zoveel als zijn baas Rutte en Scheepbouwer ruim 6.5 keer zoveel als de leider van het machtigste land ter wereld. Je moet toch over een bovengemiddelde vorm van zelfdunk beschikken om met droge ogen te beweren en denken dat jouw functie zoveel geld rechtvaardigt.

 

Cijfers ontleend aan Wikipedia en de Volkskrant van 16 juli 2011.

Dilemma

Je bent op vakantie in het zuiden van Frankrijk, net op het tijdstip dat de Tour de France in buurt is en Je besluit dat eens van nabij te gaan bekijken. In jouw stoere zilverkleurige SUV beklim je de 1538 meter hoge Hourquette d’Ancizan en tijdens de afdaling zie je een mooi plekje vanwaar je de wedstrijd mooi kan volgen. Bij de eerste, bijna haakse, bocht parkeer je jouw auto in de berm en vol verwachting wacht je op wat komen gaat.

Na uren wachten scheren de eerste renners voorbij, althans een van de twee. Want één renner slipt weg met zijn achterwiel, mist jouw auto op een haar en kan ternauwernood voorkomen dat hij over de rand in de afgrond verdwijnt. Dat belooft spektakel te worden als zo het peloton in de achtervolging naar beneden komt.

Inderdaad, het wordt spektakel. Verschillende renners gaan in dezelfde bocht onderuit en de drager van de gele trui slipt ook, kan er net om heen, om zich vervolgens in jouw zilvergrijze SUV te boren. Een deuk en een dilemma. Grijp je Voeckler bij zijn kladden en zegt: even wachten jongen, eerst politie erbij om de schade op te nemen en dan samen de verzekeringspapieren invullen. Of zie je in dat al die renners onderweg zijn naar hun bestemming en je maakt ruimte om de wedstrijd zijn vervolg te laten hebben. Dat laatste natuurlijk. Er zijn genoeg getuigen die jouw verhaal kunnen bevestigen van wat er voorgevallen is, in dit geval minmaal heel wielerminnend Frankrijk. Gezond besluit.

Waarom hebben wij in Nederland een serie van televisie- en radiocampagnes nodig om ons in te laten zien dat als wij een aanrijding krijgen wij de weg vrij moeten maken voor het overige verkeer zodat die hun weg kunnen vervolgen? Politie bellen en getuigenverklaringen verzamelen kan ook vanuit de berm of vanaf de vluchtstrook. Wij krijgen soms voorlichting over zaken die zo voor de hand liggen dat je bij jezelf denkt, waarom?

Tegenwoordig zie je ook matrixborden boven de weg waar de boodschap op staat: Heeft u vragen over deze weg, bel dan…. Als ik al rijdend dit telefoonnummer opschrijf of ik pak mijn telefoon om dit nummer te bellen dan riskeer ik een niet misselijke boete. Of is het de bedoeling dat ik lang broed over mijn vraag zodat ik een zinnige vraag kan bedenken, die ik dan kan stellen aan het eind van mijn autorit? Ik heb al volop zitten broeden maar ik ben nooit verder gekomen dan dat ik dan zou vragen of ze überhaupt ooit gebeld worden en wat voor vragen ze dan in vredesnaam krijgen? Iedere keer dat ik een dergelijk bord passeer is mijn aandacht even van de weg en ben ik bezig met het dilemma, ga ik nou een keer bellen of niet?

Uitleg

Vanochtend staat er op de voorpagina van Volkskrant het nieuws dat de weg vrij is voor de toetreding van Kroatië tot de EU. Bij dit soort aangekondigde toetredingen begin ik meer en meer het idee te krijgen dat het steeds minder gaat om een geschikte kandidaat toe te voegen aan “ons” Europa, als wel dat het gaat om het idee dat wij maar moeten blijven groeien. Net zoals er tegen de economie aangekeken wordt; zolang er groei is gaat het goed met ons.

Wanneer wij vanuit diezelfde gedachte kinderen zouden nemen dan zouden we ondertussen gezinnen hebben met 20 kinderen of meer. Een gezin bereikt op een gegeven moment een optimale omvang voor de betrokken ouders. Dit wordt ingegeven door allerlei praktische en gevoelsmatige overwegingen. De grootte van onze huizen is niet toereikend, ons inkomen is niet groot genoeg om het welzijn van het gezin te garanderen enzovoort. Na het bereiken van de optimale gezinsgrootte zal ieder nieuw kind dat verwelkomd wordt, een onevenredige aanslag plegen op het welzijn van de al aanwezige kinderen en de ouders, als is het maar dat de kans op het krijgen van een probleemkind dan steeds groter wordt. Het welzijn van een organisatie/gezin moet niet ingegeven worden door de groei die het doormaakt. Die groei moet geen doel op zich zijn.

Wat mij opviel in het artikel was dat onze premier over deze beoogde toetreding zei: “Dit valt heel goed uit te leggen”. Ik dacht, daar gaan we weer. Tijdens de eerste kabinetten Balkenende was het zogenaamde probleem dat hun ideeën geweldig goed waren voor ons land, alleen wij burgers begrepen het niet goed. Althans, dat was de uitleg van de toenmalige bewindslieden. Het probleem zat dus zogenaamd niet in de kwaliteit van de plannen maar in het feit dat ze er niet in slaagden om het ons het goed uit te leggen. Waren wij nu werkelijk te dom om hun plannen goed op hun kwaliteit te beoordelen?

De kern van de eerste drie kabinetten Balkenende was de combinatie CDA en VVD. Blijkbaar was de kwaliteit van hun briljante plannen toch niet zo goed voor het land op de midden lange termijn als zij toen dachten. De rigoureuze ingrepen die het huidige kabinet nu voor ogen staan worden verkocht onder het motto “wij hebben een heel goed verhaal”. Wederom vanuit de gedachte dat wij als burgers het niet goed begrijpen. Een gouden combinatie dat CDA en VVD, de één predikt marktwerking en de ander normen en waarden. Het levert merkwaardige korte termijn oplossingen waarbij het een ten koste gaat van de ander, of tenminste bijt.

Politiek is verworden tot korte termijn marketing. Het gaat niet om de kwaliteit die je levert maar om hoe je het verkoopt. Al het andere wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.