Een paspop in Middelburg

Foto: Sjoerd J. de Jong

Een paspop achter een raam in Middelburg met een vertederende tekst over een glimlach. Voor mij persoonlijk schuilt de vertedering niet alleen in de tekst maar in het mogelijke verhaal achter de eigenaar en de voorgaande eigenaren van deze pop.

In de eerste blik zie je al dat deze pop geen product is van onze hedendaagse tijd. Dan zou op de plek waar de hals begint een plastic dop gezeten hebben, daar waar je nu mooi afgewerkt hout ziet. Is dit een aanwijzing dat deze paspop mogelijk gedurende een aantal generaties dienst gedaan heeft binnen één familie en overgegaan is van moeder op dochter? Door de witte kleur en de confectie maat van een jonge vrouw heeft het haast iets maagdelijks. Zou die gebruikt zijn door een moeder om kleren te maken voor haar dochter waarna een heftige discussie ontspon waarbij de dochter aangaf dat ze het fijn vond dat de moeder het gemaakt had maar dat het gewoon niet hip was en ze het daarom niet wilde dragen. Zou deze discussie zich bij de volgende generatie, toen de dochter zelf moeder geworden was, zich herhaald hebben? Hoe ver gaat de geschiedenis van deze paspop terug? Zou hij nog gebruikt zijn voor zoiets gruwelijks als het opspelden van een Jodenster tijdens de tweede wereldoorlog? Of is het leven van deze paspop juist een opeenstapeling geweest van heel veel plezier aan het werken met kleding en het plezier van het dragen ervan daarna? Allemaal vragen waar, met het verstrijken van de tijd, het steeds moeilijker wordt om nog de antwoorden op te vinden.

Ik ben geschiedenis gaan studeren omdat ik geïnteresseerd ben in de levens van de individuen in het verleden. Hoe ze de tijd beleefden waarin ze leefden, het persoonlijk leed en geluk, niet de opeenstapeling van oorlogen en jaartallen. Proberen een voorstelling te maken van hoe die levens er uit gezien hebben aan de hand van stukjes informatie die de tand des tijds overleefd hebben. Hoe gebrekkig deze methode is werd mij onlangs weer duidelijk in mijn hernieuwde contact met een oude vriend. Voorvallen in zijn leven waarvan ik geen weet had en misschien ook geen oog voor had op dat moment, blijken zijn leven een heel andere invulling gegeven te hebben dan ik destijds interpreteerde.  Geschiedenis is eigenlijk een heel arrogant vak. Want als ik niet in staat ben een accurate biografie te schrijven over iemand die ik persoonlijk heel goed meende te kennen en regelmatig contact mee had, hoe zou ik dat dan moeten kunnen over iemand die ik nooit persoonlijk gekend heb en waarvan ik een gefragmenteerd beeld krijg door stukjes informatie aan elkaar te plakken die bij toeval door de tijd tot mij gekomen zijn? Laat staan dat ik een oordeel zou mogen vellen op basis van die informatie.

Rest mij eigenlijk alleen om op basis van de overblijfselen uit het verleden mijn fantasie en gevoel de vrije loop te laten. Ik zie een paspop die de confectiemaat heeft die mijn vriendin ook heeft en waar ik met veel plezier naar kijk. De eigenaresse van deze pop heeft vast menig mannenhart sneller doen kloppen en op straat veel hoofden doen draaien.
Ach nee, met een tweede blik op de foto zie ik links in de onderhoek een draaiknop waarmee de confectiemaat aangepast kan worden. Met een draai aan de knop kan mijn fantasie een heel andere richting opgestuurd worden. Beelden van Rubensvrouwen vullen nu mijn hoofd. Zelfs fantasieën blijken maar momentopnamen.

Ontmoeting op het stand (2)

Foto: Sjoerd J. de Jong

Ik was er bij toen deze foto gemaakt werd. Een man en een vrouw die elkaar langs de vloedlijn willen passeren waarbij er een gesprek ontstaat waarvan na enkele minuten duidelijk af te lezen is dat beiden zich afwisselend niet gemakkelijk voelen bij datgene wat er besproken wordt. De afstand is te groot om te horen wat er besproken wordt maar mijn gedachten gaan terug naar een soortgelijke situatie die mij zo’n 20 jaar geleden overkwam.

Wandelend in Quakjeswater bij Hellevoetsluis kwam ik een man en vrouw met kinderwagen tegen waarvan de vrouw heel enthousiast reageerde met hé T hoe is het met jou! Ik had geen idee van wie zij was en dacht misschien dat het mij zo te binnen schiet als wij wat verder praten.  Zij kende mij overduidelijk en refereerde aan gebeurtenissen uit mijn middelbare schooltijd zodat ik er uit afleidde dat ik haar moest kennen van de Havo. Maar er ging nog steeds geen bel rinkelen met wie ik nu van doen had. Het gesprek begon daardoor steeds stroever te lopen, omdat ik haar niet kon plaatsen kon ik ook geen belangstellende vragen terug stellen of echt ingaan op haar vragen. Inmiddels waren er enkele minuten verstreken en lag het moment al ver achter ons waarop ik had kunnen zeggen; sorry ik herken jou niet, help mij eens op weg met wie jij ook al weer bent.  Opeens vroeg ze, zie jij H (een vriend van mij) nog wel eens? Waarop ik dacht waar ken jij die dan in vredesnaam van? Ik gaf een halfslachtig en ontwijkend antwoord omdat de verwarring bij mij alleen maar groter werd. In die sfeer van ongemakkelijkheid liep het gesprek dood, zeiden wij gedag tegen elkaar en ik vervolgde mijn weg.
Ondertussen malend en zoekend in mijn herinnering naar een aanwijzing met wie ik nu de afgelopen minuten had staan praten. Honderd meter verder wist ik het opeens… Mvan der T. Ik had met haar samen in de eerste klas gezeten van de Havo, haar daarna uit het oog verloren omdat zij naar een andere school gegaan was, maar haar een aantal jaren geleden nog gesproken op de bruiloft van H en S. Zij bleek een collega van H te zijn. Ik had haar niet kunnen plaatsen nu ze opeens achter een kinderwagen liep en er een man op het toneel bleek te zijn verschenen.

Zou zich zo’n zelfde voorval afspelen daar op het strand?   Of waren het gewoon ex geliefden die elkaar onverwacht en ongewild troffen. Het tafereel wat wij zagen straalde zo’n soort ongemakkelijkheid uit. Hoe het verder afliep
heb ik helaas niet meer kunnen zien want tegenwoordig heb ik een prostaat ter grootte van een granaatappel dus ik moest snel een strandtent opzoeken om naar de wc te gaan. Na daar nog wat gegeten en gedronken te hebben besloten wij nog even een stukje langs de boulevard te lopen voordat wij weer op huis aangingen. Op de parkeerplaats trof ik de man die wij op het strand gezien hadden. Een beetje overmoedig geworden door de wijntjes die ik net bij het eten gedronken had besloot ik hem aan te schieten en ik vertelde dat ik zijn ontmoeting gezien had op het strand, vertelde mijn associatie bij wat ik gedacht te zien te hebben en vroeg hem of hij wilde vertellen wat zich daarstraks nou werkelijk afgespeeld had.

Het bleek heel iets anders dan ik had gedacht. De man bleek single, het alleen zijn moe en in een opwelling had hij de vrouw, die hij niet kende, aangesproken met de vraag of hij haar baby kon leasen zodat hij goede sier kan maken bij zijn volgende date. Immers menig vrouwenhart klopt sneller bij zo’n vertederend beeld van een man die de zorg lijkt te nemen voor een klein kind. De man toont zijn toekomstig potentieel maar door de leaseconstructie komt hij de moderne vrouw, die gaat voor de lusten boven de lasten, tegemoet. De ideale start voor een moderne relatie.

In eerste instantie had de vrouw weliswaar afstandelijk maar toch welwillend gereageerd op zijn vraag. Daarna was  zij gaan doorvragen om te kijken of ze er achter kon komen wat voor vlees ze in de kuip had. Zo had zij gevraagd hoe hij tegenover kinderen stond en allochtonen. Waarop hij geantwoord had dat hij kinderen leuk vond zolang ze van een ander zijn en dat hij altijd de angst met zich meedroeg dat de kinderen uiteindelijk heel veel op hun ouders zouden gaan lijken. Dat dit idee hem benauwde omdat er tegenwoordig een groeiende trend is van onverdraagzaamheid jegens anderen en een steeds sterkere ik cultuur, dat de ouders dit op hun kinderen zullen overdragen. Over de allochtonen had hij grappend gezegd dat hij die hoofddoekjes wel een verrijking vond van de Nederlandse cultuur omdat het die mooie donkerbruine ogen van die vrouwen zo mooi uit liet komen. Voordat hij er toe kon komen om een serieus antwoord te geven op deze vraag was de vrouw met haar baby, Geert junior, zonder nog een woord te zeggen doorgelopen.

Ontmoeting op het strand

Foto: Sjoerd J de Jong

Hij: Jij met een kinderwagen, je gaat mij toch niet vertellen dat…..

Nee joh gekkie, ik sta vast met de kinderwagen in het zand en ik krijg hem niet verder geduwd. Omdat jij hier vlak achter de duinen woont dacht ik aan jou of jij mij kon komen helpen? Ik heb er echt wel over getwijfeld of ik je een sms zou sturen want het is tenslotte een jaar geleden dat wij elkaar gezien of gesproken hebben. Maar ik wist echt niemand anders die mij nu zou kunnen helpen, dus vandaar.

Hij: Pfffff, Van wie is dat kind dan? Je begrijpt toch wel dat mijn hart een paar slagen oversloeg toen ik jou zo langs de waterlijn zag staan met een kinderwagen en jij mij een sms stuurt dat jij mij heel dringend nu onmiddellijk wilt zien. Ik heb er een paar grijze haren bij gekregen. Wat is er dan precies aan de hand? Ben je ondertussen moeder geworden?

Nee joh, kijk eens goed in de kinderwagen. Er zit helemaal geen kind in. Het idee alleen al, ik moeder, daar slik ik een pilletje voor zodat dat nog even gaat duren. Nee er liggen een paar aardappelzakken in, de kinderwagen heb ik geleend van Carla, je weet wel mijn vriendin. Ik werd vanochtend wakker en dacht die cursus communicatiewetenschappen die ik volg bij de LOI is wel leuk maar eigenlijk zou ik graag iets doen waar ik wandelen en contact met mensen kan combineren. Toen zag ik in de krant dat de strandvierdaagse binnenkort weer van start gaat. Ik dacht zou het niet leuk zijn als ik met ze opwandel en ze onderweg van eten en drinken zou voorzien. Een opstapje naar mijn eigen bedrijf. Dus heb ik die kinderwagen van Carla geleend en om te oefenen er een paar zakken aardappels ingelegd, om te simuleren dat de wagen vol zit met eten en drinken die ik onderweg dan ga verkopen. Maar ja nu sta ik vast en ben ik bekaf. Daarom heb ik jouw hulp ingeroepen want ik kom zo niet meer verder en het water komt op. Straks verdwijnt de kinderwagen onder water en wordt Carla hartstikke boos op mij als dat zou gebeuren, met die tweede op komst binnenkort.

Hij: Nog altijd even impulsief hè. Hoever ben je gekomen? 500 meter? Laten wij maar snel die aardappelen uit de kinderwagen halen om die kinderwagen lichter te maken. Hoeveel zakken liggen er wel niet in? Je had weer eens grote plannen. Pak van mijn hart dat het niet is wat ik dacht. Eigenlijk wel fijn je weer te zien. Kom ik zal je eerst een zoen geven.

Pensioenleeftijd

Al maanden waart de discussie over het verhogen van de AOW leeftijd door Nederland. Getuige de aankondigingen voor acties door het openbaar vervoer in de grote steden voor woensdag zal het ook nog wel even rondwaren.
Ik wil hier niet een mening voor of tegen poneren, maar wel op een borrelpraatachtige manier het probleem eens benaderen. Want borrelpraat heb ik al genoeg gehoord over dit onderwerp zoals van de heer Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus universiteit, die met droge ogen beweerde voor RTL Z dat het afgezien van de economische noodzaak het tenslotte zo is dat door de vooruitgang van de medische wetenschap wij nu pas 2/3 van ons leven achter de rug hebben als wij 65 jaar zijn. Dus is het niet minder dan fair om ons arbeidzameleeftijd wat op te rekken. Hoeveel mensen ken jij van 65/2*3= 97.5 jaar????
 

In 2025 zijn er naar verwachting 4 miljoen bejaarden (volgens de huidige definitie dat je met pensioen gaat als je 65 wordt). Ik lees in de media dat de verwachte besparing van het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd 4 miljard per jaar is. Dit is dan een optelsom van positieve en negatieve effecten van de maatregel. Iedereen later met pensioen maar naar verwachting ook meer kosten doordat meer mensen in de laatste jaren van hun arbeidzame leven in de WW terecht zullen komen.Een simpele rekensom leert ons dan dat de besparing per bejaarde 1000 euro per jaar is. Of te wel 83.33 euro per maand. Iedereen twee jaar langer laten werken om uiteindelijk dit per bejaarde te besparen. Op het oog lijkt de verhouding dan nogal scheef tussen het bespaarde bedrag en de verlengde werktijd. 

 

 
 
Iets anders wat de laatste tijd in het nieuws is, is de verlenging van de A4 het traject Midden Delfland. Dit gaat 880 miljoen kosten. Het traject zal zo’n 4 km lang worden (twee banen heen, twee banen terug). Dat is dus 220 miljoen per kilometer. Dat is 220.000 euro per meter. Dus zo’n 220 bejaarden van 67 die twee jaar langer doorgewerkt hebben.
Met moeite zal je ze kunnen plaatsen op het stukje snelweg over de breedte op hun stukje van een meter lang.
Het is natuurlijk een flauwe vergelijking en naar wat ik zie zal het stukje snelweg een geweldige ontlasting van de A13 zijn wat de economie, de werkgelegenheid, uiteindelijk het milieu en onze gezondheid vast ten goede zal komen (verminderde uitstoot van het verkeer nu opwerpt in de file) maar de verhoudingen lijken een beetje zoek. Ik laat nu geen contante waardeberekening los op de 880 miljoen die er nu aan besteed gaat worden maar ik denk als je het nu op de bank zou zetten het in 2025 best een bedrag op zou kunnen brengen dat in de richting van de 4 miljard komt. Natuurlijk is er uiteindelijk een besparing van 4 miljard per jaar nodig in 2025 maar er zijn nog veel meer stukjes snelweg die in de jaren tot dan aangelegd zullen moeten worden. Misschien ligt de oplossing wel in het juist aanleggen van al de noodzakelijk geachte stukjes snelweg tot 2025. Tegen die tijd zal er dan zo weinig Nederland over zijn dat niet al geasfalteerd is of vol met woonwijken en industrieterreinen staat dat er geen ruimte meer is om nog wegen aan te leggen zodat wij vanzelf 4 miljard per jaar besparen. Als Wouter Bos zijn zin krijgt in zijn bijdrage aan de discussie dan is er straks ook niemand meer die de wegen aan mag leggen omdat het werk te zwaar is zodat die persoon te vroeg aan zijn pensioen toe zou zijn.
 
 
 
 

Bouwjaar

Wie van hetzelfde bouwjaar is als ik, kan zich vast nog herinneren hoe de boeren zich klagend door de jaren 70 worstelden. Melkplassen, boterbergen, te veel regen, te weinig regen en daardoor mislukte oogsten. Als zo’n bericht in het journaal kwam, in mijn herinnering was dat vooral in de maand augustus, zeiden mijn ouders altijd: een boer heeft altijd wat te klagen. Wat er in de tussenliggende jaren gebeurd is weet ik niet precies maar het klagen is in de loop der jaren verflauwd, Hoewel er dezer dagen wel een oprisping is over de melkprijs die de boeren krijgen en die onder hun kostprijs lijkt te liggen. 

In de tussenliggende jaren heb ik steeds meer het gevoel gekregen dat het onderwijs de boer uit de jaren 70 begint te belichamen. Er is een hoop mis in het onderwijs. Dat vind ik ook maar ik geloof niet dat de sleutel voor veel van de problemen ligt in de arbeidsvoorwaarden van het onderwijzend personeel. Nogal wat vrienden van mij uit mijn middelbare schooltijd hebben destijds voor het onderwijs gekozen. Dus ja ik ben bekend met het fenomeen van hossers en na-hossers. Door de jaren heen heb ik ze altijd horen klagen over hun beloning en het werk dat ze nog moesten verrichten buiten schooltijd om. Als dit onderwerp ter sprake kwam had ik er geen moeite mee om te vertellen wat ik verdiende. Als ik dat deed had dat steevast als reactie: zie je wel dat ik veel minder verdien. Maar als ik dan uitlegde dat ik inderdaad goed verdiende maar dat mijn salaris gebaseerd was op mijn prestaties en dat het regelmatig voorkwam dat ik werkweken van 50 a 60 uur maakte en indien nodig ook in het weekend werkte. Rekende ik dan mijn nettosalaris terug tot een uurloon wat ik dus daadwerkelijk verdiende dan verstomden deze geluiden al snel. In mijn salarisschaal was het afgesproken dat als overwerk zich voordeed dit gewoon beschouwd werd als dat het betaald werd uit mijn salaris. Overwerk werd dus niet uitbetaald. Waarbij ik dan voor hun gemoedsrust maar niet eens begon over de verschillen die er tussen ons bestonden in toegekende vakantiedagen.

Vandaag lees ik in de krant dat de piloten protesteren tegen de lange werkdagen die ze soms moeten maken. 12 uur aan een stuk werken. Het klinkt redelijk dat ze suggereren dat de kwaliteit van hun werk hieronder kan lijden en dat dit mogelijk gevolgen kan hebben voor de veiligheidsaspecten. Iets waar hun werk uiteindelijk om draait. In diezelfde krant lees ik dat er een nieuwe vakbond voor het onderwijzend personeel opgericht is die een aantal zaken wil bereiken om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Een van de eisen is het terugbrengen van hun werkweek naar 20 uur, ongetwijfeld met behoud van het huidige salaris. Het zal wel een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn dat deze twee acties op hetzelfde moment gelanceerd worden, maar toen ik deze berichten las boven mijn bordje pap dacht ik dat in deze situatie de vergelijking van bewaking van kwaliteit door het verminderen van uren wel heel erg mank gaat als het gaat om het onderwijs.

Ik geloof er niet in dat de problemen die het onderwijs al jaren teisteren opgelost gaan worden door het onderwijzend personeel minder te laten gaan werken. Uiteindelijk zijn de problemen van de boeren geloof ik opgelost door het landbouwbeleid Europees aan te pakken. Brussel was tenslotte de plek waar de boeren uit heel Europa samenkwamen om hun te duur geproduceerde melk over de straten te laten vloeien. Misschien dat de oplossing voor ons Nederlands onderwijs ook in het aanpakken in Europees verband ligt. Benieuwd hoe het dan uit gaat pakken als er een compromis gemaakt gaat worden om het Nederlandse en Bulgaarse onderwijsprobleem uit het slop te trekken. Dan zal het zelfmedelijden van de Nederlandse onderwijzer vast weer een nieuw hoogtepunt bereiken.