Postzegel kopen

Als hippe vijftiger doe ik bijna al mijn briefwisselingen
via e-mail. Het is handig, gemakkelijk, snel en ik hoef er de deur niet voor
uit. Dit laatste is niet onbelangrijk want bij de laatste bezuinigingsoperatie
van PTT post is het aantal postkantoren gedecimeerd, evenals het aantal
brievenbussen in de buurt. Ik heb er genoeg van om dolend door mijn buurt te
moeten lopen om voor de zoveelste keer te ontdekken dat de brievenbus die ik
tot dan toe gebruikte, er van de ene op de nadere dag niet meer blijkt te
staan. Zelfs de postkantoren in mijn buurt hebben last van dit verschijnsel.

Vreemd genoeg lijken deze bezuinigingsoperaties altijd
gepaard te gaan het verschijnsel dat er op zo’n moment wel veel geld gestoken
wordt in het veranderen van de bedrijfskleding van het personeel en het
veranderen van het uiterlijk en de kleur van de brievenbussen. Natuurlijk worden
dit soort operaties begeleid door een huis aan huis schrijven dat de nieuwe
huisstijl aan mij uitlegt en bejubeld. In de loop der jaren is de PTT diverse
malen van eigenaar veranderd, ook dit ging iedere keer gepaard met
veranderingen van huisstijlen en naamswijzigingen. Tegenwoordig schijnt het
Post NL te heten. Deze naam impliceert eigenlijk al dat ze de strijd tegen de elektronische
post zo goed als opgegeven hebben, het doet wel erg denken aan de naam van een
e-mailadres of website.

Zo af en toe ontkom je er niet aan om toch een bezoek aan
het postkantoor te moeten brengen. Onlangs moest ik een declaratie verzenden
aan mijn zorgverzekeraar in een gefrankeerde enveloppe. Ik wilde dus graag één
postzegel want zo vaak declareer ik niet. De vriendelijke dame bij het loket
vertelde mij dat dit niet normaal gesproken niet mogelijk was omdat postzegels
niet meer per stuk verkocht mogen worden maar vanwege mijn innemende
verschijning wilde ze deze ene keer wel een uitzondering maken. Dat laatste zei
ze er niet bij, maar ik zag hoe haar ogen oplichtten toen ik voor haar loket
verscheen, de hippe vijftiger die nostalgisch een ouderwetse brief kwam
versturen.

Blijkbaar heeft een of andere marketing genius bij
Post NL besloten dat je voortaan geen losse postzegels meer kan kopen, alleen
nog maar per vel. Dit geintje hadden ze natuurlijk al een aantal jaren geleden
bedacht bij de kerstzegels en blijkbaar is dit zo winstgevend dat ze dit nu als
de norm ingesteld hebben. Wat natuurlijk volledig van de zotte is. Ik zie het
gezicht van dit genie al voor me als hij op een goede dag voor het loket van de
NS staat om één retourtje Den Haag- Groningen te kopen en te horen krijgt: het
spijt mij meneer maar wij mogen geen losse retourtjes meer verkopen, ze gaan
tegenwoordig per tien. Dus of u koopt nu tien retourtjes of u moet een andere
manier zoeken om uzelf naar Groningen te laten brengen.

Foute keuzes

Ik ben roker, niet iets waar ik trots op ben, maar gezien
het feit dat ik, door mijn gezondheid gedwongen, qua voeding nog soberder leef
dan een Tibetaanse bedelmonnik, is het mijn enige uitspatting op het gebied van
genotsmiddelen. Ik durf zelfs zover te gaan dat die Tibetaanse bedelmonnik zijn
neus op zou halen voor mijn dieet.

Voor mij geen lekkere rode wijn, limonade, koffie, thee, borrelnootjes
en alle andere bedenkbare lekkernijen waar een mens zich zo af en toe aan
vergrijpt. Doe ik dit wel dan word ik onmiddellijk afgestraft met mij dagen achtereen
beroerd te voelen. Je hoort mij niet klagen want sinds ik afstand gedaan heb
van al deze lekkernijen, voel ik mij een stuk beter en heel wat minder
Dooiedakduif. Sociaal gezien is het wat lastig, maar omgeven met mensen die
begrip hebben voor mijn aandoening is het best te doen.

Nu lees ik dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking
vindt dat rokers meer zorgpremie moeten gaan betalen. Ook mensen die veel
alcohol drinken en onvoldoende bewegen zouden daaraan moeten geloven. De
gedachte daarachter is natuurlijk dat de zorgpremies stijgen en als je iemand
in zijn portemonnee treft dan is de reactie of meer solidariteit of in dit
geval, is de solidariteit opeens ver te zoeken.

Het leven draait om het maken van keuzes en die keuzes
hebben hun invloed op je eigen gezondheid, de gezondheid van anderen, het
welzijn van anderen en treffen soms de hele samenleving. Vanuit die optiek zou
je roken, drinken en te weinig bewegen kunnen zien als keuzes die bestraft
moeten worden. Maar laten wij deze lijn eens doortrekken:

Vrouwen veroorzaken volgens de statistieken relatief weinig
verkeersongelukken tot het moment dat ze kinderen krijgen, dan stijgt hun
aandeel opeens exponentieel. Deze vrouwen zouden dus bovengemiddelde hogere
verzekeringspremies moeten gaan betalen.

Gezinnen met kinderen, vooral ze klein zijn, produceren veel
meer afval, vooral in vorm van luiers en zouden dus een extra hoge
afvalstoffenheffing moeten betalen.

Mensen die op een zonvakantie gaan om lekker bruin te worden
verhogen hun kans op huidkanker. Dus reisbestemmingen naar zonnige oorden
moeten belast worden met een extra premieheffing.

Mensen die dure spullen kopen en deze in huis plaatsen maken
dat inbraakkans verhoogd waardoor de verzekeringspremies voor ons allen steeds
hoger worden. Dus heb je meer in huis dan een bed, koelkast en wasmachine dan
zal je een hogere premie moeten gaan betalen.

Als je veel snoep eet dan is dit een ticket voor een hogere
tandartspremie.

Deze lijst is natuurlijk eindeloos te maken maar de aangehaalde
voorbeelden laten zien dat ons systeem van dekking tegen ziektekosten, afvalstoffen
en verzekeringen gebaseerd is op solidariteit. Een ieder heeft zo zijn uitspattingen
waar de maatschappij niet beter van wordt maar het leven wel dragelijker. Dus
moet ik als roker in mijn situatie opdraaien voor mijn enige uitspatting terwijl
jullie ondertussen jullie uitspattingen vieren op mijn kosten?

Kijk, een uitzondering mag natuurlijk wel gemaakt worden als jouw
leven een opeenstapeling is van foute keuzes. Je hebt er voor gekozen om
Limburger te zijn, je rijdt in een Opel en je bent aanhanger van de Henk en Ingrid filosofie? Dan mag je van mij financieel bloeden!

De invasie van het racecircuit

Wie ooit in Athene geweest is zal vooral als herinnering hebben
dat de stad een groot racecircuit lijkt. Rode stoplichten zijn de voorboden van
groen en dus reden om het gaspedaal alvast dieper in te trappen. De voetganger
is zijn leven er niet zeker, want die horen in de ogen van de Griekse
automobilist niet thuis op een racecircuit.

Als ik nu lees dat er de komende tijd in Drenthe een grote
militaire oefening is van het Nederlandse leger met als hoogtepunt de aanval op
het circuit van Assen compleet met parachutisten en grondtroepen, dan kan ik
niets anders concluderen dat deze oefening gezien moet worden als een
voorbereiding op de invasie van Athene.

Na onze mislukte inval in Libië, waar wij in eerste
instantie met hangende pootjes en met achterlating van een helikopter in het
zand moesten bijten, heeft ons kabinet nu blijkbaar besloten om dit keer beter
beslagen ten ijs te komen om onze belangen in Griekenland veilig te stellen. Aangezien
Mark en zijn neoliberale collega’s als adagium hebben altijd voor het hoogst
haalbare te gaan, zal het doelwit waarschijnlijk de Akropolis zijn. Het hoogste
punt van Athene en het enige object wat nog enigszins de Griekse staatskassa
doet rinkelen.

Persoonlijk vind Ik het nogal een hoop gedoe is om zo ons
onderpand in de eurocrisis veilig te stellen. Maar de geschiedenis heeft
uitgewezen dat de beste manier om uit een financiële crisis te geraken is, is om
een oorlog te beginnen. Het stimuleert de nationale wapenindustrie, zorgt voor
innovatie, is goed voor de werkgelegenheid en het doet zoveel goeds voor het
nationale samenhorigheidsgevoel. Allemaal zaken die nu een beetje op zijn kont
liggen in Nederland.

In dit licht is het dus goed te verklaren dat ons armlastige
defensieapparaat nu zijn laatste centen besteed aan het oefenen op het
veroveren van racecircuits!

Wetmatigheden

Als er een ding zeker is in het leven, dan is het wel dat er
niets zeker is. Neutrino’s blijken zich niets aan te trekken van de
relativiteitswet. De reële economie houdt zich op dit moment niet aan de vele
economische modellen die de afgelopen honderd jaar bedacht zijn. Wat op zich
geen wonder mag heten want economen zijn net historici, ze lopen de hele tijd
achter de feiten aan.

Met natuurkunde proberen wij de natuurverschijnselen om ons
heen te vatten in wetmatigheden. Dat leek een paar honderd jaar heel goed te
gaan totdat wij stuitten op hele kleine deeltjes als atomen, elektronen,
positronen en nog heel veel kleine deeltjes die ontdekt zijn nadat ik dertig
jaar geleden eindexamen deed in natuurkunde. De wetten van de gewone mechanica
bleken niet toepasbaar op deze atomaire deeltjes. Er kwam de relativiteitstheorie
die de grondslag vormde voor de kwantummechanica. De wetten voor de
kwantummechanica verklaren heel goed de gedragingen van deze atomaire deeltjes maar
zijn op hun beurt weer niet toepasbaar op de gewone mechanica. De wetten zijn
dus complementair. Mochten de neutrino’s werkelijk de lichtsnelheid
overschrijden dan wordt het tijd om ons zelfgenoegzame denken opzij te zetten
en op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen en wetmatigheden.

Evenzo proberen wij met economie de werkelijkheid te vangen in
modellen. Dit zijn altijd abstracties van de werkelijkheid. Ook hier lijkt het
niet mogelijk om ons economisch handelen te vangen in vastliggende
wetmatigheden. De standaardantwoorden die wij dachten te hebben op economische
crises volgens de methode Keynes of Milton Friedman lijken in deze tijd niet
meer voldoende soelaas te bieden om uit deze crisis te klauteren. Of is het in
dit geval gewoon het menselijk onvermogen en ego wat een oplossing in de weg
staat? Moeten wij, net als bij de natuurkunde, nu ook twijfelen aan de
wetmatigheden waaraan wij ons economisch handelen toetsen? Is het misschien
tijd voor een nieuw vak, Economische Psychologie, die nieuwe wetmatigheden
dicteert welke complementair zijn aan de oude wetmatigheden?

Wat er volgens mij in beide disciplines over het hoofd
gezien wordt is dat, hoewel er veel te vatten valt in wetmatigheden, er altijd
één fenomeen is dat altijd loerend op de achtergrond aanwezig is en in staat is
om alles wat wij denken te kunnen vatten in wetten onderuit te halen, dat is
chaos. Het opeens samenkomen van verschillende fenomenen tegelijk kan tot
onvoorspelbare zaken leiden. De inslag van een meteoriet miljoenen jaren
geleden heeft er voor gezorgd dat wij als mens nu de dominante diersoort op
aarde geworden zijn. Zonder die meteoriet waren het mogelijk nog steeds de dinosauriërs
geweest die de dienst uitgemaakt hadden en wie weet hadden die dinosauriërs
uiteindelijk wel grote megastallen ingericht waar wij als mens gefokt werden
als consumptieartikel. Zouden die dinosauriërs uit de voeten gekund hebben met
wat wij als economische wetmatigheden beschouwen? Had hun inzicht in
natuurkunde geleid tot hun eerste schreden op de maan en hun versie van de iPod
en iPhone? Of zouden hun belangen en inzichten op hele andere terreinen tot
bloei gekomen zijn die zij op hun beurt weer in wetmatigheden geprobeerd zouden
hebben te vangen?

Alles wat wij denken te kunnen vangen in wetmatigheden
blijven toch abstracties van een werkelijkheid waarvan wij denken dat zij zo is.
Maar is onze werkelijkheid, werkelijk de werkelijkheid? Richten wij ons
menselijk vernuft anno 2011 werkelijk op zaken die in het leven van belang zijn
of zouden moeten zijn?

Hulde der Koloniën

Gisteren ontstond er een kleine ophef op het Binnenhof over
het feit dat er een beeltenis staat op de gouden Koets die verwijst naar het
Nederlandse Slavernijverleden. Er staan halfnaakte mannen en vrouwen op die de
Oranjes geschenken aanbieden. Inderdaad een periode waar wij niet trots op
moeten zijn maar wel onderdeel uitmaakt van onze geschiedenis en juist daarom
niet verwijderd zou moeten worden omdat het een verwijzing is naar hoe wij onder
andere de status van een welvarend land bereikt hebben.

Persoonlijk had ik liever gezien dat er een afbeelding had gestaan
van een Oranje die geschenken brengt aan een van mijn voorouders. Immers de
duif heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens de veldslagen die zij voerden
met de Spanjaarden in de 80 jarige oorlog. Ook daarna heeft menig Oranje een
veldslag kunnen winnen dankzij de berichten die aan de poten van mijn
voorouders gebonden werden, die wij dan moesten bezorgen. Dankzij de arbeid die
mijn familie destijds verricht heeft hebben die Oranjes een leuk
vastgoedimperium opgebouwd, een vette bankrekening, een zeilbootje en een leuk
jaarlijks zakcentje dat ze van de Staat krijgen. In deze optiek is het helemaal
niet zo misplaatst dat de afbeelding “Hulde der Koloniën” nu prijkt op de
Gouden Koets.

Het zou een vorm van geschiedvervalsing zijn als deze afbeelding van de koets verwijderd zou worden. Als wij wat goud van de koets zouden afhalen, omsmelten tot goudstaven en verkopen zouden de Oranjes misschien op die manier hun bijdrage kunnen leveren aan het bestrijden van de crises die ons land op dit moment bedreigen. Het zou in ieder geval wat meer zoden aan de dijk zetten dan je te beperken tot het voorlezen van een stuk wat
uit de pen komt van ambtenaren en politici. De kale plekken die er dan op de
koets ontstaan, kunnen dan gevuld worden met afbeeldingen van misdaden en
vergissingen uit onze geschiedenis. Bijvoorbeeld een afbeelding van het
bloedbad dat Nederland aangericht heeft in Rawagede. Ook zou er in de vorm van
een pictogram aandacht besteedt kunnen worden aan het feit dat het Nederlandse
bedrijfsleven verdiend aan ontwikkelingsgeld dat wij zo ruimhartig geven aan de
minderbedeelden omdat wij dat doen in de vorm van gebonden hulp. Of een
pictogram van gouden munten die wegvloeien naar een afbeelding met soldaten
erop. Immers een groot deel van ons ontwikkelingsgeld wordt momenteel besteed
aan de militaire missies die wij uitvoeren. Voorbeelden voldoende van
gebeurtenissen die ook niet zuiver op de graad zijn.

Ik weet niet waardoor het oog van Mariko Peters en Harry van
Bommel opeens op de afbeeldingen op de Gouden Koets gevallen zijn. Misschien
omdat ze gelijktijdig de fase in hun leven bereikt hebben dat ze aan de bril
moeten en nu opeens dingen duidelijker denken te zien? Dit idee getuigt in
ieder geval niet van veel historisch besef, je moet dingen bezien in de tijdgeest waarin ze plaats vonden. Het laat zien dat politici vooral
leven in de waan van het moment.

Op mijn beurt kan ik mij voorstellen dat er een burgerinitiatief ontstaat om het symbool van de Socialistische Partij, de tomaat, af te laten schaffen. De tomaat, gekweekt in kassen met duur aardgas, is een ecologisch wanproduct wat echt niet meer van deze tijd is en herinnert aan een periode in onze geschiedenis waarin wij onbeschaamd verspillend omgingen met onze energie. Om nog maar niet te spreken van hoe wij buitenlandse
arbeiders naar hier haalden en uitbuitten om ze te laten plukken!

Op de stoel van de rechter

RTL 5 heeft bekend gemaakt dat er een aflevering van “de
Villa” geschrapt wordt omdat één van de deelnemers in het verleden veroordeeld blijkt
te zijn voor de stoeptegelmoord uit 2005. Hij heeft vijf jaar vast gezeten
zoals de rechter hem opgelegd heeft maar de programmamakers gaan ook nog even
op de stoel van de rechter te gaan zitten om zo respect aan de nabestaanden te
tonen.

De Eindhovense pedofiel Sytze van der V heeft zijn straf uitgezeten maar de burgemeester van Eindhoven legt Sytze een gebiedsverbod op in zijn stad. Ook op de Veluwe in Epe is hij niet langer welkom.

Wilders vindt dat de rechters niet hard genoeg straffen tegen Marokkaanse wetsovertreders. In zijn optiek is een knieschot een gepaste straf. Rechters zijn in zijn optiek te links en te soft. Behalve natuurlijk in het geval van zijn eigen rechtszaak wegens haatzaaien. Toen was vrijspraak de enige juiste uitspraak.

Wat is er aan de hand in Nederland? Begrijpt men niet meer wat het begrip rechtstaat inhoudt? Dat volgens de Trias Politica de rechterlijke macht onafhankelijk is, de rechter een gepaste straf oplegt als de verdachte schuldig is en dat daarmee de schuldige zijn straf voldaan heeft. De zaak is dan daarmee afgedaan en de veroordeelde mag met een schone lei beginnen, een tweede kans.

Begrijp mij goed, de twee bovengenoemde misdrijven zijn ernstig maar wij als samenleving hebben destijds besloten dat de straffen die ze opgelegd krijgen de juiste zijn en als wij het niet eens zijn met die uitspraak zijn kunnen wij als samenleving in hoger beroep gaan bij een hoger college. Om daarna, als de rechtsgang zich voltrokken heeft en de veroordeelde zijn straf uitgezeten heeft, alsnog een keer op de stoel van de rechter te
willen gaan zitten druist in tegen elk besef van hoe onze rechtstaat in elkaar steekt.

Er wordt aan alle kanten gemorreld aan ons rechtssysteem op dit moment. Politici die zich publiekelijk bemoeien met uitspraken van rechters begrijpen niet hoe de wet in elkaar steekt. Een feit op zich waarvoor ze zich achter de oren zouden moeten krabben. Misschien zouden ze een soort van inburgeringcursus moeten volgen voordat ze lid van de Eerste of Tweede Kamer zouden mogen worden of minister. De minister van Justitie is op zijn beurt aan het morrelen aan de rechtsgang door de griffierechten dusdanig te verhogen dat het recht minder toegankelijk wordt voor de gewone burger. Het is terecht dat gisteren advocaten geprotesteerd hebben tegen deze voorgenomen maatregelen.

Nu dus ook de programmamakers die op de stoel van de rechter gaan zitten. Ik vraag mij af of als ik mij aanmeld voor een programma als Spuiten en Slikken en voor de camera het paard van de schillenboer verkracht, men dan een soortgelijke afweging maakt. Seksuele handelingen met dieren zijn volgens Nederlands recht nog steeds niet strafbaar dus er wordt geen wet overtreden als dit uitgezonden zou worden. Zou men deze aflevering dan ook niet uitzenden uit respect voor de klanten van de schillenboer of zouden de
kijkcijfers die dit gaat halen de doorslag geven?

Politiek Nederland zou zijn energie eerst eens moeten richten op het maken en aannemen van een wet die seksuele handelingen met dieren verbiedt. De samenleving zou zichzelf eens achter de oren moeten krabben en zich afvragen of als zij, door welke omstandigheid dan ook, eens ernstig in de fout gaan of zij, nadat ze hun straf uitgezeten hebben, in hun eigen ogen een tweede kans verdienen.

Die programmamakers worden alleen maar geil van kijkcijfers. Politici worden geil bij het vooruitzicht dat als ze iets roepen, ze vervolgens aandacht krijgen. Zoals wij allemaal weten, als je geil bent kan je even niet goed helder nadenken.

Dove Kwartel

Hier zit ik dan met oordruppels in beide oren en als gevolg daarvan, zo doof als een kwartel. Zelfs voor een Dooiedakduif voelt dit niet prettig.

Al enige tijd had ik last van mijn oren, overmatig oorsmeer waardoor ze telkens dicht gingen zitten. In deze tijden van bankencrisis, eurocrisis, dreigende miljoenennota’s wil je toch kunnen vertrouwen op je zintuigen om op tijd te kunnen reageren en daardoor had ik wat te overenthousiast mijn oren bewerkt met een wattenstaafje. Gevolg: een gat in mijn trommelvlies.

Toch maar naar de dokter gegaan en nadat deze geconstateerd had dat er sprake was van een gebroken vlies kreeg ik het advies er met mijn handen vanaf te blijven en zeker geen wattenstaafjes meer ter hand te nemen. Gelukkig heeft de natuur zijn werk gedaan en heeft het vlies zich vanzelf hersteld. Dus naar een echte orendokter hoef ik niet.

Maar ondanks dat ik er vanaf bleef, bleef het jeuken en de oorsmeer productie ging onverminderd door zodat mijn oren nu niet goed funtioneren,  ze zijn verstopt. Volgens mijn dokter het gevolg van een verstoorde zuurgraad in mijn oren. Dezelfde verschijnselen als bij een veel voorkomend vrouwenprobleem.

Ik heb mij laten vertellen dat in dat geval kwark uitkomst biedt. Sinds ik dat weetje weet kan ik niet meer langs het koelvak lopen zonder te kijken of er vrouwen zijn die grote hoeveelheden kwark in hun winkelwagentje stoppen. Dan weet ik nu wel hoe laat het is. Maar hoewel het probleem blijkbaar gerelateerd is moet ik geen kwark in mijn oren stoppen maar oordruppels en er vooral met mijn vingers er vanaf blijven.

Heb ik eindelijk iets aan mijn lichaam wat qua zuurgraad zich gedraagt als het vrouwelijk geslachtsorgaan, moet ik er met mijn poten vanaf blijven. Balen.

 

Wij en Zij

Afgelopen zondag zag ik kort wat beelden van de herdenking
van 11 september op Ground Zero. Ik begrijp het gevoel van de nabestaanden om
stil te willen staan bij dit moment en de emoties die het bij hen oproept. Toen
ik de beelden 10 jaar geleden voor het eerst zag leek het net alsof ik naar een
voorvertoning van een nieuwe James Bond film zat te kijken, zo onwerkelijk
waren de beelden. Bijna 3000 onschuldige slachtoffers en een nationaal trauma
omdat de VS aangevallen was op eigen grondgebied.

In goed Joods-christelijke traditie van “oog om oog en tand om tand” doen de Amerikanen nu hetzelfde in Afghanistan, Pakistan en voorheen in Irak. Met onbemande vliegtuigjes, de zogenaamde drones, bestuurd vanaf een andere plek op de wereld, bestoken ze dorpen en samenkomsten van mensen. Daarbij vallen regelmatig onschuldige slachtoffers omdat men zich vergist, zich baseert op onjuiste informatie of het gewoon ziet als collateral damage. Woorden die de afgelopen 10 jaar het nieuws beheersten, onvermijdbare en bijkomende onschuldige slachtoffers. Ik denk dat Osama Bin Laden de slachtoffers van de door hem beraamde aanslagen op de Twin Towers destijds ook zo zag, als onderdeel van
het doel dat hij wilde bereiken. Ook in deze landen worden gezinnen, families
uiteengerukt in een James Bondachtige setting.

Het drama in het winkelcentrum van Alpen a/d Rijn en kortgeleden
de moordpartij op het Noorse eiland verschillen in essentie niet wezenlijk van
de zelfmoordaanslagen die plaats vinden in de bovengenoemde landen. Het leven van
mensen die niets, met wat voor strijd of denkbeelden dan ook te maken hebben, wordt
beëindigd of krijgt een traumatische wending die bepalend kan zijn voor de rest
van hun leven.

Bij ons, in het westen, zijn het incidenten terwijl het elders in de wereld gruwelijkheden zijn die aan de orde van de dag zijn. Wij hebben hier de financiële middelen en infrastructuur om de aangerichte schade te herstellen en er een leger psychologen op af te sturen die de nabestaanden en getroffenen geestelijk ondersteunen. Ik weet zeker dat iets als slachtofferhulp een onbekend fenomeen is in landen als Pakistan en Afghanistan.
Hele generaties groeien daar al decennialang getraumatiseerd op door dit soort
gruwelijke gebeurtenissen en dat legt een rekening op de toekomstige ontwikkeling van welzijn, gedachtevorming en de vrede in de wereld.

Wat ik miste bij de herdenking van afgelopen zondag, is het hardop uitgesproken besef dat het leed dat de nabestaanden getroffen had op dezelfde manier dagelijks velen treft waar niet collectief bij stilgestaan wordt. De wereld lijkt niet alleen verdeeld in arm en rijk en verschillende levens- en geloofsovertuigingen maar vooral te lijden aan een “Wij en Zij”
beleving. Alsof de levens van de mensen in Pakistan, Afghanistan en al die andere landen waar geweld een onderdeel is van het dagelijkse bestaan, er minder toe doen als die van ons.

Feminisering van de samenleving

Sommige dingen heb je niet in de hand zoals de amoureuze beslommeringen
van je voorouders. De moeder van mijn opa van vaderszijde was Friezin en dat
maakt dat er voor een achtste Fries bloed door mijn aderen stroomt. Daar ben ik
best trots op want ik mag graag vertoeven in Friesland. Daarnaast was de vader
van mijn moeder een Brabander en daar worstel ik wat meer mee want in mijn ogen
komt er weinig goeds vandaan, daar vanonder de grote rivieren. Ze pikken onze
banen in, weigeren de taal goed te leren, ze drinken teveel en passen zich niet
aan.

Het grappige is dat ik exact deze woorden in het journaal
van vorige week hoorde bij een item over Polen en uit de mond van een Brabantse
vrouw op leeftijd. Dezelfde vooroordelen die zij heeft over Polen heb ik over
Limburgers en Brabanders. Dit terwijl ik dus zelf voor een kwart Brabo ben.

Tot zover mijn verhaaltje over mijn voorouders en mijn
vooroordelen. Volgens een persbericht over de PABO in Venlo heeft de
vrouwelijke lezer nu iets geleerd over rekenen. Terwijl de mannelijke lezer
denkt wat een gezever. Deze school is tot het inzicht gekomen dat mannen en
vrouwen rekenen anders benaderen en wil daarom in dit vak gescheiden les geven
aan mannelijke studenten en aan vrouwelijke studenten. Meisjes willen “verhaaltjesrekenen” en dat is wat ik hierboven gedaan heb. Een kort verhaaltje waarin ik breuken aan de orde gesteld heb. Verder hebben ze vastgesteld dat jongens niet zoveel
hebben met reflecteren en evalueren.

Het onderwijs wordt de laatste decennia meer en meer
gedomineerd door vrouwen en dat zie je terug bij de jeugd. Jongens praten over
hun gevoelens, voelen zich eerder gekwetst, moeten iets met hun emoties, meer modegevoelig, ze roddelen meer, zijn minder luidruchtig, vechten minder en zijn ondertussen veelal net zo slecht in rekenen als meisjes. De jongens van tegenwoordig zijn
niet meer de jongetjes zoals ik ze ken uit mijn eigen jeugd. Het is anders dan
vroeger, waarbij ik niet zeg dat dit een slechte ontwikkeling is. Maar ik zie
het wel als een uiting van een feminisering van de samenleving. Door de
dominantie van vrouwen in het onderwijs krijgen de jongens meer vrouwelijke
normen en waarden mee dan vroeger het geval was.

Zelf heb ik altijd ervaren dat door de mix van jongens en meisjes er een soort corrigerend evenwicht ontstond, zowel op school als in een werkomgeving. Alleen maar mannen bij elkaar geeft ruwere omgangsvormen, grover taalgebruik, soms meer geweld. Zet er één of meer vrouwen bij en het gedrag wordt gematigder, de sfeer wordt anders, gemoedelijker en zachter. Andersom, een man toevoegen aan een vrouwenomgeving zal het roddelen, de jaloezie en alles moeten reflecteren wat naar de achtergrond doen schuiven. Dat is de magie van de wisselwerking tussen man en vrouw. Er ontstaat een omgeving waarin man en vrouw elkaar meer in evenwicht brengen, elkaar temperen in hun mannelijke en
vrouwelijke uitingen. Voor mij het bewijs dat man en vrouw elkaar aanvullen
waardoor mooie dingen kunnen ontstaan.

Nu tijdens de vorming van jongen naar man door deze feminisering
de nadruk meer op de vrouwelijke kanten ligt, vraag ik mij af of deze magische
wisselwerking tussen man en vrouw stand zal houden. Zal de man zijn
mannelijkheid niet gaan missen, moet die er toch niet op enig moment uit, of
zal blijken dat mannelijk gedrag niets meer is dan aangeleerd gedrag? Waarom is
het dan toch dat als je een meisje een pop geeft ze er mee gaat spelen en een
jongen het hoofd, de armen en benen er af gaat rukken om te kijken hoe het
constructief in elkaar zit? Zullen de relaties van de jeugd duurzamer blijken
dan die van ons omdat het zo fijn is om over alles te praten hoe je het
emotioneel beleefde en wat het nou precies voor jou en ons samen betekende?

De tijd zal het uitwijzen. Zelf ben ik blij dat ik een “ouderwetse”man ben en bij een vrouw eigenschappen vind die bij mij onderontwikkeld zijn en omgekeerd, waardoor wij elkaar aanvullen. Dat maakt het spannend en dat maakt het samenzijn leuk.

De vrijwilliger wordt genaaid

Onze minister van Veiligheid en Justitie wil het aantal
vrijwilligers bij de politie verdubbelen. Momenteel zijn het er zo’n 2000
duizend en in 2015 zouden dat er tweemaal zoveel moeten zijn. Deze
politievrijwilligers doen in hun vrije tijd, naast hun reguliere baan,
werkzaamheden als surveilleren, helpen bij verkeerscontroles en het toezicht
houden bij evenementen.

De politievrijwilliger staat, als hij zijn opleiding heeft afgerond,
op hetzelfde niveau als de assistent politiemedewerker oftewel de surveillant.
Het verschil bestaat er uit dat hij zijn opleiding en vrijwilligerswerk in
deeltijd doet. Ik heb even zitten bladeren in de vacatures voor
politievrijwilliger en lees dat ze dezelfde opleiding en bijscholingscursussen
volgen als hun professionele collega’s, ze mogen geen vuurwapens dragen maar
wel pepperspray en wapenstok. De opleiding, uniform, reiskosten en dergelijke
worden betaald door het korps. Per korps verschilt het contract wat je
aangeboden krijgt. Het ene korps vraagt 8 uur inzet per week, een ander biedt
een contract aan van minimaal 160 uur per jaar en weer een ander korps minimaal
240 uur per jaar.

Hoewel het vrijwilligerswerk is, staat er een vergoeding tegenover. Een vaste jaarvergoeding van 160 euro per jaar en per gewerkt uur 6.68 euro. Als ik hier een snelle berekening op los laat en uit ga van een contract van minimaal 240 uur per jaar, dan kom ik uit op een vergoeding van minimaal 154 euro bruto per maand. Niet een bedrag waar je rijk van wordt maar de vrijwilliger is iemand die het hart op de juiste plaats heeft zitten en het niet voor het geld doet. Je hebt er tenslotte een baan naast en 20 uur per
maand op komen draven is zo’n 5 uur per week, een zaterdagochtend.

Speur ik nog wat verder op internet naar de functie van assistent politiemedewerker dan zie ik dat deze na afronding van zijn opleiding minimaal 1624 en maximaal 2471 euro per maand verdient, dit is dan buiten een uitgebreide ziektekostendekking, spaarloon en een goede pensioenregeling. Reken ik dit terug naar het aantal uren dat de vrijwilliger per maand maakt dan kost de professionele politie assistent bij 20 uur per maand de overheid minimaal 226 euro en maximaal 343 euro per maand. Dit is exclusief alle werkgeverslasten en de uitgebreide ziektekostendekking, onregelmatigheidstoeslagen, ect. Verdubbel deze bedragen dus minimaal en waarschijnlijker, vermenigvuldig ze maar met
drie.

Uit deze rekensom kunnen wij twee dingen concluderen; de professionele
assistent politiemedewerker wordt niet best betaald en de politievrijwilliger
wordt genaaid. Het aantal politievrijwilligers nam de afgelopen jaren af en nu
heeft Opstelten bedacht dat het een leuke bezuinigingsmaatregel zou zijn als
hij kostenbesparend kan werken door het aantal vrijwilligers te vergroten. Het
wordt nog kwalijker als wij de plannen erbij betrekken die de overheid heeft om
de politie-inzet bij evenementen in rekening te gaan brengen bij de
organisatoren daarvan. Juist het terrein waar de vrijwilliger het meest ingezet
zal gaan worden, samen met het houden van verkeerscontroles. Over de rug van de
vrijwilliger wordt gestreefd naar winstmaximalisatie bij het uitschrijven van
bonnen en het in rekening brengen van kosten bij evenementen.

Ik durf er niet op te vertrouwen dat als een organisator van een evenement de factuur krijgt voor de politie-inzet, hij daarop een specificatie en rubricering terugvindt naar politie-inzet door vrijwilligers en professionals met elk hun eigen tarief.